.

.

zaterdag in de 6e paasweek

Vandaag, bij wijze van mijmering, twee verzen uit de psalm die je hierboven kan lezen: ‘Klap in de handen, o volken, juich God toe met jubelzang’. En: ‘God is koning van heel de aarde, zing een feestelijk lied’.

Lieve mensen, wie de kunst verstaat dankbaar jegens God door het leven te gaan, zal niet anders kunnen dan diep vanbinnen een feestelijk lied zingen, innerlijk klappend in de handen. Het leven is zo mooi, zo wonderlijk mooi, dat het niet anders kan dan dat je hart in een feestelijke stemming verkeert.

Het is natuurlijk waar dat elke mens, elk gezin, elke gemeenschap, elke parochie, zijn zorgen kent. Ik ook, zij maar zeker. En soms kunnen die zorgen zwaar zijn om dragen. Maar het gevaar bestaat erin dat de zorgen de overhand krijgen in ons leven en elke vorm van innerlijke vreugde ontneemt. Dat kan toch niet de bedoeling zijn. En dit zeg ik met alle respect naar hen toe die hun zorgen nog amper de baas kunnen.

Ik denk dat het goed is dat we tijdens ons gebed onze zorgen soms even volledig laten voor wat ze zijn. Niet alsof ze er niet zijn, maar gewoon even alles loslaten. Gewoon kijken naar God, zijn grootsheid, het wonder van zijn bestaan, van ons bestaan, het wonder van het leven, het wonder van te mogen beminnen en bemind te worden. Je enkel daar naar richten, los van alles. Even alleen, jij en God. Laat de rest nu even rusten. Zink weg in God. Laat je omhelzen door Hem. Ga tegen Hem aanliggen. Drink van Hem. En geniet van zijn aanwezigheid. Ontvang zijn vrede, zijn innerlijke vreugde omdat Hij jou bemint en jij Hem.
Wanneer je dan uit het gebed komt om bepaalde dingen te gaan doen, zal je hart en je hele zijn getekend zijn door die ontmoeting met God. De zorgen van het leven zullen niet verdwenen zijn, maar ze zullen je innerlijke vrede niet ontnemen. Je zal je zorgen anders dragen, je zult ze in Gods vrede dragen, biddend, ze aan Hem toevertrouwend, ze ‘in’ Hem dragend.
Op deze wijze zullen de zorgen des levens nooit de overhand krijgen. Ze zullen ons niet in beslag nemen. We zullen ze mét God dragen. Of nog dieper gezegd: Hij zal ze met ons dragen. En wij mogen vertrouwen dat Hij, midden onze zorgen, ons leidt en behoedt.

Moge het lied van en tot God diep in ons hart nooit verstommen.

kris

1 opmerking:

  1. We mogen altijd blijven groeien in onze kennis van God en het Christusmysterie. Apollos wist al veel over de christelijke weg der volmaaktheid, maar hij kende alleen het doopsel zoals Johannes de Doper dat toediende. Dat was een doopsel van bekering. Dat is al heel veel, maar het doopsel van Jezus is méér: het is afdalen in het doopwater, sterven met Jezus aan onze oude mens Adam en met Jezus opstaan uit het water als een nieuwe schepping. God heeft ons allen bestemd om te leven in Zijn liefde. De mens - Adam - is gedevieerd, afgedwaald van zijn oorspronkelijk beeld van God zijn. Hij is gaan leven voor zichzelf, heeft veel te veel naar zichzelf toegetrokken zodat anderen daaronder lijden door discriminatie of onderdrukking of tekorten. Jezus herstelt onze oorspronkelijke verhouding met God en met elkaar. Zelf is Jezus het volkomen beeld van de Vader. Dat mogen ook wij weer worden: een mens die leeft in Gods heerschappij, in de liefde, een mens-voor-God-en-de-anderen. In het doopsel worden wij daartoe herschapen en krijgen wij onze oorspronkelijke roeping terug. Priscilla en Aquila, een Italiaans christelijk echtpaar legt dat nauwkeuriger aan Apollos uit. Wij ook mogen groeien in inzicht in ons geloof. Het doopsel van Johannes was een beetje dat afgeven aan God van je onvolkomenheid en zondigheid, een loslaten. Ik zeg ook vaak tegen de mensen: 'Laat dat maar los, geef dat af aan God'. En dat is al heel veel. Toch is het onvoldoende. In onze priesterconferentie van deze maand mochten wij wat lezen over Simone Pacot, een christelijke advocate die stierf in 2017. Zij heeft ons wel, vanuit haar eigen ervaring, wat te zeggen. Zij bracht mij, zoals Priscilla en Aquila aan Apollos, een nauwkeuriger inzicht in die genoemde weg van het loslaten. Zij stelt: 'Loslaten is niet genoeg, omdat je altijd weer terugvalt in hetgeen je los wilde laten. Je geraakt er niet van af. Je moet het loslaten maar ook laten beschijnen door het licht van Gods Heilige Geest'. Ze vergelijkt dat met de zon. De zon kan je huis maar binnenkomen als je de stores op- of opentrekt. Ik dacht terug aan onze bewoners met doorligwonden. Ze moesten van onze vroegere geneesheer met die wonden bloot in de zon liggen op hun bed. Zie je, dat wist ik niet of onvoldoende. Loslaten kan je eigenlijk niet. Je moet je wonden en zonden laten bestralen door Gods licht, door Zijn liefde, door Zijn Geest. Pas dan kom je ervan los en zullen ze genezen. Ja, wij mogen in Jezus' naam alles aan de Vader vragen, alles van Hem verwachten. Jezus staat zo dicht bij God, bij die uiteindelijke werkelijkheid, ja Hij is zelf die uiteindelijke werkelijkheid. Als we met Jezus verbonden leven, dan kan niets meer gebeuren dat erg is, want we zijn met Jezus geborgen in Gods Vaderhart. Hij laat ons nooit alleen. Mochten wij dat ontdekken in ons gebed, zoals Kris het zo mooi beschrijft. Maar vergeet ook niet wat S. Pacot zei: Laat de Geest van God stralen op je wonden en zonden!

    BeantwoordenVerwijderen