donderdag in de paasweek
Geen mens afgeschreven
Tekst overweging: Kris
Vandaag lezen we in de eerste lezing over de roeping en bekering van Paulus.
Paulus zou vandaag wellicht hoog scoren op het rapport van Kerk in Nood over schendingen van de godsdienstvrijheid. En toch: juist deze man krijgt van Christus een genadige ommekeer. Hij bekeert zich en wordt een verkondiger om U tegen te zeggen.
Lieve mensen, dit verhaal is meer dan een historische bekering. Het is een spiegel voor ieder van ons. Want ook al gebeurt het bij ons niet met een lichtflits en een stem uit de hemel, toch blijft dezelfde hand zich uitstrekken. Ook ons wil God aanraken, oprichten, in beweging brengen. De Heer die Paulus riep, is dezelfde die jou roept, vandaag.
Laat dit verhaal daarom een diepe troost zijn voor wie worstelt met schuldgevoelens over misstappen uit het verleden. Velen dragen dit mee en denken dat God nog weinig met hen kan – of zelfs wil – aanvangen. Maar dat is niet waar.
God gooit nooit iemand weg. Nooit. De wereld doet dat wel: afschrijven, negeren, opzijduwen. God doet dat niet. Ook niet met jou. Altijd reikt Hij de hand. Meer nog: Hij komt je leven binnen en maakt van je verleden geen eindpunt, maar een begin.
Als God ons aanraakt, is het vaak om ons tot berouw te brengen. Berouw is lastig, soms pijnlijk, maar oh zo belangrijk. Het is goed je zonden onder ogen te zien, je op de borst te kloppen, te knielen voor God met gebogen hoofd, thuis of ergens achteraan in een kerk. Maar dat mag geen blijvende houding zijn. God verlangt niet dat je daarin blijft steken. Beleef je berouw op een gezonde manier, dat wil zeggen: ‘in’ God.
In het sacrament van de biecht reikt Hij je vergeving aan, raakt Hij je aan en richt je op. Maar ook wanneer je buiten de biecht om, in alle oprechtheid, om vergeving vraagt, zal Hij je ontvangen. Hij maakt van je berouw een springplank naar bekering. En Hij zegt: ‘Je was altijd, en je zal dat altijd zijn, mijn geliefde. Kom in mijn dienst.’
Berouw is – en dat is niet onbelangrijk – geen prestatie van onszelf. Het is een geschenk, een genade. Het is het zachte aanraken van God in ons geweten, het fluisteren van de Geest die ons van binnenuit wakker maakt en in beweging zet. Wanneer we spijt hebben over wat we gedaan hebben of over een manier van leven, wanneer we onze nee-woorden onder ogen zien, is dat reeds een teken dat Hij in ons aan het werk is. En daar kan je alleen maar dankbaar om zijn.
Wanneer je je berouw biddend draagt, en de tijd neemt om je pijn neer te leggen in de schoot van de Heer, zal je ervaren dat Hij je niet alleen ontvangt, maar ook roept. Hij draagt je in je pijn, en tegelijk roept Hij je. Je zult ontdekken dat je – ondanks je verleden – geroepen bent om mee te bouwen aan zijn Rijk. Zoals Paulus niet alleen door Christus werd aangesproken, maar ook door Ananias werd ontvangen en gezonden, zo gaat ook onze weg nooit alleen. Je oude nee-woorden achterlatend, word je opgenomen in het ja-woord van Christus aan de Vader.
Het evangelie wordt niet voor niets de Blijde Boodschap genoemd. ‘Blij’, omdat het een boodschap is van verlossing, van bevrijding, van opstanding. Vandaag horen we opnieuw hoe Jezus zichzelf geeft als levend brood, als voedsel dat leven schenkt. Wie zich met Hem verenigt, leeft door Hem. Dat nieuwe leven dat in Paulus begon, wil ook in ons groeien en gevoed worden door zijn aanwezigheid.
Wat we vandaag mogen meenemen, is dit: dat Christus ons niet alleen vergeeft, maar ons ook nieuw leven schenkt, leven dat gevoed wordt en gedeeld.
Laten we God verwelkomen in onze donkere plekken, en toelaten dat Hij ons doet opstaan.
Getuig. Zing. Heb lief. Wees Kerk.
Laten we bidden
Vader,
velen van ons dragen een diep schuldgevoel met zich mee, dat verstikkend wordt wanneer we het losmaken van uw barmhartigheid. Omhels ons in Christus met uw mantel van barmhartigheid. Genees ons door uw vrede. Raak ons aan met uw liefde. En roep ons dan. Maak ons ontvankelijk voor uw stem. Mogen wij door ons ja-woord getuigen worden van U.
Amen.
Geliefde mensen, God reikt ons telkens opnieuw de hand. Laten we onze hand in de zijne leggen, zodat Hij ons kan leiden.
Een mooie vrijdag,
kris
Om mee op weg te gaan
Neem de tijd om in stilte je leven neer te leggen in de schoot van de Heer. Heet Hem welkom in je hele bestaan. En mocht er berouw opkomen, omarm het dan als een gave van God – hoe lastig ook. Laat de genade werken. Sta op, met en in Hem.
Niemand afschrijven
BeantwoordenVerwijderen