zondag 2 door het jaar A

Leren niet te weten

Tekst overweging: Kris

Op het eerste gezicht lijkt het alsof we vandaag opnieuw hetzelfde evangelieverhaal horen als vorige zondag, op het feest van de Doop van de Heer. Het gaat inderdaad over hetzelfde beslissende beginmoment van Jezus’ openbaar optreden, maar het wordt verteld door een andere evangelist. Waar Matteüs ons vorige week vooral meenam in het gebeuren zelf, met aandacht voor de handeling en de openbaring die zich daarin voltrok, laat Johannes ons vandaag meer luisteren naar het getuigenis van Johannes de Doper. Het zijn twee evangelieteksten die elkaar niet herhalen, maar elkaar verdiepen. Samen gelezen vormen ze één rijk geheel.

Laten we eens wat dieper ingaan op twee korte uitspraken van de Doper, zoals we die vandaag lezen.

De eerste luidt: “Ook ik wist niet wie Hij was.” De Doper erkent hier zijn eigen begrenzing, maar spreekt tegelijk vanuit een ontvangen inzicht. Hij belijdt dat Jezus er al was vóór hem, dat Hij van bij het begin aanwezig is bij de Vader, in de liefde van de Geest. De menswording in Betlehem was geen startpunt, maar een openbaring en een belichaming van wat altijd al was. Johannes herkent wie Jezus is en kan daarom getuigen, en toch blijft Jezus voor hem de altijd grotere, voor wie hij kleiner wil worden, opdat de liefde van de Heer in hem ten volle werkzaam kan zijn.

De uitspraak “Ook ik wist niet wie Hij was” is tegelijk een les voor ons. Ze waarschuwt ons ervoor te denken dat we Jezus volledig zouden kunnen kennen of doorgronden. Ons beeld van Christus groeit en verschuift met ons leven. Wat we dachten te weten toen we jong waren, krijgt andere contouren naarmate jaren, ervaringen en kwetsbaarheid zich opstapelen. Bij mensen op hoge leeftijd klinkt soms het eerlijke woord dat zij vandaag niet meer zo zeker weten wie God is. Dat is geen teken van verlies, onwetendheid of zwakte, maar integendeel een teken van rijpheid en nederigheid. Zij voelen aan dat Christus groter is dan hun vroegere voorstellingen en dat zijn liefde dieper en ruimer is dan ze ooit hebben vermoed.

Velen van hen hebben geleerd hoe menselijke woorden, ook in de verkondiging, vaak tekortschoten wanneer het over God ging. Een godsbeeld dat ooit vooral angst opriep, maakt bij velen - God zij dank - geleidelijk plaats voor een dieper vertrouwen in Gods barmhartigheid, wat getuigt van groei en van eerbied voor wat is.

Dan is er de tweede uitspraak: “De Geest bleef op Hem rusten.” Ze verwijst naar wat gebeurde aan de oever van de Jordaan, maar zegt tegelijk iets blijvends. De Geest was van in den beginne aanwezig in Jezus, nog voor zijn menswording te Bethlehem. Vandaag verschijnt deze Geest zichtbaar aan de oever van de Jordaan en tegelijk zal die Geest Hem nadien nooit verlaten, tot over de dood heen.

Die blijvende aanwezigheid van de Geest zegt echter ook iets over hoe Hij aanwezig is bij ons. Ook wij zijn blijvende dragers zijn van diezelfde Geest. De Geest kwam niet enkel over ons bij het moment van ons doopsel of vormsel. Dat waren sacramentele aanrakingen die bijzonder genadevol waren, maar zijn werking beperkt zich niet tot die momenten. De Geest verlaat ons niet en nooit. Hij is altijd bij en in ons aanwezig.

