donderdag in de 3e paasweek

Vandaag zegt Jezus: ‘Ik ben het brood dat leven geeft.’
En wat verder zegt Hij: ‘En het brood dat Ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’

Geliefde mensen, het moge duidelijk zijn dat, wanneer wij de Heer ontvangen, dat de wereld daar beter van moet worden.

Zoals eerder al deze week gezegd: Wanneer Jezus spreekt over het feit dat Hij het levend brood is, heeft Hij het heel zeker over het eucharistisch brood waar wij ons met Hem mogen verenigen. Maar ook het Woord uit de Schrift lezen of bemediteren is ook Hem ontvangen, zoals Hij ook tot ons komt doorheen de ander, doorheen gebeurtenissen, doorheen de natuur,… Wie leeft in de Geest zal zowat in alles de Heer zien die tot ons komt als levend voedsel; Hij die zich schenkt opdat wij ons aan Hem zouden voeden.

Maar laten we er aub over waken dat we, wanneer we de Heer als Persoon ontvangen, ook een zending ontvangen. We ontvangen nooit de Heer voor ons eigen persoonlijk heiltje. Hij geeft zichzelf voor het leven in de wereld, zoals Hij zegt.
De wereld, zoals die nu aan u gegeven is, is de werkplek bij uitstek om uw ontmoeting met de Heer handen en voeten te geven. Daar zal het moeten gebeuren, daar zal Gods liefde gestalte moeten krijgen; in een gegeven liefde, zoals Christus gegeven liefde is voor u.

Christus’ liefde voor u mag niet stoppen wanneer Hij zich aan u gegeven heeft. Als een vat dat overstroomt moet het een vervolg kennen, of zijn vruchten hebben, in ons dagelijks leven.

Daartoe roept Hij ons ons. Daartoe zendt Hij ons. We weten dat wel in ons hoofd, maar de realiteit leert ons dat de realisatie daarvan niet altijd vanzelfsprekend is. Het vat kent niet altijd zijn doorstroming dat het zou moeten hebben.

Een christen heeft zijn missie in de wereld, op de plaats waar hij leeft, woont en werkt. Laten we onze naam als christen fier, blij, moedig en nederig dragen, door werkelijk volgelingen te zijn van de Heer, ons diep hechtend aan zijn aanwezigheid. Of anders gezegd: laten we leven geëngageerd in de liefde.

kris

Reacties

  1. Weer twee mooie lezingen vandaag. Jezus gaat verder met Zijn onderricht over het brood dat Hij zal geven. ‘Niemand kan tot Mij komen’, zegt Hij, ‘als de Vader hem niet trekt’. De Ethiopiër op terugreis van een bedevaart naar Jeruzalem wordt door God getrokken. En de Heer – een Engel, zegt de H. Lucas, maar naar Oudtestamentisch spaakgebruik is de Engel God zelf – de Heer stuurt de diaken Filippus naar hem toe. De man is in de Schrift aan het lezen. En Filippus vraagt of hij begrijpt wat hij leest. Filippus is geen Schriftgeleerde. Filippus is een evangelist. Ook hij heeft het O.T. leren lezen vanuit de figuur van Jezus en dat brengt hij over aan de Ethiopiër. Hij verkondigt hem de Christus. Filippus doet hier wat Jezus zelf deed op aarde toen Hij met de mensen optrok, naar hun vragen en noden luisterde en hen God gaf. Jezus deed dat nog meer na Zijn verrijzenis. Aan Zijn bange en ontgoochelde leerlingen legde Hij uit wat de Schrift zegde over Hem. Hij doet dat heel bijzonder bij de Emmaüsgangers. Hij loopt met hen mee, laat hen hun verhaal doen en doet hun hart branden. Hij openbaart Zichzelf aan hen en het gebeuren loopt uit op een sacramentele ontmoeting, de eucharistie. In het verhaal van Filippus en de Ethiopiër gebeurt juist hetzelfde. Filippus verkondigt vanuit de Schriften Jezus aan die man en ook hier loopt het uit op een sacrament: de Ethiopiër wordt gedoopt. En zoals Jezus na het breken van het brood uit het gezicht van de Emmaüsgangers verdween, zo wordt Filippus ook van de Ethiopiër weggerukt. Een priester, een missionaris moet zich niet vastklampen aan zijn gelovigen. Hij moet overal heengaan en Jezus brengen aan zoveel mogelijk mensen. Een priester houdt niemand vast, maar wordt zelf helemaal vastgehouden door Jezus. Dat is de zin van het celibaat: een priester is helemaal van God. Maar zelfs een gewone catechist, godsdienstleraar, pastoraal werkende of zelfs een ouder, moet luisteren naar de vragen van de kinderen en de mensen, over Jezus vertellen en dan zelf naar de achtergrond verdwijnen. God zelf, de H. Geest zal dan wel verdergaan met dat kind of met die gelovig wordende medemens. ‘Er staat geschreven’, zegt Jezus, ‘dat allen door God onderricht zullen worden’. Dat is een citaat uit Jes. 54, 13 en Jer. 31, 33. Alle mensen moeten van God horen. Dat was de zending die de verrezen Heer aan Zijn leerlingen gaf: zie bv. Mc. 16, 15: ‘Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping’. Niemand heeft God gezien, niemand kent God zo goed als Jezus die helemaal uit God is. Dat is een diep mysterie, maar het schenkt ons wel leven in volheid. De voorvaderen aten wel het manna, maar ze zijn gestorven. Jezus biedt levend brood dat je niet meer sterven doet. Dat levend brood is Zijn vlees ten bate van het leven der wereld. De Ethiopiër las daar ook over: ‘Als een schaap werd Hij ter slachtbank geleid’. Dat is Jezus, de Man van 1 min 1, de Man die als het niet meer anders kan, sterft op een kruis om ons het leven te geven. De eucharistie is daarvan het blijvend souvenir waarin de verrezen gekruisigde Heer nog altijd zichzelf geeft aan ons, opdat ook wij, zoals Hij, mensen worden van 1 min 1, mensen die zichzelf niet belangrijk achten, maar die geven en zelfs verdwijnen om anderen te laten leven.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Inderdaad, we kunnen enkel zaaien. De wasdom komt van God, zegt de Bijbel.

      Verwijderen
  2. Mooi dankjewel Door het woord van de Heer kunnen leven.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Nee,geen opmerking! maar een totaal akkoord met, wat hierboven verkondigt wordt !
    en ook een deemoedig aanhoren van die WOORDEN !
    Moge zij WAARHEID worden in ons en ....................mij! door Jezus !!!!!Dank !!!!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten