Hemelvaart van de Heer - A
Op weg onder een open hemel
Tekst overweging: Kris
Op het feest van de Hemelvaart opent zich een poort naar een dieper verstaan van Gods nabijheid. Wat wij lezen als een afscheid, is in wezen het begin van een nieuwe aanwezigheid. Jezus onttrekt zich aan het oog, maar niet aan het hart van zijn leerlingen. Hij blijft nabij en werkzaam, op een wijze die niet langer zichtbaar of tastbaar is zoals voordien.
De leerlingen blijven eerst staan. Verstard. Met de ogen naar boven gericht. De wolk heeft Hem aan hun zicht onttrokken, maar ze blijven hopen iets terug te zien. Tot twee mannen in witte gewaden hen aanspreken, met een vermanende toon: “Wat staan jullie daar naar de hemel te kijken?” Hun blik moet anders worden. Wat zij ontvangen hebben, vraagt geen stilstand, maar een weg om te gaan.
Vanaf dat ogenblik begint de beweging van de Kerk. Vanuit Jeruzalem naar Judea, Samaria en verder. De richting is duidelijk: de wereld in. Niet omhoog, maar naar beneden, naar de mensen, naar de armen, de zieken, de verworpenen, de zoekenden, de eenzamen, de gevangenen, de vluchtelingen, de ongelovigen, de twijfelaars, de zondaars, de gebroken gezinnen, de mensen zonder hoop, zij die geen stem hebben, zij die zich ver weg voelen van God en Kerk. Daar moet de Blijde Boodschap van Gods barmhartigheid klinken.
De brief aan de Efeziërs laat iets zien van de kracht die daarvoor nodig is. Niet eigen kunnen, maar de genade van Gods Geest zal hen tot ware gezondenen maken, een levende gemeenschap gedragen door geloof, hoop en liefde. De genade van de verrezen Heer zal in hen werken, als vrucht van het zich toevertrouwen aan de Geest; de Geest die inzicht schenkt, die het hart enthousiasmeert, die in waarheid leert te zien, die stuwt en leidt.
Het feest van Hemelvaart betekent ook dat we liturgisch gezien op de drempel staan van de pinksternoveen. Net zoals de leerlingen destijds wordt ook de Kerk in deze dagen geroepen tot een waakzame, open houding: “Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten op wat de Vader heeft beloofd.” Het gaat hier niet om een letterlijke terugkeer naar die eerste dagen, alsof we de Geest nog zouden moeten verwachten als iets wat nog niet is gekomen. We leven immers ná Pinksteren. Of beter gezegd: we leven in de tijd ván Pinksteren. De Geest is immers uitgestort – dat is het geloof van de Kerk. En toch kent zij, jaar na jaar, deze negen dagen van bezinning, als een liturgisch interval van openheid, stilte en verlangen.
Zoals de advent ons leert wachten op de komst van de Heer, en de veertigdagentijd ons meeneemt in een weg van bekering naar Pasen, zo heeft ook deze noveentijd haar eigen geestelijke ruimte. Niet enkel als herinnering, maar vooral als een tijd om opnieuw te ontvangen. De Geest wil telkens opnieuw werkzaam worden in het hart van wie zich openstelt. Pinksteren is geen afgesloten hoofdstuk, maar een blijvend aanbod.
Daarom zijn deze negen dagen voor Pinksteren een tijd om ruimte te maken in ons innerlijk leven. Een tijd van stilte om te kunnen horen wat de Geest ons vandaag zegt. Een tijd om af te dalen in het eigen hart, om te bidden met de Kerk, om onze dorst te erkennen en te zeggen: “Kom, heilige Geest.” Zo wordt deze noveen geen passief wachten, maar een actieve overgave. Het is geen pauze tussen twee feesten, maar een pelgrimage van negen dagen naar het vuur van Pinksteren.
Nog even terug naar het Woord van deze dag, met name het evangelie. Daarin lezen we die eerlijke opmerking van Matteüs: “al twijfelden sommigen.” Juist dat kleine zinnetje maakt het evangelie zo menselijk en herkenbaar. Zelfs daar, op de berg, in de nabijheid van de verrezen Heer, is het geloof van de leerlingen nog niet volkomen helder en onaantastbaar. Jezus wacht blijkbaar niet tot alles in hen uitgeklaard is vooraleer Hij hen roept en zendt. Hij vraagt geen mensen bij wie nooit meer vragen leven, geen leerlingen die alles perfect aanvoelen of begrijpen. Hij komt ook vandaag dichtbij mensen die zoeken, die soms moe worden, die bidden en tegelijk worstelen, die hopen en toch momenten van onzekerheid kennen. Twijfel hoeft geen muur te zijn tussen Christus en ons. Soms kan zij zelfs de plaats worden waar het geloof zuiverder en nederiger groeit. Juist daar, midden in hun kwetsbaarheid, vertrouwt Jezus zijn leerlingen de toekomst van de Kerk toe.
Het slotwoord is misschien wel het hart van het evangelie: “Ik ben met jullie, alle dagen.” Matteüs begon zijn evangelie met de naam Emmanuel, “God-met-ons”. Nu eindigt het evangelie met dezelfde belofte. Jezus blijft aanwezig, ook wanneer Hij niet meer zichtbaar rondgaat zoals vroeger. Daarom kunnen de leerlingen op weg gaan zonder angst. Zij worden gezonden om alle volken tot leerlingen te maken, om te dopen en mensen binnen te leiden in het leven van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Het christelijk geloof draagt van bij het begin een universele horizon in zich. De boodschap van Jezus is niet bedoeld voor een kleine besloten kring, alsof het evangelie enkel bestemd zou zijn voor wie al dichtbij staat. Het hart van Christus is wijder. Zijn liefde wil ieder mens bereiken. Overal waar mensen zoeken naar hoop, vergeving, waarheid, troost of nieuw leven, wil het evangelie klinken. En midden in die zending blijft die ene belofte de Kerk dragen, tot op vandaag: “Ik ben met jullie, alle dagen.”
Laten we bidden
God van barmhartigheid,
leer uw Kerk de weg van het evangelie gaan.
Bewaar ons voor geslotenheid en angst.
Open onze ogen voor de armen,
voor mensen die vergeten worden,
voor allen die zoeken naar licht in hun leven.
Moge uw Geest in ons spreken en handelen.
In Christus, onze Broeder en Heer.
Amen.
Geliefde mensen, een zalig hoogfeest van Hemelvaart. Laten we dit feest niet beleven als een afscheid, maar als een viering van blijvende nabijheid en diepe verbondenheid met de Heer.
Met een genegen groet,
kris
Om mee op weg te gaan
Zie deze negen dagen voor Pinksteren als een tijd van gebed, van innerlijke openheid en ontvankelijkheid voor de Geest. Laat het een pelgrimage zijn van stilte, verlangen en beschikbaarheid. Bid met de Kerk en zeg: “Kom, heilige Geest, vernieuw het hart van ieder mensenkind – ook het mijne.”
Goeie morgen Kris en allen !!! Deze 2 zinnen uit het Evangelie hebben mij altijd getroffen en een wending aan mijn leven gegeven! “ IK ben de Weg,de Waarheid en het Leven !” En “Ik ben met jullie alle dagen tot de voltooiing van deze wereld!” Dank ook voor de aanmoediging om 9 dagen vóór Pinksteren speciaal “in stilte re beleven”! Ga ik doen in Orval !
BeantwoordenVerwijderen