vrijdag in week 9 door het jaar
Het Woord als een licht op mijn pad
Tekst overweging: Kris
Vandaag horen we een evangelie dat op het eerste gezicht wat merkwaardig overkomt. Jezus gaat in gesprek met de schriftgeleerden over de messias. Velen verwachtten een afstammeling van koning David die Israël zou bevrijden. Jezus ontkent die verwachting niet, maar Hij nodigt zijn toehoorders uit om verder te kijken. De messias is meer dan een zoon van David. Hij is groter dan David zelf. Eigenlijk stelt Jezus hier dezelfde vraag die elders in het evangelie heel rechtstreeks klinkt: ‘En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?’ (Mc 8,29).
Die vraag heeft doorheen de eeuwen niets van haar actualiteit verloren. Wie is Jezus voor ons? Wie is Hij voor mij? En ben ik bereid Hem niet alleen te bewonderen, maar ook als Heer te volgen?
Het geloof van de Kerk, gegrond in de Schrift, belijdt Jezus als het mensgeworden Woord van God (Joh. 1,14). In Hem is God zelf naar ons toegekomen. Wie naar Jezus kijkt, ziet meer dan een profeet, een leraar of een inspirerend mens. In Hem wordt zichtbaar wie God is. Daarom kan Jezus ook zeggen: ‘Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien’ (Joh 14,9).
Maar daarmee dient zich meteen een tweede vraag aan. Als Jezus werkelijk het mensgeworden Woord van God is, hoe leren wij Hem dan kennen? Hoe ontdekken wij wat Hij gezegd heeft, wat Hem bezielde en wat het betekent Hem vandaag na te volgen?
Op dat punt brengt de eerste lezing ons bij een belangrijk antwoord. Paulus schrijft aan Timoteüs: ‘Je weet wie je leraren waren en bent van kindsbeen af vertrouwd met de heilige geschriften, die je wijsheid kunnen geven, zodat je wordt gered door geloof in Christus Jezus.’ Even verder zegt hij: ‘Alles wat de Schrift zegt is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een rechtschapen leven.’
De Schrift vormt, samen met de levende traditie van de Kerk, de meest authentieke en betrouwbare bron om Christus te leren kennen. Wanneer wij het evangelie lezen, lezen wij niet zomaar een verslag uit een ver verleden. Wij ontmoeten er de Heer zelf. Natuurlijk zien wij zijn fysieke gelaat niet zoals de leerlingen Hem zagen langs de wegen van Galilea. Toch leren wij in het evangelie zijn hart kennen, zijn bewogenheid, zijn manier van omgaan met mensen, zijn liefde voor de armen, zijn gehoorzaamheid aan de Vader, zijn barmhartigheid en zijn trouw tot op het kruis.
Het evangelie lezen is daarom veel meer dan woorden bestuderen. Het is luisteren naar de levende Christus die door zijn Geest tot ons spreekt. Naar het Woord luisteren is Christus ontvangen. Op een verborgen wijze komt Hij ons tegemoet in de Schrift. Zoals Hij eens werd neergelegd in de kribbe van Betlehem, zo geeft Hij zich ook vandaag aan ons in het Woord dat in de Kerk wordt verkondigd.
Vaak voelen mensen hun gebedsleven als dor en droog aan, alsof de Heer zwijgt. Dat is een ervaring die veel gelovigen kennen. De Heer leidt mensen soms door perioden waarin zijn aanwezigheid minder voelbaar lijkt. We gaan daar nu niet verder op in. Maar mijn punt is: niemand hoeft te wachten op gevoelens, gewaarwordingen of ervaringen om naar de Heer te luisteren. Elke dag ligt de Schrift voor ons open. Elke dag reikt de Kerk ons woorden aan die door de eeuwen heen gelovigen hebben gevoed. Dus ook al lijkt ons gebed dor en droog, in het lezen of beluisteren van het Woord ontmoeten we Christus. En dat staat los van het voelbare. De Heer spreekt in het Woord, ook zonder het voelen. Daarom kan niemand zich beroepen op de droogte van zijn gebed om niet naar de Heer te luisteren.
Echte navolging begint bij het luisteren. Een van de meest fundamentele oproepen van de Schrift luidt: ‘Hoor, Israël’ (Deut. 6,4). Ook het evangelie nodigt ons dagelijks uit om naar de Heer te luisteren. God spreekt, wij luisteren en geven antwoord. Zijn spreken gaat altijd vooraf. In de Schrift neemt Hij zelf het initiatief. Hij richt zich tot mensen, openbaart zijn hart en nodigt hen uit tot gemeenschap met Hem. Daarom is het openen van de Bijbel nooit zomaar het lezen van een tekst; het is ruimte maken voor de levende God die zich tot ons richt.
En eigenlijk is het meer: het Woord uit de Schrift vormt ons, het doet ons inzien, het zet ons aan tot onderscheiden. Juist omdat het het Woord van de Heer is, is het vol van genade. In de Hebreeënbrief lezen we: ‘Het woord van God is levend en krachtig, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden’ (Heb. 4,12). Dat betekent dat Gods Woord ons van binnenuit wil vormen. Het bevestigt ons waar wij op de goede weg zijn, maar het stelt soms ook vragen bij onze keuzes, onze houdingen en onze motieven. Juist daarin ligt de kracht van de Schrift.
Het vers vóór het evangelie van vandaag zegt waarover het eigenlijk gaat: ‘Uw woord is een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad’ (Ps 119,105). Een lamp verlicht meestal niet de hele weg tegelijk. Zij schenkt voldoende licht voor de volgende stap. Zo begeleidt Gods Woord ons dag na dag op onze pelgrimage met Christus, zodat het vrucht draagt in ons denken, spreken en handelen.
Laten we bidden
Heer,
geef dat wij in uw Woord
uw stem mogen herkennen.
Moge het vrucht dragen
in ons dagelijks leven.
Amen.
Geliefde mensen, mogen wij vreugde vinden in Gods Woord en het omzetten in daden van liefde.
Een toegewijde vrijdag,
kris
Om mee op weg te gaan
Ontmoet ik in het Woord de Heer? Maak ik tijd om naar Hem te luisteren? Laat ik toe dat zijn Woord mijn leven richting geeft?
Reacties
Een reactie posten