zondag 14 door het jaar A

'Kom allen bij Mij'

Tekst overweging: Kris

Gisteren bracht paus Leo XIV een pastoraal bezoek aan het Italiaanse eiland Lampedusa. Daar, aan de oevers van de Middellandse Zee, vierde hij de eucharistie op een plaats die voor zovelen het symbool is geworden van hoop én wanhoop. In de Leestip van vandaag vindt u een terugblik op zijn homilie.

Ik stel voor om de woorden die paus Leo gisteren op Lampedusa sprak, op de achtergrond te laten meeklinken wanneer we de lezingen van vandaag overwegen.

De profeet Zacharia schildert in de eerste lezing een koning die heel anders is dan de machthebbers van deze wereld. Hij verschijnt niet met geweld of dwang, maar met gerechtigheid, nederigheid en vrede. Zijn heerschappij strekt zich uit "van zee tot zee", zo lezen we. Denkend aan Lampedusa krijgen die woorden vandaag een bijzondere klank. Want in die zee, en in zovele andere zeeën, vonden de voorbije jaren vele duizenden mannen, vrouwen en kinderen hun graf. En juist daar laat God zijn Koning verschijnen: niet gewapend, maar zachtmoedig, om vrede te brengen. Hoe kijken wij naar de vluchteling die bij ons aankomt? Als een profiteur? Als iemand die ons komt storen? Als iemand die hier niet thuishoort? Of durven wij in zijn ogen het gelaat van de zachtmoedige Koning herkennen, die ons uitnodigt tot liefde en vrede? Kunnen wij in hem of haar een broer of zus zien in wie Christus zelf ons tegemoetkomt? Paus Leo riep gisteren op om te bouwen aan een beschaving van liefde. Hij herinnerde eraan dat wij ons nooit mogen neerleggen bij onverschilligheid tegenover het lijden van anderen. Laat de vluchteling tot ons geweten spreken. Kijk hem in de ogen en zie de zachtmoedige Koning die bedelt naar liefde.

In het evangelie van deze zondag richt Jezus zich tot allen die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan. "Kom allen naar Mij", zegt Hij. Dat kleine woordje "allen" draagt een wereld van hoop in zich. Niemand wordt uitgesloten van zijn liefde. Ook de bootvluchtelingen die dagenlang dobberen op zee, opgejaagd door oorlog, geweld, honger of wanhoop, behoren tot dat "allen". Ook zij worden door Christus aangesproken. Ook voor hen klopt zijn hart. Wanneer wij op de stranden van onze zeeën naar hen kijken, mogen wij nooit vergeten dat zij vóór alles mensen zijn, kinderen van God, aan wie dezelfde waardigheid is geschonken als aan ieder van ons.

Vorige vrijdag vierden wij het feest van de apostel Tomas. Hij mocht zijn vingers leggen in de wonden van de verrezen Heer. Jezus verborg zijn wonden niet. Integendeel, Hij nodigde Tomas uit om ze aan te raken. Ook vandaag draagt Hij zijn wonden verder. Wij zien ze in mensen die gekwetst zijn, in mensen die alles moesten achterlaten, in mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Ook ons nodigt de verrezen Heer uit om zijn wonden aan te raken. Durven wij, durft ook Europa, zich door hun verhaal te laten raken? Zijn wij bereid onze vingers in hun wonden te leggen en, samen met Tomas, te belijden: "Mijn Heer en mijn God"?

Paulus herinnert ons in de tweede lezing eraan dat Gods Geest in ons woont. Die Geest bevrijdt ons van een leven dat alleen om onszelf draait. Hij opent ons hart voor God en voor de medemens. Hij leert ons kijken met de ogen van Christus en beminnen met zijn hart. Oog hebben voor wie op de vlucht is, mogen we dus niet zien als een heldendaad vanuit ons allerindividueelste ikje. Dan sluipt al vlug het gevaar om de hoek dat we onszelf geweldig gaan vinden. Een christen sluit zich aan bij het zachte waaien van Gods Geest in zijn hart, die hem aanspoort om in Gods liefde het goede te doen. Zelfs zó dat de linkerhand niet weet wat de rechter doet (Mt. 6,3).

Beste mensen, de zachtmoedige Koning, over wie de profeet Zacharia in de eerste lezing spreekt, komt nog altijd naar ons toe. Hij vraagt van ons een leven dat kiest voor vrede boven geweld, voor mededogen boven onverschilligheid en voor liefde boven angst. Zo kan, stap voor stap, die beschaving van liefde groeien waarover paus Leo gisteren sprak. Niet alleen op Lampedusa, maar op al die kusten waar vluchtelingen aan land komen en aan al die grenzen waar zij soms letterlijk vastlopen. Maar ook heel dichtbij: heel concreet in ons eigen leven, in onze eigen gezinnen, onze eigen gemeenschappen en in iedere mens die de Heer op onze weg brengt.

Laten we bidden

Heer Jezus,
zachtmoedige Koning,
open onze ogen
voor uw gelaat in iedere mens.
Geef dat wij
ons door uw Geest laten raken
en, in het dienen van de ander,
uw vrede zichtbaar maken.
Vandaag en alle dag van ons leven.
Amen.

Laten ons mensen van vrede zijn, dichtbij en ver weg.
Zegen over ons allen.
kris


Om mee op weg te gaan

Jezus zegt: "Kom allen naar Mij." Zijn uitnodiging kent geen grenzen. Zijn er in jouw hart misschien grenzen die Hij wil openbreken?

Reacties