.

.

woensdag in week 4 vasten

Vandaag lezen we uit de profeet Jesaja:
Dit zegt de Heer: "In het uur van mijn genade geef Ik je antwoord, op de dag van de redding zal Ik je helpen. Ik zal je behoeden, Ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen, om het land weer op te richten, om het verlaten erfgoed in eigendom terug te geven, om tegen gevangenen te zeggen: ‘Ga in vrijheid!’ en tegen wie in het duister verblijft: ‘Kom te voorschijn!’ Langs wegen zullen zij weiden, op iedere kale heuvel vinden ze weidegrond.

We lezen hier een profetie van Jesaja waar Hij het, mijn inziens, heeft over de komst van Jezus. Het uur van Gods genade is de tijd van Jezus geboorte en leven, de tijd van de redding, de tijd waarin God doorheen Jezus de mensen weer met zich verzoent door hen uit de duisternis van de zonde weg te halen en hen te brengen naar vruchtbare weiden: het leven in Hem.

Maar in zekere zin gaat de profetie ook over ons, daar dat 'uur van genade' geldt voor ieder die zich geeft aan Christus. Ook wij zijn immers geroepen om vanuit de Heer mensen van de 'duisternis' (het leven in de zonde) te bevrijden, hun 'eigendom' (het leven in God) weer terug te geven, hen zo nabij te zijn dat ze uit hun donkere schelp - om welke reden ze daar ook in beland zijn - weer tevoorschijn te komen, hen te brengen naar groene en vruchtbare weiden: hun leven in God, in Gods liefde.

Wanneer er in het Oude Testament gesproken wordt over Jezus, wordt er in wezen ook gesproken over ons. Want de tijd van Christus waarover voortdurend geprofeteerd wordt, gaat niet enkel over zijn 33 jaar dat Hij hier op aarde onder ons was, maar ook over de tijd daarna. Christenen leven immers mét Jezus, levend in hun hart, zich schenkend aan Hem.

Laten we mét de Heer de mensheid liefhebben, door vanuit Hem te werken aan verzoening, vrede en gerechtigheid.

Moge Christus ons in zich opnemen.

kris

1 opmerking:

  1. Israël heeft toch een formidabele roeping, een roeping die ook die van elk van ons is: een man, een vrouw, een mens van Gods verbond te zijn. Wonderbaar is dit. Als wij leven in en van Gods verbond, herstellen wij het land. Op een eigenaardige wijze: wij zullen de mensen weiden langs de wegen, de kudde laten grazen op kale heuvels. En toch lijden zij en wij geen honger of dorst. Omdat Degene die zich ontfermt, onze Heer en God, ons allen geleidt. De gevangenen mogen horen: Kom naar buiten. En zij die in het duister zitten, zien het licht. Want God kan Zijn mensen niet vergeten, evenmin als een goede moeder haar kind in de steek kan laten. En al zijn er moeders die dat toch doen of moeten doen, dan zorgt God. Hij laat ons nooit in de steek. De echte man van het verbond is Jezus. Hij tast wel de sabbat aan en noemt God Zijn eigen Vader. Hij heeft goddelijke aanspraken en maakt zich aan God gelijk. En toch is Hij zeer nederig: de Zoon kan niets zonder de Vader. Jezus mag doen wat God doet en Hij wil het ook zo. Als mens kent Hij de Schriften en vervult ze. Hij maakt levend wie Hij wil. De doden, dat zijn de mensen die gestorven zijn, maar ook zij die leven zonder God, zij horen vroeg of laat de stem van Gods Zoon. Wat Jezus tot de al vier dagen overleden Lazarus zal zeggen: 'Kom naar buiten', dat zal Hij ook eens zeggen tegen elk van ons. Tegen ons die hoe ver ook vergaan zullen zijn in de aarde, zelfs verast en verstrooid. Tegen hen ook die God niet kennen en zelfs Zijn geboden verachten, je zou kunnen zeggen: de vijanden van Gods Kerk. Velen in ons land zouden niets liever willen dan dat de Kerk helemaal verdwijnt, ze willen alle subsidiëring afschaffen. Van onze kant past maar één antwoord: 'Heer, wees hen genadig, zij weten niet wat ze doen, omdat ze U niet kennen'. En wat er ook beslist zal worden, zelfs op kale gronden gaan wij weiland vinden, omdat God ons en Zijn Kerk niet in de steek zal laten.

    BeantwoordenVerwijderen