maandag in week 11 door het jaar

Vragen en vragen is twee

Tekst overweging: Ricky Rieter

Al meerdere keren hadden we te maken met koning Achab. Hij is nog steeds de man gebleven die zich allesbehalve koninklijk gedraagt. Als koning is hij geroepen om vertegenwoordiger van God te zijn.

Achab heeft een wijngaard naast zijn paleis. Hij ziet bij zijn buurman Nabot dat deze ook een wijngaard heeft. Zijn begeerte naar dat deel erbij ontbrandt in hem. Hij vraagt zijn buurman of hij de wijngaard wil verkopen, en zal er eventueel goed voor betalen, zodat hij er zelfs een grotere voor aan kan leggen op een andere plek. Het lijkt een aardig aanbod, en het is een legitieme vraag. Nabot antwoordt: ‘De Heer verhoede dat ik de grond die ik van mijn voorouders heb geërfd aan u zou afstaan.’

De vraag van de koning blijkt toch niet helemaal zuiver te zijn, want hij luistert niet naar het antwoord van Nabot. De koning wordt woedend, wordt er ‘ziek’ van dat Nabot hem niet tegemoet wil komen. Achab trekt zich terug en wil zelfs niet meer eten. Izebel, zijn vrouw, weet er wel raad op. Ze verzint meteen een list, schrijft brieven (in naam van Achab) naar de oudsten van de stad, met het koninklijk zegel, dus gewaarborgd. Inhoud van de brief: afkondiging van een vastendag in een samenkomst met Nabot tamelijk vooraan en twee oudsten die het spel mee moeten spelen. Ze doen dat gewetenloos en beschuldigen Nabot van godslastering en majesteitsschennis.

Dit loopt uit op de steniging van Nabot. In hoeverre Achab hiermee instemde, wordt niet verteld. Koningin Izebel heeft het misschien wel alleen voor elkaar gekregen. Toen Nabot dood was, nam Achab de wijngaard in bezit.

Vragen en vragen is twee. Vragen kunnen neutraal overkomen, maar soms, zoals ook nu, achteraf heel dwingend worden. Deze vraag bleek geen vraag te zijn, maar betrof de dwingende begeerte van de koning.

Hoe stellen wij zelf onze vragen als we iets heel graag willen: poeslief of dwingend? Zowel het een als het ander voelt niet als respect voor het antwoord van de ander. Nabot gaf een eerlijk antwoord, maar werd niet gehoord omdat de koning daar helemaal geen oor voor had. Als jij de ander iets vraagt, is het belangrijk dat die ander zich vrij mag voelen om een eerlijk antwoord te geven, ook als dat iets anders is dan het antwoord dat jij verwacht en het je bijvoorbeeld pijn kan doen of teleurstellen. Dat geldt natuurlijk in twee richtingen.

Als wij zelf ergens voor gevraagd worden, mogen we diep in onszelf voelen wat ons wezenlijke antwoord is, zonder ons te laten bepalen door de teleurstelling van de ander tegen wie we ‘nee’ gaan zeggen. Geen onzuiver ‘nee’, geen zijmotieven, geen smoesjes, maar eerlijk zeggen zoals het echt is. Dat is niet altijd gemakkelijk.

We schakelen over naar de tekst uit de bergrede van Jezus die in het boek Matteüs geschreven staat. Hoe kunnen we de tekst uit 1 Koningen rond koning Achab verbinden met de bergrede? Of kan dat helemaal niet? De bergrede lijkt strenger dan we in de realiteit van ons leven vaak toe kunnen passen. Ik neem nu alleen maar de laatste zin uit de perikoop van vandaag:

Als iemand iets van je vraagt, geef het hem, en keer je niet af van iemand die geld van je wil lenen.

Ook nu mogen we de vraag als het ware toetsen op de eerlijkheid van de ander. Is die persoon in nood, en kun je de ander helpen, waarom zou je het dan niet doen?

De moeilijkheid is dat je niet kunt weten of die ander echt in nood is. Is de vraag zuiver, dan zeggen je gevoelens: gewoon doen. Maar de ervaring van veel mensen is dat je niet weet of de ander te vertrouwen is. Ik ken een voorbeeld van iemand die voor duizenden euro’s bestolen is. Het is een rechtszaak geworden, en al stond de persoon die bestolen was in zijn recht, het is, ondanks alle pogingen en onderzoeken, en ondanks de rechtspraak en de gevangenschap van de schuldige, toch nooit terechtgekomen.

Blijft het feit dat ‘het slachtoffer’ zelf zuiver heeft gehandeld, want hij vertrouwde de ander, had met hem te doen en werd telkens in het oneerlijke spelletje meegenomen.

Hoe weet je dat de vrager te vertrouwen is? Juist in deze tijd worden veel mensen bedrogen, omdat ze een liefdevolle aard hebben, zelf kwetsbaar zijn en weten in welke nood iemand kan verkeren. Wat Jezus in de bergrede bedoelt, is duidelijk. Wat mensen die in deze tijd leven moeten doen, daar zijn geen regels voor. Het ‘geven’ kan mensen in het bloed zitten. Het geven is goed, maar wanneer gaan er belletjes rinkelen en hoe kunnen mensen zich ertegen beschermen als er misbruik van hen wordt gemaakt? In mij komt het woord waakzaamheid op. Luisteren naar je gevoelens, gebed, onderscheidingsvermogen, hulp in zo’n precaire situatie.

Zoals ‘vragen’ getoetst moet worden op echtheid, zo moet ‘geven’ ook getoetst worden. De personen die vragen en geven zijn allebei mensen met gebreken. Wat ieder van ons kan doen, is letten op je innerlijke stem, en wat je ook vraagt of geeft, bijvoorbeeld een bos bloemen aan iemand, hoe zuiver doe je dat? Bijvoorbeeld omdat je van die ander ook een bos bloemen kreeg met je verjaardag? Motieven zuiveren is huiswerk voor ieder van ons! We hebben er zo vaak mee te maken!

Laten we bidden

Goede God, zuiver ons binnenste!
In de bergrede roept Jezus ons op
om soms het tegengestelde te doen
van hetgeen ons van harte wordt ingegeven.
Wil ons leren hoe we hiermee om moeten gaan.
Help ons om onze zuiverheid te bewaren
in al wat we doen en laten,
en geef ons waakzaamheid
om te weten wat Uw stem is
en wat de onze.
Zegen onze levens en de levens van ieder
waarmee we te maken hebben.
Moge ons vertrouwen in mensen
niet voorgoed geschaad worden
als iemand misbruik van ons maakt.
Geef inzicht, ook aan die mensen,
en wees ons allen genadig,
door Jezus, ons aller Broeder.
Amen

Goede vrienden, vertrouw en bid voor elkaar en voor mensen in de wereld.
Moge ook deze maandag een zuivere dag worden, met de zon in ons hart.£
Ricky


Voor onderweg om nog eens over na te denken

Neem eens een zinnetje uit de bergrede dat je erg aanspreekt. Dat kan zijn omdat je het een onmogelijke opgave vindt, of juist omdat je wilt kijken hoe jijzelf erin staat bij een concrete situatie. Wat zou je dan gaan doen? Sputteren: dat kan toch niet, of uitproberen wat je gevoel je ingeeft, of twijfelen aan de opdracht?

Reacties