woensdag in week 14 door het jaar
Een zending vol ontferming
Tekst overweging: Kris
Gisteren hoorden we hoe Jezus de mensen zag als schapen zonder herder. Hij werd door diep medelijden bewogen en sprak over een grote oogst die wachtte om binnengehaald te worden. Die oogst zijn de vele mensen die, vaak zonder het zelf te beseffen, verlangen naar waarheid, liefde, vergeving en vrede. De schapen zonder herder zijn mensen die zoekend door het leven gaan en nood hebben aan iemand die hun de weg naar God wijst. Daarom roept Jezus arbeiders voor zijn oogst en herders die zijn kudde met dezelfde bewogenheid dienen als Hijzelf.
Vandaag spreekt Jezus opnieuw over schapen. Ditmaal noemt Hij hen de "verloren schapen van het volk van Israël".
Waarom Israël? Dat kan voor ons vreemd klinken. Heeft Jezus dan alleen oog voor Israël? Heeft Hij een voorkeur voor één volk? Nee. Jezus begint waar Gods heilsweg begonnen is. Israël is het volk dat God heeft uitgekozen om zijn verbond te dragen en uiteindelijk tot zegen te zijn voor alle volken. Daarom richt Jezus zich eerst tot de verloren schapen van Israël. We weten dat dit geen eindpunt zal zijn. Na zijn verrijzenis zal Hij zijn leerlingen uitzenden met de woorden: "Ga en maak alle volkeren tot mijn leerlingen" (Mt. 28,19). De zending die in Israël begint, zal uitgroeien tot een zending die de hele wereld zal omvatten.
Ook het woord "verloren" verdient onze aandacht. In onze taal klinkt dat vaak alsof alle hoop verdwenen is. In de Bijbel heeft het een andere klank. Het betekent eerder: verdwaald, de weg kwijt, afgedwaald van de Herder. Jezus denkt hier dus niet in de eerste plaats aan mensen die afgeschreven zijn, maar aan mensen die gezocht moeten worden. Denk aan de gelijkenis van het verloren schaap (Lc. 15,3-7). De herder laat de negenennegentig schapen achter om dat ene schaap te gaan zoeken. Niet omdat het meer waard is dan de anderen, maar omdat het kostbaar is en niet vergeten mag worden.
Wie zijn die verloren schapen vandaag? Dat zijn mensen die ontmoedigd zijn geraakt, gekwetst werden, eenzaam zijn of vermoeid door het leven. Het zijn mensen die de weg kwijt zijn geraakt en soms ook God uit het oog hebben verloren of niet meer weten waar of hoe zij Hem kunnen vinden. Dat kan het gevolg zijn van eigen keuzes, maar evenzeer van wat het leven hun heeft aangedaan.
En als we eerlijk zijn, herkennen we onszelf daar ook wel eens in. Ook wij kunnen perioden kennen waarin we de weg kwijt zijn, waarin God ver weg lijkt of waarin we niet meer weten welke richting ons leven uit moet.
Juist naar die mensen, en dus ook naar ieder van ons, gaat Jezus uit. Waar mensen verloren lopen, waar zij zichzelf of God zijn kwijtgeraakt, daar gaat Hij op zoek.
Opvallend is ook dat de twaalf leerlingen vandaag één voor één bij naam genoemd worden. Het is meer dan een eenvoudige opsomming. God roept geen anonieme mensen. Hij kent ieder bij zijn naam en vertrouwt ieder een eigen plaats toe in zijn zending.
Zelfs Judas Iskariot wordt met naam genoemd. Matteüs kiest ervoor om die ene die Jezus zal verraden niet te verzwijgen. Dat is veelzeggend. Alles mag gezegd worden, ieder mag vernoemd worden.
Jezus kiest geen volmaakte mensen. Hij vertrouwt zijn zending toe aan gewone, kwetsbare mensen, wetend dat zij kunnen falen en zich zelfs door het kwaad kunnen laten leiden. Judas herinnert ons eraan hoe dicht goed en kwaad soms naast elkaar kunnen bestaan, ook in het hart van een leerling.
Dat Judas met name wordt genoemd, onderstreept dat Gods roeping niet afhankelijk is van menselijke volmaaktheid. Zelfs waar mensen falen of het kwaad ruimte geven, blijft God zijn heilsplan verderzetten.
De opdracht van de twaalf is intussen ook onze opdracht geworden. Jezus zendt ook ons uit. Niet ieder van ons zal zieken genezen of onreine geesten uitdrijven zoals de apostelen, maar wij mogen wel meewerken aan wat mensen opricht, bevrijdt en nieuw leven schenkt. Wij hoeven niemand te veroordelen, laat staan af te schrijven. Integendeel, het behoort tot onze roeping mensen te helpen de weg naar de Goede Herder te vinden en ieder te laten ervaren dat hij of zij kostbaar is, en blijft, in Gods ogen.
Laten we bidden
Heer,
laat ons nooit vergeten
dat niemand voor U verloren is.
Maak ook ons tot mensen
die anderen de weg naar U helpen vinden.
Amen.
Geliefde mensen, laten wij elkaar helpen om God niet uit het oog te verliezen.
Een toegewijde woensdag,
kris
Om mee op weg te gaan
Jezus noemt ook jou bij naam wanneer Hij mensen roept om mee te werken aan zijn zending. Op de plaats waar je woont, leeft en werkt, nodigt Hij je uit oog te hebben voor mensen die de weg kwijt zijn geraakt of God uit het oog hebben verloren. Moge je, vanuit een innige verbondenheid met Hem, de juiste woorden vinden, de juiste houding aannemen en de juiste gebaren stellen, zodat Gods liefde door jou zichtbaar mag worden.
Misschien herken je jezelf vandaag eerder in de verloren schapen dan in de gezonden leerlingen. Ook wij kunnen de weg kwijtraken of God uit het oog verliezen. Durf je door Jezus te laten vinden? Kniel neer en bid. Open je handen en je hart voor Hem. Wees ook niet bang de hulp van anderen te vragen op je geloofsweg. God vindt ons vaak juist door de mensen die Hij op onze weg plaatst.
Reacties
Een reactie posten