woensdag in week 11 door het jaar

Van erkenning naar vertrouwen

Tekst overweging: Kris

Het evangelie van vandaag nodigt ons uit tot twee houdingen die nauw met elkaar verbonden zijn: tot nederigheid en tot het bewaken van een plek die alleen voor God en onszelf bestemd is.

Jezus zegt dat we onze gerechtigheid niet moeten tentoonspreiden om door de mensen gezien te worden. Hij geeft verschillende voorbeelden, maar telkens komt het op hetzelfde neer: doe het goede niet met als doel applaus te krijgen. Wanneer je iets geeft uit barmhartigheid, laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet. Bescheidenheid siert een mens. We voelen zelf vaak goed aan hoe onsympathiek het overkomt wanneer iemand voortdurend benadrukt wat hij allemaal voor anderen doet. Dan verliest de goede daad iets van haar schoonheid. De aandacht verschuift van de liefde naar degene die gezien wil worden.

Tegelijk mogen we – wanneer we dit zien bij anderen of vaststellen bij onszelf – daar niet te snel over oordelen. Achter die behoefte aan erkenning schuilt vaak een diepe kwetsuur, een oude wonde. Sommige mensen hebben als kind weinig bevestiging gekregen. Ze hebben weinig ervaren dat ze gezien, gewaardeerd of bemind werden. Een kind heeft die bevestiging nochtans nodig om gezond te kunnen groeien. Wanneer die ontbreekt, kan er later een verlangen blijven bestaan naar waardering en applaus. We zoeken als volwassene nog steeds die mama- of papaliefde die we als kind zo gemist hebben. Ook wijzelf dragen misschien dergelijke wonden mee. Daarom past hier begrip, zachtheid en mildheid. Oordeel past hier niet.

Wel mogen we eerlijk kijken naar wat er in ons leeft. Wanneer ik iets goeds doe, waarom doe ik het dan? Wat zoek ik diep vanbinnen? Soms hebben we lief, terwijl we eigenlijk erkenning zoeken. We hopen dat anderen eindelijk zullen zien wat we waard zijn. De aandacht verschuift dan naar het verlangen om gezien te worden, meer dan naar de daad zelf, die op zich misschien heel liefdevol en zelfs edel is. Het is goed om met dergelijke wonden naar de Heer te gaan. Meer dan anderen, zelfs meer dan wijzelf, kent Hij onze geschiedenis. Hij kent onze oude wonden. Zoals op zoveel plaatsen in het evangelie wil Hij ook ons nabij zijn in wat gekwetst is. Hij wil ons van binnenuit genezen. Vaak vraagt dat veel tijd. Sommige wonden genezen langzaam. Er zijn ook wonden die ons een leven lang vergezellen. De kunst bestaat er niet in te doen alsof die wonden er niet zijn, maar ermee te leren leven. Juist daarin kan onze relatie met Jezus veel betekenen. Zacht en teder wil Hij ons begeleiden, midden in onze kwetsbaarheid. Hij leert ons stap voor stap leven vanuit zijn liefde, ook op plaatsen waar de pijn nooit helemaal verdwijnt. Zo leert Hij ons geleidelijk vrijer lief te hebben, zonder voortdurend op zoek te zijn naar bevestiging van anderen.

Daarmee komen we bij een tweede uitnodiging van het evangelie. Jezus spreekt over de binnenkamer. Wanneer je bidt, zegt Hij, ga dan naar die kamer en sluit de deur. Die woorden gaan over meer dan een fysieke ruimte in huis. Ze verwijzen naar een plek diep in onszelf waar geen mens hoeft te komen. Een heilige ruimte waar God en mens elkaar ontmoeten.

Het is goed die innerlijke ruimte te bewaren. Niet zozeer om verborgen te blijven voor de ogen van anderen, maar vooral om die intieme band met God te beschermen en te voeden. Je kan het wat vergelijken met een liefdesrelatie tussen twee mensen. Zij hebben momenten nodig die ze niet met iedereen delen. Hun relatie groeit juist doordat ze tijd maken voor elkaar. Zo heeft ook onze relatie met God behoefte aan stilte, aandacht, intimiteit en trouw.

Het gaat over een innerlijke, heilige ruimte. Daar mogen we luisteren, danken, klagen, vragen en zwijgen. Daar leert God ons kijken met zijn ogen. Daar vormt Hij ons hart. Daar zuivert Hij onze verlangens. Daar groeit ons vertrouwen. Het is de ruimte van de Geest, die ons langzaam losmaakt van wat ons gevangenhoudt en ons stil maar krachtig binnenleidt in het leven van de Heer. Daar leren we onszelf zien zoals God ons ziet. Daar ontvangen we de genade om steeds meer vanuit zijn liefde te leven. Wie regelmatig terugkeert naar die verborgen plek, ontdekt dat Gods aanwezigheid steeds meer doorwerkt in het dagelijkse leven. Het gebed wordt dan geen afzonderlijk moment meer, maar een bron die heel ons leven voedt. Het leven wordt dan een voortdurend in- en uitgaan van die heilige ruimte: binnengaan om bij de Heer te verblijven, naar buiten treden om vanuit Hem te leven. Wat daar in het verborgene groeit, draagt vrucht in heel ons bestaan.

Samengevat: Het evangelie van vandaag nodigt ons uit om die twee schatten te bewaren. De eerste is de bescheidenheid die ons vrijmaakt van de drang om voortdurend gezien en gewaardeerd te worden. De tweede is die heilige plek diep in onszelf waar God ons ontmoet. Daar vormt Hij ons hart, zuivert Hij onze verlangens en laat Hij ons groeien tot de mens die Hij ons bedoeld heeft.

Laten we bidden

Heer,
genees wat in mij verlangt
naar erkenning en applaus.
Trek mij binnen
in de stilte van de Geest
waar ik - door Hem geleid -
mag leven in uw liefde.
Amen.

Geliefde mensen, moge de Heer onze diepste thuis zijn, zodat wij in Hem een thuis mogen worden voor anderen.
Het wordt heerlijk warm de komende dagen. Hopelijk niet zó warm dat het lastig wordt. Geniet er toch maar van.
Genegen groeten,
kris


Om mee op weg te gaan

Draag ook jij die oude wonde van gezien en gewaardeerd te willen worden? Soms hopen we dat de waardering van anderen ons eindelijk zal geven waarnaar ons hart zo diep verlangt. Toch blijft er vaak iets onvervuld. Het is een beetje als wachten op een bus die nooit zal komen. Moge de Heer hier je troost zijn. Hij kent je diepste pijn. Hij zal het meedragen. Hij zal jou dragen. Vind vrede in Hem.

Reacties