zaterdag in week 15 door het jaar

Niet neerkijken, maar omzien

Tekst overweging: Kris

De woorden van de profeet Micha klinken hard. Hij richt zich tot een samenleving waarin een kleine groep steeds rijker wordt, terwijl de zwakken steeds meer terrein verliezen. We lezen hoe de machtigen zich toe-eigenen wat hun niet toebehoort en zo hun medemensen van hun toekomst beroven. Tegen die achtergrond spreekt Micha woorden uit die ons kunnen schokken. God kondigt een oordeel aan. Hij spreekt over onheil dat over het volk zal komen. Op het eerste gezicht ontmoeten we hier een straffende God, een God die toornig lijkt. Achter deze woorden schuilt echter geen God die geniet van straf of vergelding. We horen veeleer de noodkreet van een God die diep ontgoocheld is. Dit heeft Hij nooit bedoeld. Hij ziet hoe mensen zichzelf en elkaar te gronde richten. Zijn oordeel vloeit daarom niet voort uit woede, maar uit een liefde die het kwaad ernstig neemt. God zwijgt niet wanneer mensen elkaar breken. Zijn pijn is de pijn van een Vader die zijn kinderen ziet verdwalen.

‘Wee hun die kwaad in de zin hebben en op hun bed boze plannen smeden’, zo lezen we vandaag. Het kwaad begint niet op het moment dat een mens handelt. Het ontstaat veel eerder, in de verborgenheid van het hart. De machtigen over wie Micha spreekt, liggen 's nachts niet wakker uit zorg om hun medemens. Zij liggen wakker omdat zij nieuwe plannen smeden om nog meer bezit te verwerven. Wanneer de dag aanbreekt, voeren zij die plannen uit. Micha laat zien dat het kwaad eerst een manier van denken is, daarna een houding en uiteindelijk een daad. Geen enkele onrechtvaardigheid, groot of klein, ontstaat plotseling. Zij groeit langzaam in een hart dat zich steeds minder laat raken door het leven van de ander.

Misschien herkennen wij ons niet onmiddellijk in de machthebbers waarover Micha spreekt, hoewel zij ook vandaag nog wel degelijk bestaan. De meesten van ons beschikken echter niet over grote rijkdom of invloed. Toch zou het te gemakkelijk zijn om deze woorden alleen op anderen toe te passen. Macht kent immers vele gezichten. Zij schuilt niet alleen in politieke of economische invloed. Zij kan ook verborgen aanwezig zijn in de manier waarop wij naar mensen kijken. Macht begint waar wij de ander niet langer ontmoeten als een gelijke, maar hem bewust of onbewust onder ons plaatsen. De ander wordt een object van onze verwachtingen of van onze behoefte om gelijk te krijgen, in plaats van een mens die ons is toevertrouwd.

De evangelies nodigen ons uit tot een heel andere houding. Niet neerzien op de ander, maar naast hem gaan staan. Onze naaste zien als een werkelijke zus of broer. Echte liefde zoekt geen overwicht. Zij heeft geen behoefte aan macht over de ander. Zij hoeft de ander niet kleiner te maken om zichzelf groter te voelen.

Dat vraagt een voortdurende bekering van ons hart. Niet alleen van onze daden, maar vooral van onze manier van kijken. Want hoe wij naar iemand kijken, bepaalt uiteindelijk ook hoe wij met hem omgaan. Een blik die wordt gevoed door de drang om te overheersen, zal de ander gemakkelijk misbruiken. Een blik die rust in God, ziet in de ander steeds opnieuw een geliefd kind van de Vader dat vraagt bemind te worden.

Christus komt ons tegemoet in het gelaat van de ander. Vaak heel verborgen. Niet zelden in een mens aan wie wij gemakkelijk voorbij zouden gaan. Juist daar wacht Hij op onze blik. In iedere ontmoeting klinkt zijn vraag aan Petrus opnieuw: "Heb je Mij lief?" (Joh. 21,15-17). Ook denken we aan zijn woorden vanaf het kruis: "Ik heb dorst" (Joh. 19,28). De christelijke traditie heeft in deze woorden niet alleen de fysieke dorst van de gekruisigde Christus gehoord, maar ook zijn dorst naar onze liefde.

Gelukkig de mens die Hem herkent, zich niet boven de ander verheft, maar in eenvoud naast de ander gaat staan, gedragen door Gods liefde en bereid te dienen.

Laten we bidden

Heer onze God,
bewaar ons ervoor
ons boven een ander te verheffen.
Schenk ons een nederig hart,
dat openstaat voor ieder mens
die U op onze weg brengt.
Vorm ons tot mensen
die uw liefde weerspiegelen,
zodat wij door ons leven
vrede, hoop en goedheid
mogen brengen.
In uw naam.
Amen.

Geliefde mensen, laten wij elkaar tot hoop zijn door in Jezus' naam Gods liefde heel concreet gestalte te geven.
Heb deugd aan het weekend.
kris


Om mee op weg te gaan

Herken ik in iedere mens Christus, die mij vraagt: "Heb je Mij lief?"

Reacties