zaterdag in week 8 door het jaar

De vraag achter de vraag

Tekst overweging: Kris

Bij een eerste lezing kan dit evangelie merkwaardig overkomen. Het lijkt alsof Jezus zich laat meeslepen in een kinderachtige woordenstrijd. "Jullie antwoorden niet, dus Ik antwoord ook niet." Natuurlijk gaat het om iets diepers. Laten we samen de tekst eens van naderbij bekijken.

Het gesprek vindt plaats kort na de tempelreiniging – we hoorden het gisteren. Met zijn fel optreden maakte Jezus duidelijk waar het bij de tempel werkelijk om zou moeten gaan. Tegelijk gaf Hij scherpe kritiek op de religieuze leiders die de toestand op het tempelplein lieten voortbestaan. Ze voelden zich bedreigd en vragen Hem nu op grond van welke bevoegdheid Hij handelt. Hun vraag lijkt eerlijk, maar dat is ze niet. Jezus ziet als geen ander dat er andere motieven meespelen. Daarom antwoordt Hij met een tegenvraag over Johannes de Doper.

Dat is geen manier om een moeilijk gesprek te ontwijken. Er bestaat een oude pedagogische wijsheid: sommige antwoorden hebben pas zin wanneer iemand bereid is ze te ontvangen. Een goede leraar geeft niet altijd onmiddellijk antwoord. Soms stelt hij eerst een vraag terug. Niet om te ontwijken, maar om zijn leerling dichter bij de waarheid te brengen. Jezus handelt hier op die manier. De jezuïeten hebben die methode later overigens met veel enthousiasme overgenomen. Stel maar eens een vraag aan een jezuïet; de kans is groot dat je eerst een wedervraag terugkrijgt. 😉

Jezus weet dat het probleem van zijn gesprekspartners niet hun gebrek aan kennis is. Hun probleem ligt dieper. Zij voelen aan dat een eerlijk antwoord gevolgen zou hebben voor hun leven. Als Johannes werkelijk door God gezonden was, dan moeten zij ook ernstig nadenken over Jezus. Dan kunnen zij niet gewoon verderleven zoals ze dat tot nu toe deden. En precies daar ontstaat hun weerstand.

Misschien herkennen wij daar iets van onszelf. Ook wij horen soms woorden uit het evangelie die ons raken. Niet omdat wij ze moeilijk vinden, maar juist omdat wij ze begrijpen. We voelen dat ze iets van ons vragen. Misschien worden wij uitgenodigd om een oude ruzie los te laten. Misschien vraagt de Heer meer vertrouwen, meer gebed, meer aandacht voor de armen en voor iedere medemens, meer eerlijkheid tegenover onszelf. Misschien worden wij uitgenodigd om gewoontes los te laten die ons gevangen houden. Vaak ontstaat juist daar weerstand. Niet omdat we de boodschap niet verstaan, maar omdat we aanvoelen dat ze ons leven wil veranderen. We voelen het vaak wel aan, maar de bekering valt ons te zwaar.

Dat is misschien wel de diepste angst van de religieuze leiders in dit evangelie. Natuurlijk vrezen zij gezichtsverlies en het verlies van invloed. Maar het gaat dieper. Jezus legt hun pijnpunten bloot. Hij confronteert hen - in hun geval - met de afstand die kan ontstaan tussen uiterlijke godsdienst en een hart dat werkelijk openstaat voor God. Niemand hoort graag dat bekering nodig is. Niemand geeft graag toe dat hij zich moet laten vormen. Uiteindelijk botsen deze leiders niet alleen op een oproep tot bekering, maar op Jezus zelf. Hij staat voor hen als de Messias, als degene die hen uitnodigt om hun leven toe te vertrouwen aan God. Daarom reageren zij zo defensief.

De tragiek van dit evangelie is dat deze mannen uitzien naar de komst van de Messias, terwijl zij zich tegelijk afsluiten voor de verandering die zijn komst met zich meebrengt. De Messias staat voor hen. Hij spreekt tot hen. Hij nodigt hen uit. Toch herkennen zij Hem niet. Mensen kunnen zeer vertrouwd zijn met religie en toch moeite hebben om Gods aanwezigheid te ontvangen wanneer die hun leven op zijn kop dreigt te zetten. Het is een schijnbare paradox: we verlangen naar Gods komst, maar wanneer Hij werkelijk binnenkomt in ons leven en ons uitnodigt om te veranderen, ontstaat weerstand.

