vrijdag in de 2e paasweek

Wat kunnen wij doen ?

Tekst overweging: Kris

Een menigte verzamelt zich rond de Heer, hongerig naar woorden en brood. Jezus wendt zich tot Filippus. De mensen hebben immers honger. Filippus begint meteen te rekenen: tweehonderd denarie zijn niet genoeg. Menselijke logica botst op de realiteit van tekorten. We zien dat ook vandaag. Ook wij kijken vaak naar onszelf en onze beperkte mogelijkheden en zeggen: wat wij kunnen is te weinig, onze middelen zijn ontoereikend, onze woorden te zwak. Er zijn steeds minder priesters, en de enkelen die overblijven krijgen steeds meer opdrachten en hollen van parochie naar parochie. De eucharistie raakt uit beeld. Het doopsel wordt een zeldzaamheid. Pasen lijkt soms herleid tot paaseitjes en lentefeesten. In parochieploegen zoeken mensen vergeefs naar opvolgers. Jongeren vinden nauwelijks aansluiting. En dan klinkt het in ons hoofd: ocharme, wat zijn we toch beperkt, wat kunnen we doen?

Maar Jezus zegt: rustig, laat iedereen gaan zitten. Breng wat je hebt. Ik doe de rest. God vraagt van zijn Kerk niet dat ze een gemeenschap van helden is die voor alles een oplossing vindt. Hij zoekt mensen die zich toevertrouwen, die met open handen en een warm hart hun plaats innemen in Gods verhaal. Jezus wil leven en werken door ons heen – dáárover gaat het. Laat dat ons gebed zijn: dat Hij door ons heen zijn Koninkrijk bouwt. Laat ons medescheppers zijn, in verbondenheid met Hem. Los van Hem loopt het vroeg of laat vast.

Het is dat waarnaar Gamaliël verwijst in de eerste lezing. Hij wijst op eerdere bewegingen, op Teudas en op Judas de Galileeër, die met veel enthousiasme begonnen en vele volgelingen hadden, maar uiteindelijk verdwenen. Wat louter mensenwerk is, dooft uit. Wat van God komt, blijft. Daar waarschuwt hij voor, en wat dat betreft heeft hij gelijk.

Dat geldt ook voor ons. Waar wij bouwen op eigen kracht, op strategieën en plannen die loskomen van de levende bron, verliest het geheel zijn innerlijke kracht. Het kan een tijd standhouden, soms zelfs succesvol lijken, maar op termijn dooft het uit omdat het mensenwerk blijft. Waar wij ons toevertrouwen aan Christus, groeit iets dat verder reikt dan onszelf. Daar ontstaat leven dat zich vermenigvuldigt door de genade van de Heer.

Daar ligt de roeping van de Kerk. Zij leeft niet uit zichzelf, maar uit Christus. Hij is haar fundament, haar hoeksteen, het hart dat haar bezielt. Vanuit Hem ontvangt zij haar zending en haar vruchtbaarheid. De Kerk is zijn lichaam, en zijn leven stroomt door haar heen. Wanneer zij die verbondenheid verliest, raakt zij haar richting kwijt. De geschiedenis leert dat ook de Kerk, wat dit betreft, haar zwarte bladzijden kent. Waar de verbondenheid met de Heer levend blijft, wordt zij een waarachtig teken van Gods liefde voor de wereld.

In het evangelie stelt Jezus aan Filippus de vraag waar ze brood kunnen kopen om de vele mensen te eten te geven. Diezelfde vraag klinkt vandaag in het leven van de Kerk. Ze wordt uitgenodigd om te kijken naar de noden van deze tijd en om daarop te antwoorden. In de vele catecheses, toespraken en homilieën van paus Leo horen we hoe hij die vraag van Jezus telkens opnieuw opneemt: hij benoemt wat leeft in de Kerk en in de wereld. Zo helpt hij de Kerk om te zien en te luisteren, en om de vragen van deze tijd niet uit de weg te gaan. Tegelijk blijft hij verwijzen naar de bron. Het kerkelijk engagement vindt zijn kracht in de verbondenheid met Christus, die leeft en werkt in zijn Kerk. Wanneer Hij ruimte krijgt, ontstaat er een dynamiek die van binnenuit draagt. De Kerk is geroepen te arbeiden in de wijngaard van de Heer opdat haar vruchten Gods stempel mogen dragen.

Mooi is het beeld van de kleine jongen. Hij heeft niet veel: vijf broden en twee vissen. Hij houdt het niet voor zichzelf of voor zijn eigen kleine kring. Wat hij heeft, geeft hij aan de Heer. En zie wat Jezus ermee doet. Ook wij mogen aan de Heer geven wat we hebben en wie we zijn. Het lijkt misschien weinig, of niet groots. Toch is de Heer in staat om, wanneer wij ons geven, zijn werk van liefde door ons heen te volbrengen. Het is de broodvermenigvuldiging in de diepe betekenis van het woord.

Laten we bidden

Heer,
wij hoeven het niet alleen te doen.
U bent het die leeft en werkt in ons.
Leer ons te vertrouwen op uw Geest.
Laat ons vreugde vinden in uw nabijheid
en moed in onze overgave.
Bouw uw koninkrijk door ons heen,
zoals de Vader het bedoelt.
In uw naam.
Amen.

Geliefde mensen, mogen wij ons leven in Gods handen leggen en ontdekken hoe Hij het tot zegen maakt voor velen.
Een mooie vrijdag,
kris


Om mee op weg te gaan

Sta eens stil bij de vraag: leef ik als een instrument in Gods hand, of probeer ik zelf de held van mijn verhaal te zijn? Durf ik mezelf aan Hem toe te vertrouwen, in  plaats van alles per se te willen doen vanuit mijn eigen ik? Mag Hij vandaag door mij heen aanwezig zijn – in wat ik zeg, wat ik kies en hoe ik er ben voor anderen?

Reacties

  1. Ja zo is het vaak bij mij als het er op aankomt iets te betekenen er zijn voor anderen… de pluim op mijn hoed te zetten 🥹Nee hetis de Heer Het is Christus die in mij werkt met Zijn Geduld,,Vergeving en Liefde !!! Nog laat ik me teveel leiden door angst en ikzucht ! Daarvan bevrijdt en Zijn Wil volbrengen zal mij én ons écht vreugdevol maken …in welke omstandigheden ik en wij ons ook bevinden ! “Wees niet bevreesd Ik ben bij , met e.o. in ons,,,door Zijn Geen!”

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ja, de Kerk wordt gedwongen tot bezinning, niet over waarmee ze bezig is, maar HOE ze bezig is. Er zullen in de toekomst drastische beslissingen moeten genomen worden, met zeer fundamentele veranderingen tot gevolg. Misschien verkondigt de Kerk te veel zichzelf en te weinig de levende Heer en de persoonlijke relatie met Hem. (volgens Paus Franciscus). Naar mijn gevoel is (en wordt) de Kerk meer en meer het slachtoffer van haar eigen structuren, waardoor het waaien van de Geest sterk beperkt wordt. Mocht het charisma van de leken (zie Vaticanum II) toch eens ernstig genomen worden! Laten we niet klagen over priestertekort enz..., er lopen dui-zen-den leken rond die bekwaam zijn op vele vlakken om een taak, dienst, ambt op te nemen. En laten we mensen niet bekeren tot een Kerk, maar tot Christus. Als dat gebeurt zullen zij 'Kerk' vinden (of vormen), ook (en misschien vooral) buiten de bestaande vormen.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten