dinsdag in week 2 vasten

Vandaag zegt Jezus: 'De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn.'

Wie we ook zijn, in welke levensstaat we ook leven, welke functie we ook uitoefenen in Kerk of samenleving,... het is wel degelijk mogelijk om de ander ALTIJD hoger te achten dan onszelf. Dat is evangelie. Enkel op deze wijze kunnen we dienstbaar zijn, in de meest diepe religieuze betekenis van het woord.

In de ander is God aanwezig, in de ander komt God ons tegemoet, in de ander mogen we Hem eer brengen. We zouden dezelfde eerbied voor elkaar moeten hebben dan de eerbied die we koesteren wanneer we een kerk binnengaan en de Eucharistie knielend of buigend een groet brengen. Christus is in de ander immers niet minder - ofschoon wel anders - aanwezig. Dus de Eucharistie eer brengen terwijl we onze naaste verachten is God beminnen en tegelijk flirten met de duivel. Dat kan en mag niet samengaan.

De ander dienen betekent zo met hem omgaan dat we het goede dat God in hem heeft gelegd tot volle leven laten komen, het betekent hem vergeven waar nodig is, het betekent de warme vriendschap van God voor de mensheid in zijn volheid aanbieden doorheen daad en woord.

Elkaar tot dienaar zijn is ook voor elkaar bidden. Beroepshalve ben ik veel in contact met mensen ‘op leeftijd’. Als het pas geeft praat ik met hen wel eens over een meer contemplatieve roeping op hun gezegende leeftijd.
De mensen waarvoor ik werk wonen doorgaans in een Woon- en Zorgcentrum, en zijn een groot stuk van de dag op hun kamer. Wat soms wel eens een zekere eenzaamheid met zich meebrengt. Ik praat dan met hen over de waarde van het gebed voor Kerk en wereld, waar zij, op hun tempo en naar hun believen, zo’n rijk steentje kunnen toe bijdragen.
Ieder heeft z’n roeping en zending, maar verschillende fasen in ons leven kunnen ons ook in een ‘nieuwe’ roeping brengen. Wel, het is mooi om zien dat mensen ‘op leeftijd’ zich terug zeer zinvol weten door een nieuw soort gebedsleven te ontdekken; iets waartoe de Heer hen roept, sterker dan ooit. Een gebedsleven van dienstbaarheid; een dienst in de schoot van de Kerk; voor Kerk en wereld. We mogen het belang van deze vorm van naastenliefde niet onderschatten.

In het christelijk leven gaat het om liefhebben; God, en vanuit Hem ook ieder mens. Laten we er ons met z’n allen in vreugde aan geven.

kris

Reacties

  1. Mooi, Kris. U geeft ons en de mensen op leeftijd een goede raad. Ook bidden kan dienen zijn. En voor de actieve mensen kan dienen misschien ook bidden zijn. Mochten wij allen groot worden in het dienen!

    Gisteren bad de profeet Daniël om Gods barmhartigheid voor de grote schuld van zijn volk. Vandaag een vervolg: een woord van Jesaja: ‘Ga u wassen, reinig u, weg met uw boze daden’, zegt de Heer. ‘Bekeer je oprecht, doe het goede’. Ja, dan kan de Heer barmhartig zijn. ‘Kom laten wij het uitpraten’, zegt God. ‘Uw zonden rood als scharlaken zullen wit worden als sneeuw, al waren ze als purper zo rood, ze worden blank als verse wol’. ‘Luister naar Mij’, zegt God, ‘dan wordt alles goed. Zo niet, dan wachten u erge dingen: een zwaard dat doodt’.
    Maar de Farizeeën en Schriftgeleerden hebben het niet begrepen. Gisteren riep Jezus op om niet te oordelen, om voor de mensen goed te blijven, ook als ze zonde doen, zoals God goed blijft voor ons. Dat zei Jesaja daarnet. Maar de Farizeeën en Schriftgeleerden waren niet goed voor de mensen. Hard waren ze, ze legden de Thora heel zwaar uit. Het werd ondraaglijk. Maar deden zij het zelf? Niets van, alleen schijn. Ze wilden de eer van de mensen, ereplaatsen aan tafel. Ze wilden ook eretitels. Dat hebben wijzelf als priesters vroeger en misschien nu nog ook gedaan. ‘Doe dat niet’, zegt Jezus, ‘laat u geen rabbi noemen’. Alleen Jezus is de rabbi, alleen God is onze Vader.
    Mag je dan tegen een priester geen ‘eerwaarde’ zeggen? Mag je dan de paus niet ‘de heilige vader’ noemen? Toch wel, op voorwaarde dat deze priesters en ook de paus, die ook een priester is, groot zijn in het dienen. En ons voorgaan in het dienen. Je mag een hooggeplaatste, een dokter of een rechter, ook heel beleefd aanspreken met zijn titel. Maar zelf eisen deze hooggeplaatsten best zelf die titel niet op. Als de mensen mij aanspreken met ‘eerwaarde’, dan laat ik hen dat zeggen. Zeggen ze ‘Daniël’, dan maak ik daar geen opmerking over. Zelf zeg ik alleen als mensen me vragen hoe ze me aan moeten spreken: ‘Zeg: priester Daniël’. Maar ik mag daar geen aanspraak op maken. Ik ben niet meer en zeker niet beter dan een andere gelovige. Toch zou ik zelf nooit mijn dokter bv. aanspreken met zijn voornaam.
    Hoe dan ook, het komt erop aan barmhartig te zijn, niet te oordelen. God is dat voor ons. De Schriftgeleerden en Farizeeën waren dat niet voor hun medemensen. En wij? Ja, weg dus met negatieve gedachten over anderen die in je hart opkomen. Gewoon: ‘Weg ermee’.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Als je je naaste met barmhartigheid lief hebt ,dan doe je als God!!!!!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten