donderdag in de 7e paasweek

De kracht van het getuigenis

Tekst overweging: Kris

De eerste lezing neemt ons vandaag mee naar het Sanhedrin, de hoogste Joodse raad, waar Paulus zich moet verantwoorden tegenover de hogepriesters en schriftgeleerden. De spanning is groot. Sommigen willen hem veroordelen, anderen zoeken naar wat hij werkelijk wilde zeggen. Paulus weet dat de vergadering verdeeld is tussen sadduceeën en farizeeën. De sadduceeën geloven immers niet in de verrijzenis van de doden, terwijl de farizeeën daar wel in geloven. Wanneer Paulus zegt dat hij terechtstaat omwille van de hoop op de verrijzenis, verandert plots de hele situatie. Wat eerst leek op een juridische of politieke zaak, wordt nu een vraag naar het hart van het geloof zelf. Uiteindelijk ontstaat er zo’n grote onrust dat de Romeinse soldaten moeten tussenkomen om Paulus in veiligheid te brengen.

Maar kijk naar dat bijzonder teder en krachtig moment in de nacht. De Heer zelf verschijnt aan Paulus met de woorden: “Houd moed! Want zoals je in Jeruzalem getuigenis van Mij hebt afgelegd, zo moet je ook in Rome van Mij getuigen.” Christus bevestigt dat Paulus niet alleen staat. Zijn leven wordt gedragen door de verrezen Heer. Deze lezing is niet zomaar een verslag. We horen iets over de band tussen de Heer en Paulus. Het is het hart, de kracht en de genade van Paulus' leven. Daarom kan hij ook spreken met zoveel innerlijke vrijheid en moed.

Paulus spreekt vanuit zijn geloof in de opstanding. Ook wij worden uitgenodigd om ons geloof in de verrijzenis ernstig te nemen. Dat geloof mag zich niet beperken tot een gedachte voor later. Het raakt ook aan de manier waarop wij vandaag leven, omgaan met lijden, ouder worden, loslaten en sterven. Hoe spreken wij met elkaar over de dood? Alleen in termen van afscheid en verlies? Of leeft er ook iets van vertrouwen dat ons leven verder gedragen blijft in God? Wanneer wij afscheid nemen van een geliefde, wanneer wij een kerkhof bezoeken, wanneer ons eigen lichaam kwetsbaar wordt, dan komen die vragen heel dichtbij. Christus is door de dood heen gegaan en heeft de weg geopend naar het leven bij de Vader. Wij mogen, in geloof, ons leven en sterven verbinden met zijn Pasen.

Deze lezing uit Handelingen nodigt ons ook uit tot getuigenis. Waarschijnlijk niet zoals Paulus voor een of ander Sanhedrin, maar midden in het gewone leven. In de manier waarop wij spreken over het einde van het leven. In onze houding en nabijheid wanneer iemand ziek wordt. In de zorg waarmee wij nabij blijven aan mensen die verdriet dragen. Soms kunnen enkele woorden, een eenvoudig gebed, een wijze van nabij zijn, een diep getuigenis zijn van de verrezen Christus. En sterker nog: we mogen geloven dat deze vorm van getuigenis genade in zich draagt. De Heer zegent niet alleen de ontmoeting, Hij schenkt er ook troost, licht, inzicht en kracht. Getuigenis is niet iets puur van onszelf. In wezen is het de Heer die zichzelf kenbaar maakt en genadevol aanwezig is.

Waar we in de eerste lezing lezen over verdeeldheid in het Sanhedrin, horen we Jezus in het evangelie bidden om eenheid. We beluisteren nog steeds zijn lang gebed tot de Vader op de vooravond van zijn lijden en sterven. Net zoals gisteren in het evangelie bidt Hij ook vandaag: “Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in Ons zijn.”
Zoals al eerder gezegd is deze eenheid veel meer dan goed overeenkomen of conflicten vermijden. Jezus spreekt over een verbondenheid die geworteld is in Gods eigen liefde. Meer dan wie ook weet Jezus hoe belangrijk het is in die eenheid te blijven. Wanneer die verbondenheid namelijk verdwijnt, dreigt ieder zijn eigen geloof te maken, aangepast aan wat hem goed uitkomt. Dan wordt geloof iets dat zich richt naar persoonlijke voorkeuren, naar gevoelens of naar de geest van de tijd. Jezus weet hoe kwetsbaar zijn leerlingen zullen zijn wanneer Hij niet meer zichtbaar onder hen aanwezig zal zijn. Hij wist dat voor zijn leerlingen, Hij weet dat voor ons. Daarom bidt Hij dat zij en wij allen verbonden blijven met Hem en met elkaar. Alleen in die verbondenheid met Hem kan de Kerk werkelijk in waarheid getuigen van Gods liefde.

Het is vandaag donderdag en we naderen stilaan het feest van Pinksteren. Meer dan ooit hebben we de Geest nodig. Het geloof is immers geen theorie of iets wat wij enkel vanuit ons verstand kunnen opbouwen. De Geest wil ons van binnenuit binnenleiden in de waarheid van Christus. Hij zal ons alles in herinnering brengen als een innerlijk licht dat tevens de genade in zich draagt waardoor wij ons steeds meer kunnen toevertrouwen aan God. Ook de gave van het getuigen zullen wij van de Geest ontvangen. De juiste houding. De juiste woorden. Ook de kracht om trouw te blijven in een samenleving waar het geloof niet direct het eerste gespreksonderwerp meer is.

Laten we in deze dagen voor Pinksteren vooral biddende mensen zijn. Het gaat de komende dagen alsmaar mooier en warmer weer worden. Laat ook dat een uitnodiging zijn. Probeer in het beeld van de zon, in de warmte van haar stralen, iets te ervaren van de warme gloed van de Geest die God ons wil schenken, en vandaag reeds schenkt. Zoals onze stranden weer vol zullen liggen van mooi gebruinde of roodverbrande mensen, zo mogen wij zonder al te veel woorden biddend voor God staan. Laat je ziel door Hem bruinen. Heet Hem welkom.
Kom heilige Geest.

Laten we bidden

Vader,
moge uw Geest
ons van binnenuit vormen
tot mensen van geloof,
vertrouwen en verbondenheid.
Moge de Geest ons doen leven
vanuit het Pasen van de Heer.
Geef ons de moed om van Hem te getuigen
in de eenvoud van elke dag.
In zijn naam.
Amen.

Geliefde mensen, mogen wij als pelgrims van hoop groeien in een geloof dat warmte, rust en licht uitstraalt.
Zegen over deze dag.
kris


Om mee op weg te gaan

Kunnen we in onze woorden en in onze nabijheid ons toevertrouwen aan de Geest, zodat de Heer door ons heen mensen mag bemoedigen, sterken en dragen?

Reacties