Posts

Andreas

Vandaag feest. Elke apostel heeft z’n feestdag, dus ook Andreas. Andreas was een enthousiast volgeling van de Heer die, zo lezen we in het evangelie van vandaag, bereid was haven en goed achter te laten om de Heer te volgen nadat Hij hem riep. En eigenlijk is het mooi, om bij het begin van de advent, na te denken over onze eigen roeping, hoe we deze ontvangen en dragen, om vervolgens te baren doorheen ons ja-woord. Dikwijls zeggen mensen tegen elkaar: 'Je moet doen wat je voor jezelf het beste vindt, als je maar gelukkig bent'. Men zegt dit over het algemeen goed bedoeld, maar het heeft een heidens ondertoontje. Een christen zou veeleer moeten zeggen: 'Je zou moeten trachten te weten te komen wat God met je leven wil, en dát trachten te doen.' Dát is evangelie. Ja, het is de Heer die roept. We roepen niet onszelf, we roepen ook niet anderen. Het is de Heer die roept en Hij alleen. Het kan natuurlijk zijn dat Hij mensen gebruikt om anderen te roepen, maar in wezen blijf

dinsdag in week 1 advent

Vervuld van de heilige Geest begon Jezus te juichen en zei: 'Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild.' Zo lezen we vandaag in het evangelie. Jezus prijst de eenvoudigen van hart. Het zijn de armen van geest. Het zijn zij die de kunst verstaan zich in alle nederigheid te openen voor God. Toevertrouwen en overgave zijn de sleutels van hun zijn. Dit heeft - voor alle duidelijkheid - niets te maken met al of niet 'slim' zijn, theologisch geschoold of andere hogere studies. Het heeft te maken met een innerlijke houding; een houding van toewijding aan God, zich klein wetend (niet in de vernederende zin van het woord) tegenover God. Het is hij die God God laat zijn, zich bewust zijnde dat hij een penseel mag zijn van Gods liefdevolle aanwezigheid. Als we ons adventsthema (hoop) leggen op bovenstaand citaat, denk ik dat we als christe

maandag in week 1 advent

Jezus prees de centurio om zijn geloof. Vaak komen vrome joden tot bij Jezus met de vraag om bekering. Maar in dit geval een centurio, iemand die een zeer hoge officiersrang bekleedde binnen het Romeins leger. Maar wie er ook tot bij Jezus kwam, en komt ... Jezus ziet altijd de méns voor hem, los van stand, volk, of zelfs religie; de méns met zijn honger en dorst. Wie bereid is z'n eigen bevrijding uit handen te geven wordt altijd door God ontvangen. In zekere zin wacht God tot de mens de stap zet van onthechting wat eigen redding betreft. Pas dan komt er plaats voor heling. Wie z'n leven toe-eigent sluit zich af voor God. Wie zich opent, wie z'n leven uit handen geeft, wie zich toevertrouwt aan God, geeft zichzelf én God de mogelijkheid tot bevrijding en genezing. Het is duidelijk dat de centurio hoop (ons advendsthema) in zich droeg; hoop dat Jezus zijn knecht zou kunnen bevrijden van z'n hevige pijnen. Misschien hoopte hij wel dat Jezus zijn knecht volledig zou gen

zondag 1 in de advent - A

Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal meer het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal nog de wapens leren hanteren.  Zo lezen we vandaag, op deze eerste adventszondag, bij de profeet Jesaja. Spontaan gaan onze gedachten - terecht overigens - naar Oekraïne en al die andere plaatsen in de wereld waar momenteel oorlog woedt of dreigt. Wat Jesaja hier profeteert is een visioen van vrede onder alle volkeren; een droombeeld dat inderdaad werkelijkheid zou kunnen zijn wanneer elk volk en iedere regeringsleider open zou staan om de liefde van God in waarheid te ontvangen en deze ook te belichamen in het beleid dat men voert. Jammer genoeg - en het is van alle tijden - zijn er altijd mensen die zich sluiten voor deze liefde en het heft in eigen handen nemen waar vaak een pijnlijke machtswellust de overhand krijgt met intrieste gevolgen van dien. Als we spreken over 'hoop', en 'hoop doet leven' (het adventsthem

zaterdag in week 34 door het jaar

'Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de roes en de dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven, zodat die dag jullie overvalt, onvoorspelbaar als een val die dichtklapt. Want plotseling zal hij komen over allen die waar ook op aarde wonen.' Zo horen we Jezus vandaag zeggen tot zijn leerlingen in het licht van de wederkomst van de Heer, of het persoonlijk overlijden en het verschijnen vóór de Heer. Morgen, zondag, start de advent, als een weg naar Kerstmis waar we - liturgisch gezien - het komen van de Heer gedenken en vieren. In dat licht mogen we de woorden van bovenstaand citaat beluisteren aan ons adres vandaag. Zo zou je kunnen zeggen: 'Let er op dat tijdens de komende adventsperiode je hart niet afgestompt geraakt door de roes van dronkenschap en je dagelijkse zorgen, zodat Kerstmis niet plots voor je deur staan zonder dat je er op voorhand aandacht aan geschonken hebt. Want opeens zal het Kerstkind er zijn voor allen die waar dan ook op aarde won

vrijdag in week 34 door het jaar

Geliefde mensen, daar ik ziek ben ga ik het kort houden. Ik stel voor: ga de dag door met de woorden van de psalmist die we vandaag hoorden: 'Gelukkig wie bij U hun toevlucht zoeken, met in hun hart de wegen naar U.' De weg die we te gaan hebben moeten we niet zoeken buiten ons, hoewel heel veel van wat buiten ons is van God spreekt. Doch de weg die ieder van ons te gaan heeft is reeds in ons hart voorbereid. We moeten hem enkel gaan.  Het is donderdagavond. Kindjes liggen er in. Ik kruip ook onder de wol. Een gezegende vrijdag voor ieder van u, kris

donderdag in week 34 door het jaar

Tijdens deze laatste dagen van het liturgisch jaar spreekt Jezus ons apocalyptische woorden toe met betrekking op zijn wederkomst op het einde der dagen. Het zijn woorden die ons stil doen worden, misschien zelfs angstig maken. Stil mogen we worden, maar angst hoeft ons niet in te boezemen. Vandaag zegt Jezus ons niet: 'Wanneer dit alles op u afkomt, zoek dan dekking in het aangezicht van de komende nood, blijf zitten waar je zit, ga plat op de grond liggen, ga de kelder in, bouw je een atoomschuilkelder of iets in die geest'. Wat Hij zegt is: wanneer het heel zwaar voor u wordt: "Richt je dan op en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij." Terwijl velen het besterven van schrik, in spanning om wat de wereld gaat overkomen, kan de gelovige zich oprichten, ondanks oorlogsdreiging, klimaatwissel, veel onrecht waar dan ook,... Waar haalt de gelovige het vandaan om midden in het onweer met opgeheven hoofd zijn weg te gaan? Omdat hij weet van een Ander, die midden