woensdag in week 8 door het jaar

Waar liefde knielt

Tekst overweging: Kris

De eerste lezing uit de eerste brief van Petrus gebruikt een beeld dat de mensen uit die tijd meteen begrepen. In de oudheid konden slaven worden vrijgekocht wanneer iemand de prijs betaalde die nodig was om hen hun vrijheid terug te geven. Petrus neemt dat beeld over en zegt dat wij niet zijn vrijgekocht met goud of zilver, met dingen die uiteindelijk vergaan, maar “met het kostbare bloed van Christus”. Daarmee wil hij zeggen hoe diep Gods liefde gaat. Christus heeft zich helemaal gegeven om de mens opnieuw vrij te maken. Niet vrij om zomaar te doen wat we willen, maar vrij om opnieuw te leven zoals God het bedoeld heeft.

Petrus schrijft aan christenen die die weg al zijn ingeslagen. “Nu u gehoorzaam bent aan de waarheid”, zegt hij. Dat klinkt vandaag misschien wat streng in onze oren, maar hij bedoelt eigenlijk: nu jullie het evangelie hebben aanvaard en je hart ervoor hebben geopend. Hij spreekt ook over een hart dat “gelouterd” is. Zoals goud in het vuur gezuiverd wordt, zo wordt ook het hart van een mens gezuiverd wanneer het zich laat vormen door Christus. Dat gebeurt niet ineens. Het is een weg van bekering, van loskomen van jezelf, van leren kijken met de ogen van het evangelie. Het is de weg van de liefde.

Liefde is geen bijkomstigheid van het geloof. Ze vormt er de kern van. Wie werkelijk leeft vanuit Christus groeit in liefde, geduld, zachtheid, dienstbaarheid en trouw. Dat is de weg van het Woord van God, van het mensgeworden Woord, Jezus zelf.

De eerste lezing eindigt met het beeld van het gras en de bloemen die verwelken. Het evangelie is geen tijdelijke inspiratie die even opflakkert en daarna weer verdwijnt. Het draagt iets van de eeuwigheid in zich. Wie leeft vanuit Gods liefde raakt verbonden met wat blijft. Het eeuwige leven begint niet pas na onze dood. Het begint daar waar een mens vandaag al leeft volgens het evangelie.

Het evangelie van vandaag toont ons hoe die weg er concreet uitziet. Terwijl Jezus onderweg is naar Jeruzalem, naar het lijden dat Hem wacht, zijn Jakobus en Johannes bezig met hun plaats naast Hem. Zij dromen van aanzien en eer. Zij hopen op de beste plaatsen wanneer Jezus in zijn glorie zal heersen. De andere leerlingen reageren verontwaardigd, maar waarschijnlijk denken zij niet anders. Ze zijn bezig met waar zoveel mensen mee bezig zijn: hun eigen grootheid, de drang om belangrijk te zijn, gezien te worden, geaaid te worden.

Jezus doorbreekt die manier van denken. Grootheid heeft niets te maken met aanzien en al zeker niet met macht. “Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, moet dienaar van de anderen zijn”.  Dat is geen mooie slogan, maar een levenshouding. Dienstbaarheid begint daar waar een mens zich niet langer boven de ander plaatst. Zij groeit in gebaren van aandacht, in luisteren, in geduld, in het dragen van elkaar. Het begint bij het bereid zijn te knielen voor de ander zoals Jezus later de voeten van zijn leerlingen zal wassen.

Jezus spreekt ook over de beker die Hij zal drinken. Daarmee verwijst Hij naar de weg van liefde en zelfgave die Hem wacht. Jakobus en Johannes antwoorden snel dat zij die beker ook kunnen drinken. Jezus beaamt dat. Maar tegelijk maakt Hij duidelijk dat liefde geen manier is om jezelf een ereplaats te bezorgen. Zodra liefde een middel wordt om zelf belangrijk te worden, draait alles opnieuw om het eigen ik. Dat is geen echte liefde meer. Liefde zoekt de ander. Zij geeft zich weg zonder voortdurend zichzelf centraal te stellen.

Jezelf belangrijk vinden zal altijd een bekoring blijven. Ook in gelovige kring. Wij kunnen goed doen en tegelijk obsessioneel verlangen naar erkenning en waardering. We kunnen dienen en toch bezig blijven met onszelf. Jezus nodigt uit tot een diepere vrijheid. Liefhebben omwille van de ander. Dienen zonder voortdurend te berekenen wat het ons oplevert.

Het gaat dus om dienstbaarheid en liefde. Hebben we God nodig om elkaar graag te zien? Nee hoor, daar hebben we God en het evangelie niet voor nodig. Wanneer een mens echt mens is, laat hij het beste in zich naar boven komen en heeft hij de ander lief. Maar christelijke dienstbaarheid is meer dan een mooie vorm van humanisme. Het gaat niet alleen over vriendelijk zijn of mensen helpen. Het gaat over deelname aan het leven van Christus zelf. Wie dient in naam van de Heer, treedt binnen in de beweging van zijn liefde, in de weg die Hij zelf gegaan is. Dienstbaarheid in het licht van het evangelie draagt Christus in zich.

Marcus begint het evangelie van vandaag met een sterk beeld: “Jezus liep voor hen uit.” Hij gaat bewust de weg tegemoet die naar zijn lijden leidt. Hij keert niet om. Hij vlucht niet weg. De leerlingen moeten Hem volgen op die weg, ook al begrijpen zij nog niet ten volle waarheen die leidt. Ook wij worden uitgenodigd Hem daar te volgen. Niet door het lijden of de vervolging op te zoeken, maar door de weg van de dienstbaarheid te gaan. Door liefde concreet te maken in het gewone leven, door te dienen in zijn naam.

“Ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen”, zegt Jezus. Daar ligt het hart van het evangelie. Daar begint ook voor ons de weg naar het echte leven.

Laten we bidden

Heer Jezus,
leer ons knielen voor de ander
zoals U hebt geknield voor uw leerlingen.
Moge uw leven zichtbaar worden in ons.
Amen.

Geliefde mensen, mogen wij leren groot te worden in eenvoud en vreugde vinden in het geven van onszelf.
Een toegewijde woensdag,
kris


Om mee op weg te gaan

Voel je in jezelf ook dat diepe verlangen gezien en erkend te worden? Op zich is dat iets heel menselijks en dat hoeft ook niet per se slecht te zijn. Maar het gevaar zit erin dat het obsessioneel wordt en zelfs de beweegreden van ons liefhebben. Laat ons leren van Christus die liefhad zonder berekening. Hij had lief omwille van de liefde.

Reacties