zaterdag na de Openbaring van de Heer
De leegte voorbij
Tekst overweging: Kris
Wat we vandaag lezen in de eerste lezing kan schurend binnenkomen. We herlezen enkele verzen: “Als iemand zijn broeder of zuster een zonde ziet begaan die niet tot de dood leidt, moet hij voor hem of haar bidden en zo de zondaar het leven geven. Dit geldt wanneer er sprake is van een zonde die niet tot de dood leidt. Er bestaat ook zonde die wel tot de dood leidt. In dat geval geldt mijn aansporing om te bidden niet. Alle onrecht is zonde, maar niet elke zonde leidt tot de dood.”
Voor alle duidelijkheid: met ‘dood’ wordt hier geen lichamelijk sterven aangeduid, maar de leegte waarin een mens terechtkomt wanneer hij zich losmaakt van de bron van leven. Het gaat om een innerlijke dood, een bestaan waarin de relatie met God bewust wordt losgelaten. Johannes maakt een onderscheid tussen struikelen binnen het leven met God en het bewust verbreken van die levensband. Voor wie struikelt, blijft voorbede zinvol en levenschenkend, omdat de verbondenheid met God nog aanwezig is. Voor wie die band bewust doorsnijdt, kan gebed niet zomaar een vervanging zijn voor bekering. De brief wil vermijden dat men denkt: 'Wij bidden wel voor je, wijs jij je relatie met God maar af'. Soms moet het initiatief ook van de mens komen, als antwoord op een leven dat God blijft aanbieden.
Zo bewaren deze verzen tegelijk ernst en mildheid, zonder te verharden of te vergoelijken.
In het evangelie horen we Johannes de Doper zeggen, terwijl hij naar Jezus kijkt: “Hij moet groter worden en ik kleiner.” Het zijn woorden die een hele levenshouding samenvatten. Het leven is geen project van het allerindividueelste ikje dat zichzelf wil verwezenlijken en veiligstellen. Deze woorden maken duidelijk dat geloven begint bij het loslaten van de drang om zelf in het middelpunt te staan. Johannes verkleint zichzelf niet uit minderwaardigheid, maar omdat hij weet waar zijn plaats ligt. Juist daarin ligt zijn vrijheid.
In wezen gaat het over ontvankelijkheid, over het vermogen om ruimte te laten voor wat ons gegeven wordt. Het gaat over een houding van openheid, over beschikbaarheid voor wat God wil doen in mijn leven. Die houding is niet passief, maar waakzaam en aandachtig. Ze vraagt dat ik mijn eigen plannen en zekerheden niet absoluut maak. Het is geen weg van verlies, maar juist van winst, omdat je toelaat dat God in jouw leven tot leven mag komen. Zo groeit liefde: niet jouw zelfgecreëerde liefde, maar Gods liefde, die vaak zeer verschillend zijn van elkaar.
Geloven betekent leren leven met open handen, niet alles vastzetten in plannen, verwachtingen of zelfbeelden. Het vraagt een houding waarin wij toelaten dat God zijn leven in ons laat groeien. Waar wij kleiner worden in zelfgerichtheid, ontstaat ruimte voor liefde. En waar die liefde kan stromen, wordt zichtbaar dat God leven geeft, vandaag, midden in ons bestaan.
Laten we bidden
Goede God,
U kent onze kwetsbaarheid en ons struikelen.
Bewaar ons in verbondenheid met U,
opdat wij niet terechtkomen in leegte.
Leer ons bidden voor elkaar
met een hart dat waakt en meeleeft.
Blijf ons uw leven aanbieden,
ook wanneer wij aarzelen om te antwoorden.
In Christus, onze Heer.
Amen.
Geliefde mensen, mogen wij toestaan dat wat van God komt in ons groeit en richting geeft aan onze dagen.
Laat de kerstboom en de stal nog even staan. Met de Doop van de Heer, die we morgen vieren, sluiten we de kersttijd officieel af.
Genegen, kris
Om mee op weg te gaan
In hoeverre ben ik bereid innerlijk kleiner te worden, zodat Jezus in mij groter kan worden? Ben ik bereid mijn streven naar zelfrealisatie af en toe te bevragen in het licht van het evangelie? Mag Jezus mijn leven zijn?
Mag Jezus mijn leven zijn? Jezus ís mijn leven! een leven zonder Jezus is de dood.
BeantwoordenVerwijderen❤️
VerwijderenJezus zei “sine me nil” (zonder Mij niets - Joh15,5) - mag Jij, Heer, door ons Gods Liefde aan de wereld schenken - wees ons zondaars genadig.
BeantwoordenVerwijderen