De Geest bidt in ons en blijft in ons bidden, ook als wij lauw worden in ons gebedsleven of zelfs het gebed voor korte of langere tijd verlaten. De Geest bidt zonder ophouden in ons, trouw als Hij is, ontrouw als wij soms zijn. Neem dat wij het gebed voor een tijd verlaten hebben en we nemen het weer op, hoeven we daarvoor geen grote inspanningen te leveren. We mogen ons eenvoudig aansluiten bij het gebed dat al die tijd reeds in ons gebeurde. We sluiten ons aan bij Iets dat ons al die tijd droeg.

Je kan je dan de vraag stellen: Wat heeft ons gebed dan nog voor zin, als de Geest toch al in ons bidt? Maar juist daarin openbaart zich de grote liefde van God. Het gebed is niet in de eerste plaats een vrucht van onze inspanning, maar een gebeuren dat Hij zelf reeds laat plaatsvinden door de voortdurende aanwezigheid en werking van zijn Geest. Onze liefde voor het gebed bestaat erin ons aan te sluiten bij die biddende Geest, in tijd, stilte, lofzang en smeekbede. Het gaat erom je te laten opnemen door de Geest, zoals hout zich laat opnemen door het vuur dat reeds brandt in de haard. De gloed en de vlammen zorgen voor die opname en vertering. Dat is bidden.

We hadden het over “Ook ik wist niet wie Hij was” en “De Geest bleef op Hem rusten” Ook dit 'Van Woord naar leven' blijft een gebrekkige poging om iets te zeggen over God en over het gebed. In werkelijkheid overstijgt Hij elk menselijk inzicht en elke formulering. Laten we ons daarom buigen voor de altijd grotere God, de Allerhoogste. Moge Hij ons opnemen in zijn Drie-ene Liefde.

Laten we bidden

Heer,
wij beseffen hoe klein onze woorden zijn.
Neem ons zoals wij zijn,
met onze vragen en ons zoeken.
Moge uw Geest ons dragen
en ons leven openen voor uw liefde.
In uw naam.
Amen.

Geliefde mensen, mogen wij samen leren rusten in wat ons overstijgt en toch nabij is.
Een vredevolle zondag,
kris


Om mee op weg te gaan

Heb je ook wel eens het gevoel dat elk woord je ontsnapt wanneer je iets wil zeggen over God? Dat is een goed teken. Dit gevoel van onvermogen is een gave waarin God wil neerdalen om de grootte van zijn liefde te tonen. Laat maar gebeuren.

Reacties

  1. Bidden zonder woorden
    Hoofd leeg, stilte, niets, helemaal niets
    Kan zo zalig zijn
    Fijne zondag
    Ria

    BeantwoordenVerwijderen
  2. de "wolk van niet-weten". een anonieme 14e eeuwse mysticus wist er van...

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. <3 <3 <3
      Zo doen mijn kleinkinderen dat als ze akkoord zijn
      👏👏👏

      Verwijderen
  3. Dit evangelie waarin Johannes getuigt, lijkt lijnrecht te staan tegenover de tekst waar Johannes vanuit de gevangenis zijn volgelingen opdraagt aan Jezus te vragen of Hij de komende, de gezalfde is. Ik ben ervan overuigd dat Johannes dit deed om zijn leerlingen de focus op Jezus te laten leggen. Johannes zelf twijfelde (m.i.) helemaal niet.
    Een hartelijk dank aan Kris en Ricky voor de geweldige verdiepingen en uitwerkingen! Fijne zondag iedereen! Ine

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Deze woorden troffen me:
    'Het gaat erom je te laten opnemen door de Geest, zoals hout zich laat opnemen door het vuur dat reeds brandt in de haard.'
    Dit is bidden, wat een prachtig beeld, Het gaat niet vanzelf, het gebeurt door de werking van de Geest in ons, die het moment weet wanneer we er ontvankelijk voor zijn. Ik heb ook ooit een open haard gehad, en soms gooide ik er nieuw hout op, maar pakte het niet, andere keren vatte het meteen vlam...
    Ricky

    BeantwoordenVerwijderen
  5. 'Leren niet te weten'. Prachtige titel. Niet weten moet je inderdaad leren. Knap gevonden!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten