Doop van de de Heer - A
Geliefd en gezonden
Tekst overweging: Kris
Uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde.’ Het is de stem van de Vader die zijn liefde openbaart, niet alleen als erkenning van wie Jezus is, maar ook als bevestiging van zijn weg. Deze woorden klinken op het moment dat Jezus uit het water opstijgt, aan het begin van zijn openbaar optreden. Zijn doop is geen randverschijnsel, maar een scharnierpunt dat zijn zending opent, een weg die zich zal ontvouwen in dienstbaarheid, nabijheid en trouw aan Gods gerechtigheid. In deze zending liggen ook de weg van het kruis en de belofte van de opstanding besloten, als de weg waarin de mensheid ten diepste haar verlossing zal ontvangen.
Jezus laat zich dopen midden onder de mensen, solidair met wie verlangen naar nieuw leven. Door die keuze verbindt Hij zich met hun kwetsbaarheid en hun hoop. De geopende hemel maakt zichtbaar dat God zich met deze weg vereenzelvigt. De Geest die op Jezus neerdaalt, de liefde die Vader en Zoon van in den beginne verbindt, openbaart zich als het innerlijk vuur dat Hem draagt en bezielt om Gods zending te volbrengen. Aan dit vuur zullen wij, gelovigen, na de opstanding, en in het bijzonder met Pinksteren, deel krijgen, wanneer diezelfde Geest ons zal bezielen bij onze zending.
‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde.’ Deze woorden mogen wij steeds opnieuw beluisteren wanneer we in de spiegel van ons eigen doopsel kijken. Ook toen, bij ons doopsel, sprak de Vader tot ieder van ons in de liefde van zijn Geest: ‘Jij bent mijn geliefde dochter, mijn geliefde zoon, in jou vind Ik vreugde.’ In het doopsel worden wij opgenomen in Christus zelf. Wie deelt in zijn leven, deelt ook in zijn relatie tot de Vader. Doorheen de Zoon bemint God ieder van ons, en dát is nu juist zijn vreugde.
Laat ons dagelijks neerknielen bij de bron van ons doopsel. Wie zich laat voeden door deze bron, leert zichzelf zien door Gods ogen en groeit in een levenshouding van beschikbaarheid voor de weg die God met ieder van ons gaat. Het doopsel mag geen herinnering zijn aan een ver verleden, maar een levende bron die richting geeft aan het heden.
Die weg heeft ook een gemeenschappelijke gestalte. De Kerk leeft uit Christus en draagt Hem in zich. Zoals de hemel zich opende boven de Jordaan, zo is de Kerk geroepen zich te openen naar de wereld. In het Woord dat zij verkondigt en in de sacramenten die zij viert, mag zij een plaats zijn waar mensen diezelfde stem horen die tot Jezus klonk: 'Ook jij bent mijn geliefde, ook in jou vind Ik vreugde.'
De profeet Jesaja, die we vandaag beluisteren in de eerste lezing, tekent een houding die deze zending kleurt. Geen luid geroep, geen brekend optreden, geen harde hand tegenover wat kwetsbaar is. Het gaat om een weg die kiest voor zachtheid, trouw en volgehouden betrokkenheid.
Laten we deze houding, geworteld in ons eigen doopsel, ons eigen maken. En zo naar elkaar en naar iedere ander kijken, relaties aangaan en ons engageren in een wereld die meer dan ooit snakt naar vrede, liefde en gerechtigheid.
Laten we bidden
God,
spreek ook vandaag
uw woord van liefde over ons uit.
Zend ons in de kracht van uw Geest,
opdat wij leven vanuit Christus
en getuigen van uw vrede.
Vandaag, en alle dagen van ons leven.
Amen.
Geliefde mensen, neem vandaag deze woorden met je mee: ‘Jij bent mijn geliefde zoon, mijn geliefde dochter, in jou vind Ik vreugde.’
Een vreugdevolle feestdag.
kris
Om mee op weg te gaan
Hoe kijk jij naar je eigen doopsel? Is het iets moois uit een ver verleden, of mag het meer zijn dan dat? Zie het als iets dat vandaag leeft, als een bron die ook nu blijft stromen. Sta er bij stil, buig je ernaar toe, drink ervan en leef eruit. Weet je bemind en gezonden.
Reacties
Een reactie posten