dinsdag in de 7e paasweek
Gedragen in gebed
Tekst overweging: Kris
Paulus bevindt zich in Milete, aan de westkust van Klein-Azië, en laat de oudsten van de christengemeente van Efeze bij zich komen. Het is geen gewone ontmoeting. Het heeft iets van een afscheidstoespraak. Paulus voelt aan dat een beslissende fase in zijn leven nadert. Hij is onderweg naar Jeruzalem, innerlijk gedreven door de Geest, terwijl hij tegelijk beseft dat lijden en gevangenschap hem wachten. Vanaf dit punt in Handelingen begint meer en meer de weg van Paulus naar zijn gevangenschap en uiteindelijk naar Rome.
Wat volgt, zijn woorden van iemand die terugkijkt op zijn leven zonder zichzelf centraal te plaatsen. Paulus somt geen prestaties op. Hij spreekt over tranen, over weerstand, over dienen. Er klinkt geen verbittering in door, ook geen behoefte om zichzelf te verdedigen. Hij wil vooral dat het evangelie verder leeft in de mensen die achterblijven. Daarom zegt hij dat hij niets heeft achtergehouden van wat heilzaam kon zijn.
Veel mensen dragen verantwoordelijkheid voor anderen: als ouder, partner, vriend, vrijwilliger, zorgverlener, pastor of collega. Dan rijst soms de vraag wat wij eigenlijk nalaten in een mensenleven. Niet hoeveel indruk wij gemaakt hebben, maar of iemand door ons iets heeft mogen ervaren van hoop, trouw of barmhartigheid. Paulus spreekt als iemand die zijn handen niet leeg heeft gehouden tegenover de mensen die hem waren toevertrouwd.
In het evangelie bevinden we ons eveneens in woorden van afscheid. In deze dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren laat de liturgie ons telkens luisteren naar delen uit de grote afscheidsrede van Jezus in het Johannesevangelie. Jezus spreekt met de Vader in de stilte van de avond voor zijn lijden. Johannes laat ons hier luisteren naar woorden die eigenlijk te groot zijn om ze ten diepste te bevatten. Jezus spreekt over zijn oorsprong bij de Vader, over de zending die Hij ontvangen heeft, over de mensen die Hem werden toevertrouwd. Alles ademt diepe verbondenheid.
Wat vandaag opvalt, is dat Jezus bidt voor zijn leerlingen die in de wereld blijven. Zij blijven achter met hun kwetsbaarheid, hun angst, hun vragen en twijfels, met hun onbegrip, hun innerlijke strijd en hun radeloosheid, misschien ook met het pijnlijke gevoel dat zij zich hebben toevertrouwd aan een weg die zij zelf nog nauwelijks begrijpen. Die broosheid is ook vandaag in de Kerk aanwezig. Ook daar leven mensen die zoeken naar woorden, die soms twijfelen, worstelen of bij wie het geloof soms, om met Johannes van het Kruis te spreken, aardedonker wordt. Dat geldt niet alleen voor gewone gelovigen, maar evenzeer voor priesters, bisschoppen en pausen.
Daarbij is niemand “af”. Iedereen is onderweg en draagt zijn eigen geschiedenis, zijn eigen groei en zijn eigen gevechten mee.
En daar komt nog bij dat mensen voortdurend botsen met elkaar, elkaar vaak moeilijk begrijpen, of raken zij ontgoocheld in elkaar, of in de Kerk. Het komt allemaal voor en is dus des mensen.
En niet onbelangrijk: midden dit alles draagt de Kerk ook het onbegrip van een wereld waarin geloof steeds minder vanzelfsprekend geworden is, zeker hier in de Lage Landen. Toch blijft Jezus zijn leerlingen, en met hen ons allen, toevertrouwen aan de Vader.
Dit gebed van Jezus zegt dat wij ons als onaffe mensen, midden in een zoekende wereld, geborgen mogen weten in Gods hart. Jezus schaamt zich niet voor zijn kwetsbare leerlingen. Hij bidt voor hen. En misschien mogen ook wij elkaar, en de hele wereld, meer dragen in gebed. Soms is gebed voor elkaar het meest liefdevolle wat een mens voor een ander kan doen. We zijn een geloofsgemeenschap die elkaar en allen rondom ons blijft toevertrouwen aan Gods liefde.
Zowel Jezus als Paulus weten dat een afscheid nadert. Beiden denken niet eerst aan zichzelf. Hun aandacht gaat naar de mensen die verder moeten. Misschien is dat ook een vorm van geestelijke rijpheid: dat een mens steeds minder rond zichzelf draait, en steeds meer ruimte maakt voor de ander, en voor God in die ander.
Laten we bidden
Vader,
leer ons vertrouwen
dat wij als onaffe mensen
toch geborgen mogen zijn in uw hart.
In Christus, onze Heer.
Amen.
Om mee op weg te gaan
Zijn wij er ons van bewust dat Christus ons blijft dragen in zijn gebed tot de Vader? Moge die genade zichtbaar worden in de manier waarop wij leven, spreken en omgaan met anderen. Mogen wij Paasmensen zijn.
Reacties
Een reactie posten