Het kan gebeuren dat we ons zo nestelen in onze innerlijke weerstand dat we gaan twijfelen. Is het wel allemaal waar? Vraagt God die bekering? Vraagt Hij die radicaliteit? En we beginnen vragen te stellen. Niet alleen stellen we onszelf in vraag, geleidelijk aan beginnen we ook het evangelie in vraag te stellen.
Wat nu? We lijken volledig af te glijden.

In de eerste lezing roept Judas de christelijke gemeenschap op zich te ontfermen over wie twijfelen. Er zijn natuurlijk vele redenen waarom mensen kunnen twijfelen in hun geloof. Twijfel kan ontstaan door lijden, verlies, teleurstelling of onbeantwoorde vragen. Maar laat ons de twijfel eens benaderen vanuit de problematiek van het evangelie van vandaag. Een mens kan zich verzetten tegen de oproep van het evangelie en daardoor ook het evangelie zelf beginnen te bevragen. Wat belangrijk is: deze twijfel is op zich geen schande. Heel veel mensen worstelen ermee. Het behoort tot het menselijk bestaan. Ook in de Kerk moet daarvoor ruimte zijn. Er zijn gelovigen die vanuit weerstand gaan twijfelen. De radicaliteit van het evangelie is te zwaar en men gaat zoeken naar een milde Jezus die men niet vindt. Met soms innerlijke worsteling tot gevolg. Misschien erkennen we dat ook bij onszelf.

Van belang is in te zien dat er een verschil bestaat tussen twijfel en geslotenheid. De leiders in het evangelie worden niet verweten dat zij vragen stellen. Hun probleem is dat zij geen antwoord willen ontvangen dat hun leven zou kunnen veranderen. Het echte gevaar ligt niet in de twijfel, maar in een hart dat zich totaal afsluit voor Gods uitnodiging.

Het geloof begint niet wanneer alle vragen of worstelingen verdwenen zijn. Het begint telkens opnieuw wanneer wij ons hart openen voor Christus. Wie blijft zoeken, wie zich laat aanspreken door Gods woord en wie bereid is zich te laten vormen, bevindt zich al op een weg naar Hem. Daarom vraagt Judas in de eerste lezing om mededogen voor twijfelaars. Daarom stelt Jezus vandaag zijn tegenvraag. Hij wil mensen dieper brengen. Dieper dan hun argumenten. Dieper dan hun zekerheden. Tot op de plaats waar een mens eerlijk wordt voor God.

Misschien is dat wel de vraag die dit evangelie ons vandaag stelt: Zijn we bereid ons door Christus te laten aanspreken? Want waar dat gebeurt, daar groeit geloof. Daar ontstaat bekering. Daar krijgt de Heer de ruimte om nieuw leven te schenken.

Laten we bidden

Goede God,
bewaar ons voor een hart dat zich afsluit.
Leer ons luisteren naar uw Woord
zonder weg te vluchten voor de gevolgen ervan.
Geef ons vertrouwen
om de weg van bekering te gaan
en de vreugde te ontdekken die U schenkt.
Door Christus, onze Heer.
Amen.

Geliefde mensen, mogen wij ontvankelijk blijven voor de weg die de Heer met ons wil gaan, ook wanneer die ons uit onze vertrouwde zekerheden haalt.
Een mooi weekend,
kris


Om mee op weg te gaan

Ervaren wij soms weerstand wanneer het evangelie iets van ons vraagt? Niet omdat we het niet begrijpen, maar juist omdat we aanvoelen dat het gevolgen heeft voor ons leven. Bekering kan zwaar lijken. Toch zegt Jezus: "Mijn juk is zacht en mijn last is licht" (Mat 11,30). Dat is geen tegenstelling. Wat aanvankelijk zwaar lijkt, blijkt vaak een weg naar meer eenvoud, meer vrijheid en meer vreugde.
We hoeven geen theologen te zijn om dit te begrijpen en geen heiligen om deze weg te gaan. Het begint wanneer we ons laten aanspreken door Christus, met Hem door het leven trekken en ons door Hem laten leiden. Eenvoudig, biddend, stap voor stap.

Reacties