dinsdag in week 12 door het jaar
De weg ten leven
Tekst overweging: Kris
“Geef wat heilig is niet aan de honden en gooi je parels niet voor de zwijnen.” Deze woorden zouden kunnen overkomen alsof Jezus hier een bepaalde groep mensen afwijst. Dat zou haaks staan op zijn boodschap, waarin Hij juist niemand uitsluit en ieder mens met barmhartigheid tegemoet treedt, zeker wie verdwaald, gekwetst of aan de rand terechtgekomen is. In de Joodse cultuur waren honden meestal geen geliefde huisdieren maar wilde straatdieren. Zwijnen golden als onrein. Jezus gebruikt deze beelden om te spreken over mensen die op dat moment zo gesloten zijn voor Gods gave dat zij haar niet alleen afwijzen, maar ook bespotten of met voeten treden. Het gaat hier dus niet over een bepaalde groep mensen, maar over een houding van het hart.
Als we kijken naar de houding van Jezus in de evangelies, zien we hoe Hij mensen opzoekt, zieken geneest, mensen uitnodigt tot bekering en geloof en iedereen uitnodigt tot het Koninkrijk van God. Tegelijk respecteert Hij de vrijheid van ieder mens. Wanneer zijn leerlingen niet ontvangen worden, zegt Hij dat zij het stof van hun voeten moeten schudden en verder trekken (Mt 10,14). In hetzelfde hoofdstuk zegt Hij dat de vrede die zij aanbieden op hen zal terugkeren wanneer die niet wordt aangenomen (Mt 10,13). Even verder moedigt Hij zijn leerlingen aan naar een andere stad te gaan wanneer zij vervolgd worden (Mt 10,23). Het evangelie mag vrijmoedig verkondigd worden, maar het mag niet worden opgedrongen. God klopt aan de deur van het hart; Hij breekt haar niet open.
Ook Paulus handelt later op dezelfde wijze tijdens zijn missiereizen. In de ene stad blijft hij spreken en onderrichten, in een andere stad trekt hij verder wanneer mensen zich hardnekkig afsluiten voor zijn boodschap. Wanneer hij in Antiochië in Pisidië op verzet stuit, richt hij zich tot andere toehoorders (Hand 13,46). In Efeze zet hij zijn verkondiging elders voort wanneer sommigen zich verharden (Hand 19,9). Het evangelie vraagt geduld, maar het vraagt ook onderscheiding. Niet elke deur gaat meteen open. Niet elk hart is op hetzelfde ogenblik ontvankelijk.
Essentieel bij dit alles zijn twee dingen: de liefde bewaren en onze naasten meedragen in ons gebedsleven. Niet ieder woord vindt meteen gehoor en niet iedere uitnodiging wordt aanvaard. Gods genade kent wegen die ons vaak verborgen blijven. Daarom blijft een christen bidden en daarin niet versagen, zoals Jezus leert in de gelijkenis van de volhardende weduwe (Lc 18,1). Zij blijft aankloppen bij de rechter en geeft de moed niet op. Niet omdat zij zeker weet wanneer haar vraag zal worden verhoord, maar omdat zij blijft vertrouwen. Zo mogen ook wij onze naasten aan God blijven toevertrouwen. Wat vandaag nog verborgen is, kan morgen door zijn genade opengebroken worden.
En dan Jezus' uitspraak over de nauwe poort. "Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden." Jezus roept niet op tot een krampachtig geloof of benauwd bestaan. De nauwe poort is de weg van het evangelie zelf. Meer nog, in het licht van het Johannesevangelie mogen wij zeggen dat Christus zelf de poort is. "Ik ben de poort. Als iemand door Mij binnengaat, zal hij gered worden" (Joh 10,9). De weg naar het leven bestaat erin steeds dieper binnen te treden in Christus. Het is de weg van liefde, waarheid, vergeving en trouw. Het is de weg die Christus zelf gegaan is.
Die weg vraagt keuzes die niet vanzelfsprekend zijn. Eerlijkheid brengt soms een prijs met zich mee. Vergeven te allen tijde en blijven werken aan verzoening vraagt een groot hart. Zorg voor kwetsbare mensen levert zelden applaus op. Toch zijn het juist deze waarden die naar het leven leiden. Wat Jezus hier als een smalle weg en een nauwe poort benoemt, blijkt uiteindelijk een weg ten leven te zijn, waarin Gods liefde alle ruimte krijgt.
En tenslotte de gulden regel van het leven: “Behandel anderen steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen.” Deze gouden regel vat de Wet en de Profeten samen, zegt Jezus. Iedereen verlangt naar respect, begrip, geduld, vergeving en goedheid. Jezus nodigt ons uit diezelfde houding ook aan anderen te schenken. Wie zo leeft, bewandelt de weg van het evangelie. Het is misschien op het eerste gezicht een smalle weg, maar zij laat wel Gods Koninkrijk zichtbaar worden in het concrete dagelijkse leven.
Tegelijk – en laten we dat toch niet vergeten – is het een weg van diepe vreugde. Christus is opgestaan en wil ons laten delen in de vreugde van zijn verrijzenis. Een vraag die we ons mogen stellen is: is die vreugde zichtbaar in ons leven? Zien mensen aan ons dat we christenen zijn? Of leven we als kartonnen dozen, met strakke gezichten, koud gehoorzaam aan wat God vraagt? Kom mensen, laat ons mensen van vreugde zijn. Niet gemaakt of opgeklopt, maar eenvoudig en oprecht, diep geworteld in het leven van onze Drie-ene God.
Laten we bidden
Heer Jezus,
U bent de poort van het leven.
Vervul ons met de vreugde
van uw verrijzenis
en maak ons tot getuigen van uw liefde.
Amen.
Om mee op weg te gaan
Zie je er soms tegenop de weg van de liefde te gaan? Het is des mensen. Het is, zoals Jezus zegt, een smalle weg. Vele andere dingen lijken op het eerste gezicht aantrekkelijker, gemakkelijker of sneller voldoening te geven. De weg van liefde en trouw vraagt iets van een mens. Kunnen wij geloven dat deze weg uiteindelijk naar het echte leven leidt?
Reacties
Een reactie posten