Sacramentsdag - A
Gevoed door Christus
Tekst overweging: Kris
Vandaag vieren we Sacramentsdag, het hoogfeest van het Allerheiligste Lichaam en Bloed van Christus. Het is een van de grote feesten van de Kerk omdat het ons uitnodigt stil te staan bij een van de kostbaarste gaven die Jezus aan zijn leerlingen heeft nagelaten: de eucharistie. In elke eucharistieviering schenkt Hij zichzelf aan zijn volk. Hij blijft aanwezig onder ons als voedsel voor onderweg, als bron van gemeenschap en als teken van Gods blijvende liefde.
De lezingen van vandaag zijn zorgvuldig gekozen. Ze brengen ons van het manna in de woestijn naar het levende brood dat Christus zelf is, en van dat brood naar de gemeenschap van mensen die door Hem met elkaar verbonden worden.
In de eerste lezing horen we woorden van Mozes uit het boek Deuteronomium. Het zijn afscheidswoorden, uitgesproken vlak voordat het volk Israël het beloofde land binnentrekt. Veertig jaar woestijn liggen achter hen. Mozes roept het volk op om niet te vergeten hoe de Heer hen heeft geleid. Tijdens die lange tocht was het manna een dagelijks teken van Gods zorg. Het volk kon er geen voorraad van aanleggen voor de toekomst. Elke nieuwe dag vroeg opnieuw vertrouwen. God gaf wat nodig was, op het moment dat het nodig was. Nu Israël aan de vooravond staat van een vruchtbaar en welvarend land, dreigt een gevaar. De mensen zouden kunnen gaan denken dat hun voorspoed uitsluitend hun eigen verdienste is. Daarom verwijst Mozes naar de honger, de dorst, het manna en het water uit de rots. Die ervaringen waren lessen in vertrouwen. God voedde zijn volk niet alleen lichamelijk. Hij vormde hun hart en leerde hen leven vanuit zijn woord en zijn verbond.
De Kerk heeft in het manna altijd een voorafbeelding van de eucharistie gezien. Zoals God zijn volk voedde tijdens de tocht door de woestijn, zo voedt Christus zijn Kerk tijdens haar pelgrimstocht door de geschiedenis.
In de tweede lezing richt Paulus zich tot de christenen van Korinte. Hij wil duidelijk maken dat de eucharistie veel meer is dan een religieuze handeling of een persoonlijke geloofservaring. Wanneer christenen de beker drinken en het brood breken, treden zij binnen in gemeenschap met Christus en worden tegelijk verbonden met allen die van hetzelfde brood eten. Paulus legt daarmee een belangrijke nadruk die wij soms uit het oog verliezen. Eucharistie verbindt ons met de Heer én met elkaar. Eucharistie is geen onderonsje tussen de gelovige en de Heer. Wie Christus ontvangt, wordt geroepen om ook de band met zijn broeders en zusters ernstig te nemen. Dat heeft gevolgen voor hoe wij omgaan met mensen die kwetsbaar zijn, met wie anders denkt, met wie ons geduld op de proef stelt. De eucharistie roept op tot eenheid. Het altaar is een plaats van ontmoeting met de Heer en een bron van gemeenschap binnen de Kerk. Van daaruit worden wij gezonden om ook in onze relaties buiten de Kerk bouwers van eenheid te zijn.
Het evangelie brengt ons naar Kafarnaüm, waar Jezus zijn broodrede houdt na de wonderbare broodvermenigvuldiging. De mensen hebben brood ontvangen en zoeken Hem opnieuw op. Geleidelijk maakt Jezus duidelijk dat het brood dat zij ontvangen hebben, verwijst naar Hemzelf. Daarbij zegt Hij woorden die zijn toehoorders diep verontrusten: Hijzelf is het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. De mensen begrijpen Hem letterlijk en raken in verwarring. Hoe kan iemand zijn lichaam te eten geven? Maar Jezus neemt zijn woorden niet terug. Integendeel, Hij spreekt ze opnieuw uit en zelfs met meer nadruk. Hij maakt duidelijk dat Hij niet alleen een boodschap brengt. Hij geeft zichzelf. Het leven dat Hij schenkt vloeit voort uit zijn totale zelfgave, die haar hoogtepunt bereikt in zijn kruis en verrijzenis. In de eucharistie geeft Christus geen teken naast zichzelf. Hij geeft zichzelf. Hij wil in ons leven wonen en ons laten delen in zijn eigen leven. Daarom keert telkens hetzelfde woord terug: blijven. “Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik blijf in hem.”
