2 januari

Van belijdenis naar leven

Tekst overweging: Kris

In de eerste lezing spreekt Johannes zijn lezers aan als kinderen. Dat woord heeft een pastorale toon maar draagt tegelijk iets vaderlijks in zich, bijna als een smeekbede. Hij schrijft vanuit zorg voor de geloofsgemeenschap. Na de openbaring die met Kerstmis is gevierd, nadat velen het komen van God in Jezus hebben omarmd, ziet hij een reëel gevaar groeien. Mensen beginnen zich namelijk los te maken van de inhoud van die openbaring, en dat gebeurt niet buiten de geloofsgemeenschap, maar van binnenuit. Net zoals vorige woensdag gebruikt hij ook hier het woord antichrist. Het gaat om wie Jezus losmaakt van God en het geloof ontdoet van zijn concrete kern. Sommigen ontkennen dat Jezus werkelijk de Messias is die in het vlees is gekomen. Anderen spreken over God, maar zonder Hem te verbinden met de persoon van Jezus. Johannes wijst zijn lezers op een gevaar dat naar de toekomst toe verstrekkende gevolgen kan hebben. Wie afdwaalt, zal ook anderen in die richting meenemen en zo een geloof doorgeven waarin men niet langer in de waarheid blijft. Daarom benadrukt Johannes het belang van blijven: blijven in wat men vanaf het begin ontvangen heeft, blijven in de Zoon en in de Vader, blijven in de waarheid die leven schenkt.

Niet onbelangrijk is dat Johannes wijst op de zalving die de gelovigen hebben ontvangen. Daarmee doelt hij op de gave van de Heilige Geest, die innerlijk leert onderscheiden wat waarheid is en wat misleiding. Het geloof heeft geen nood aan steeds nieuwe leer, maar aan trouw aan wat reeds is geschonken. Vanuit diezelfde heilige Geest leeft ook de Kerk. Hij bewaart haar in trouw aan het evangelie en brengt haar tot eenheid.

Tot zover de theologie, het geloof, de belijdenis. Het evangelie concretiseert dat. Johannes de Doper wijst erop dat Jezus onder ons is, terwijl Hij vaak niet herkend wordt. In het geloof gaat het dus niet alleen om een belijdenis met woorden, maar ook om zien met ogen. Wat wij geloven, voltrekt zich voor onze fysieke ogen. Anders gezegd: geloof vraagt om verankering in de concrete werkelijkheid waarin wij leven. In Jezus geloven, Hem zien en vanuit Hem leven, horen wezenlijk bij elkaar.

In die zin heeft christelijk geloof iets heel aards. De Heer is namelijk aanwezig in de ander die zegt: Ik heb dorst. Hij komt naar ons toe als een bedelaar naar liefde. Elke mens die wij ontmoeten draagt het beeld van Christus in zich, Hij die vraagt bemind te worden. In de arme vraagt Hij om voeding, onderdak en vriendschap. In de ouderling vraagt Hij om zorg en nabijheid. In de eenzame vraagt Hij om bezoek. In de vluchteling vraagt Hij om ontvangen te worden. In wie weemoed draagt, vraagt Hij om aandacht en een zinvol gesprek. In je partner vraagt Hij om vergeving en trouw. In je kinderen vraagt Hij om tijd, nabijheid en opvoeding. In ieder mens komt Hij naar ons toe met die eenvoudige vraag: Wil je mij beminnen?

Vanuit ons geloof, vanuit ons zien, vormt zich een innerlijk appel dat oproept tot verantwoordelijkheid. Liefde mag geen abstract ideaal blijven, maar moet een concrete weg worden. Daden horen wezenlijk bij geloof. Zonder daden verliest het geloof zijn levenskracht, zoals ook Jakobus schrijft: Als het geloof geen daden heeft, is het dood (vgl. Jak 2,17).

Moge ons geloof en leven één geheel zijn. Geen vrijblijvende woorden, geen lege gebaren, maar daadwerkelijke liefde die voortkomt uit Gods aanwezigheid in Christus, gestuwd en gedragen door de Heilige Geest. Moge deze weg onze diepste levensvervulling zijn.

Laten we bidden

Heer,
open onze ogen
om U te herkennen waar U aanwezig zijt.
Laat ons zien
wat U onder ons tot stand brengt.
Bewaar ons voor een geloof
dat enkel bij woorden blijft.
Leer ons U te ontmoeten
in het gewone van elke dag.
In uw naam.
Amen.

Geliefde mensen, moge de weg die wij gaan ons helpen Christus te herkennen waar Hij ons vandaag tegemoetkomt.
Zegen over deze tweede nieuwjaarsdag.
kris

Reacties

  1. "Het geloof heeft geen nood aan steeds nieuwe leer, maar aan trouw aan wat reeds is geschonken. "

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. mijn oog viel ook op juist deze regel. ben nog aan het voelen waarom het me raakt. geen theologische bouwsels, steeds weer terug naar de bron. zoiets.

      Verwijderen
  2. In de drukte van de “feestdagen kon ik de rijkdom welke we élke dag krijge niet lezen . Vandaag wel Het heeft mij alweer zo gesterkt ! In elke mens Christus zien en ontmoeten

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik herken dit helemaal. De drukte van deze dagen brengen ook voor mij een belangrijk gemis aan 'stilte en gebed'... De dagelijkse routine om in stilte de dag aan te vangen doet zo'n deugd...

      Verwijderen
  3. goede Vader, schenk mij de genade U te ontvangen in al wat tot mij komt

    BeantwoordenVerwijderen
  4. De behoefte om in alle rust te mogen zijn vooral in het gebed is er zeker maar als ik op dat moment geroepen word door een bezoekje of telefoon dat eigenlijk niet zo goed uitkomt dan denk ik aan de woorden van Vincentius”God om God verlaten” . Dus het gebed verlaten, om degene die aan de deur staat (God) te ontmoeten.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoe mooi en helder verwoord! Dank je wel hiervoor!

      Verwijderen

Een reactie posten