Paasmaandag

Wees niet bang

Tekst overweging: Ricky Rieter

Beste vrienden, we hoorden al eerder het verhaal over Maria van Magdala en ‘de andere Maria’ die, na de sabbat bij het ochtendgloren, in alle vroegte, naar het graf waren gegaan en daar iets bijzonders beleefd hadden: een bevende aarde en een engel die het graf geopend had, en hen aansprak: Jezus is opgestaan uit de dood, ga het snel vertellen aan de leerlingen.

Ontzet en opgetogen zijn de twee Maria’s, zo lezen we vandaag. Waarschijnlijk zeer verward, het is te veel om te kunnen bevatten wat hen in de laatste dagen overkomen is.

Vandaag vertrekken ze samen om hun opdracht die de engel gaf, te vervullen. Hun opgetogenheid wordt nog veel groter als Jezus zelf hen tegemoetkomt. Hij groette hen. Ze liepen op Hem toe, grepen zijn voeten vast en aanbaden Hem.

Deze gevoelens zullen overgaan in grote vreugde, en ook gepaard gaan met een niet begrijpen en angst hoe dit allemaal kon. Jezus stelt hen echter gerust: Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan, daar zullen ze Mij zien. Zoiets had de engel ook al gezegd.

In een paar zinnen ontwikkelt zich het verhaal. Ze hebben Jezus ontmoet en nauwelijks tijd gehad om met Hem te praten. Ze worden verder op weg gestuurd, vol van het grote nieuws. Zijn ze bang? Alles wat er gebeurd is en nog gebeurt, grijpt hen vast wel zeer aan.

Het verhaal over de vrouwen gaat vandaag in onze lezingen niet verder, maar schakelt meteen over naar hetgeen er in de bewakers gebeurde. Deze zijn ook zeer geschrokken en heel erg bang, maar om een andere reden dan de twee vrouwen.

Bang zijn of angst hebben is menselijk, maar er zijn veel verschillen tussen het bang zijn van de vrouwen en de angst van de bewakers. Waar komt die laatste angst vandaan? Angst levert niets op, dat weten we misschien uit eigen ervaring, maar het ontstaat in het emotionele deel van ons. Durven wij zelf onze angst aan te kijken, of naar de oorzaak ervan te zoeken?
De vrouwen worden gerustgesteld door Jezus zelf, al is alles wat er gebeurde allerminst alledaags. Maar de andere partij, de bewakers, worden door Jezus niet gerustgesteld door Jezus, maar door de hogepriesters en de oudsten, die geen zuivere motieven hebben. En er komt geld aan te pas (we weten uit het verhaal rond Judas dat geld kan ‘stinken’). Zijn verraad, als vriend van Jezus, is niet te begrijpen. Hoe heeft hij het zover kunnen laten komen? Toch heeft hijzelf ontdekt dat het hem noodlottig kon worden. De dertig zilverlingen smeet hij terug de tempel in!

De bewakers worden dus omgekocht met geld, om een dikke leugen de wereld in te sturen: de leerlingen zouden in de nacht het lichaam van Jezus meegenomen hebben. Met zo’n boodschap konden ze voorkomen dat de gouverneur Pilatus, hen zwaar zou kunnen bestraffen en veroordelen. Daar waren ze bang voor. Behalve de bewakers zijn waarschijnlijk ook de hogepriesters bang omdat de hele kruisiging niets opgeleverd heeft, want deze man die ze wilden vernietigen zou weer leven, werd er beweerd.

In de Bijbel komen de woorden ‘Wees niet bang’ heel vaak voor. Het betreft vaak een ongewone gebeurtenis die men niet vanuit de logica kan volgen. Een gebeurtenis die niet in mensenhand ligt.

Tegenover angst kunnen we het woord ‘vertrouwen’ zetten, waarin we het woord ‘trouw’ beluisteren. Wij kennen Degene die altijd trouw is aan ons, Degene die niemand verwerpt, degene die er zijn Leven voor gegeven heeft uit een overmaat van oprechte LIEFDE. Zijn we in staat te geloven in zijn trouw, ook als we in moeilijke situaties zitten? Wij mogen ons aan Hem toevertrouwen in alle pijnen. We hoeven geen leugentjes om bestwil te verzinnen. Hij, de TROUWE DIENAAR, is vergevend en reikt ons de hand, kent ons door en door. Hij beweegt zich altijd opnieuw naar ons, ook als we fout zijn geweest. Wij hoeven nooit bang voor Hem te zijn.

In de eerste lezing zien we wat er met de leerlingen gebeurd is. De tekst maakt een paar grote stappen naar het Pinksterfeest. Petrus die zijn Meester en Heer driemaal verloochend heeft, spreekt hier met overtuigingskracht over hetgeen er gebeurd is. Nadat de vrienden van Jezus een poos in een gesloten huis verbleven, om al het gebeurde een plaats te geven, komt de Geest over hen om hen te sterken en naar de straten te sturen waar ze moedig durfden te getuigen. Hun angst verdween door de Geest die op hen neerdaalde.

Laten we bidden met woorden uit psalm 16:

Behoed mij God, ik schuil bij U.
Ik zeg tot de Heer: U bent mijn Heer.

Heer, mijn enig bezit, mijn levensbeker,
U houdt mijn lot in handen
Steeds houd ik de Heer voor ogen,
met Hem aan mijn zijde wankel ik niet.
U wijst mij de weg van het leven;
overvloedige vreugde in uw nabijheid,
voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde.

Moge het zo steeds meer worden,
door Jezus, onze Broeder en Heer.
Amen

Beste vrienden, de paasvreugde die diep, of minder diep, in ons een plaats heeft gekregen, mogen we uit gaan dragen, ook vandaag, en in alle wisselvalligheden van onze levens. Dat wensen we elkaar toe. Het is een rijkdom. En wees niet bang!
Ricky


Om onderweg in jezelf mee te nemen.

Voel of je die paasvreugde ook in jezelf, min of meer kunt beleven. En kijk wat je ermee kunt doen, spontaan naar anderen toe. Je hoeft er niet altijd over te praten, want niet iedereen zal het verstaan, maar als er iets in jezelf meer tot leven is gekomen, zul je, op je eigen manier, het uit kunnen dragen. Je vreugde om alles wat je geschonken is, zomaar zonder verdienste.
Als er een woord uit een van de vieringen, of in je eigen beleving is blijven hangen, laat dat woord of die zin, of het symbool, nog eens opnieuw tot leven komen, zodat het misschien een ankerpunt kan worden, waar je regelmatig naar terugkeert. En, wees niet bang!

Reacties