Wanneer wij naar de geconsacreerde hostie kijken, of Hem in onze hand houden net voor we Hem tot ons nemen, kijken wij naar dezelfde Jezus die tijdens het Laatste Avondmaal neerknielde om de voeten van zijn leerlingen te wassen. Velen knielen in een kerk voor de eucharistische aanwezigheid van Christus in het tabernakel. Dat is een mooi en eerbiedig gebaar. Tegelijk mogen wij beseffen dat Hij degene is die, wanneer wij Hem ontvangen in de communie, voor ons neerknielt om ons de voeten te wassen. We kunnen ons dat amper voorstellen. De Heer van hemel en aarde maakt zich klein uit liefde. Hij buigt zich naar ons toe. Hij dient. Terwijl wij de vreugde ervaren van de vereniging met Hem bij het ontvangen van de communie, mogen de woorden naklinken die Hij sprak tot zijn leerlingen nadat Hij hen de voeten had gewassen: “Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen” (Joh 13,15). Eucharistie en voetwassing horen bij elkaar. Wie Christus ontvangt, wordt uitgenodigd zijn weg van liefde, dienstbaarheid en zelfgave te volgen. Of zoals Augustinus zei in zijn beroemde preek over de eucharistie: “Word wat je ontvangt” (Sermo 227).
De eerste lezing van vandaag spreekt over Gods zorg: hoe Hij zorg draagt voor ons onderweg en hoe wij op Hem mogen vertrouwen. Het evangelie laat zien hoe die zorg haar diepste vervulling vindt in Christus, het levende brood uit de hemel. De tweede lezing toont de vrucht ervan: wij allen worden door het ene brood één lichaam.
Sacramentsdag nodigt ons uit om met verwondering te blijven kijken naar de gave van de eucharistie, om Christus met geloof te ontvangen en om zijn liefde zichtbaar te maken in ons dagelijks leven.
Laten we bidden
Heer Jezus,
U komt naar ons toe als brood ten leven.
Maak ons ontvankelijk voor uw aanwezigheid.
Vorm ons tot mensen die delen,
verbinden en dienen.
Moge leven zichtbaar worden in ons.
Vandaag, en alle dagen van ons leven.
Amen.
Geliefde mensen, mogen wij groeien in verbondenheid met Christus en elkaar tot zegen zijn.
Een zalige hoogdag!
kris
Om mee op weg te gaan
Wat gaat er in ons om wanneer wij de communie hebben ontvangen en weer op onze plaats zitten? Kijken we naar de mensen die nog in de rij staan? Zoeken we naar bekenden, of kijken we naar hoe mensen gekleed zijn of hoe ze zich gedragen? Bladeren we wat in ons boekje? Kijken we zomaar wat rond? Of zijn onze gedachten bij wat deze dag nog zal brengen? Of kunnen we, al dan niet letterlijk, onze ogen sluiten, ons bewust zijnde van Wie wij zojuist ontvangen hebben en van het feit dat Hij op dit moment voor ons neerknielt om ons de voeten te wassen? Zijn wij ons daarvan bewust?
Moge het ontvangen van de communie een intiem moment zijn tussen de Heer en ons, maar tegelijk ook een moment waarin wij niet alleen zijn nabijheid mogen ervaren, maar ook de zending ontvangen om, in communio met de hele Kerk, zelf voor anderen te knielen in nederigheid en dienstbaarheid, in naam van de Heer.
Reacties
Een reactie posten