maandag in week 31 door het jaar

‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit.’

Een vermaning van Jezus aan de mensen waar Hij te gast was. Niet dat die mensen op zich genomen geen goede mensen waren, maar zij bewaarden hun goedheid, hun rijkdom, hun sympathie voor elkaar, zij sloten zich op in hun eigen kring, zij vormden een gesloten circuit, waardoor de armen, de kreupelen, de verlamden en de blinden afgesloten werden. En dat zijn nu juist de mensen aan wie Jezus voor alles zijn gezelschap wil geven, zijn sympathie en vriendschap, want Hij is toch de Zoon van de Vader; de Vader die Vader is van allen en die allen bemint met een allenomvattende liefde.

We horen hier een opdracht voor alle mensen die méér hebben, namelijk dat zij hun méér moeten delen met hen die minder hebben. Maar de rijken sluiten zich maar al te dikwijls op in hun eigen gesloten circuit, in hun rijke buurt, met hun rijke kennissen. En als de een ’n maaltijd geeft dan doet hij dat dikwijls met de bedoeling om door de ander aan wie hij die maaltijd geeft ook eens te worden uitgenodigd. Zo blijft het goede maar rondgaan in de eigen kleine kring en worden de minderen geïsoleerd van de goede gaven van hemelse Vader.

Laat ons uitnodigen. Laat ons delen. Laat ons het feest van gemeenschap vieren met allen; ja met allen.

Naar woorden van J. Bots, sj

Reacties

  1. Gods wegen zijn wonderbaar, ondoorgrondelijk. Hij koos Zich een volk uit dat tot zegen moest worden voor heel de mensheid. Dat volk heeft zijn roeping niet beantwoord. Het heil is naar de heidenen gegaan. Sint Paulus die dat zag gebeuren, dankt God voor Zijn wonder beleid. Eerst waren de volken ongehoorzaam omdat ze God niet kenden. Nu zijn de rollen omgedraaid. Nu is Israël ongehoorzaam geworden en de heidenvolken gelovig, luisterend naar God. Maar Paulus blijft hopen en zelfs geloven dat ook Israël zich weer aan zal sluiten bij het geloof van hen die eerst heidenen waren. God heeft allen opgesloten in ongehoorzaamheid, zegt Paulus, om allen in te sluiten in Zijn ontferming. Die ontferming is gelegen in Christus' kruis en opstanding. Alles en allen zijn verzoend. Want wat Jezus zegt in het evangelie over het uitnodigen van armen en gebrekkigen, dat heeft God in Jezus zelf gedaan. God beperkte Zijn heil niet voor Israël, Zijn uitverkoren volk. In Jezus ging God zelf op zoek naar alle volken die verloren waren. Zo hebben ook wij Gods heil leren kennen. We hebben het uitgedragen over de hele wereld. Het is jammer dat wij dat heil en dat geloof nu aan het verliezen zijn. Moge de H. Geest Zijn Kerk verlichten opdat ze niet het pad opgaat van het modernisme. Dat betekent niet dat er niets kan veranderen; dat betekent wel dat Jezus nooit één onder de velen kan zijn. Als wij dat zeggen, hebben wij eigenlijk ons christelijk geloof verloren, wat men er ook van zegt.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Daniël, begrijp je laatste zin niet...(dat Jezus nooit één onder de velen kan zijn)...
      Sorry, kan je dat even uitleggen ? dank

      Verwijderen
  2. die bijbelse zin :...nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit....doet me spontaan denken aan Vincent de Paul , die zijn leven lang die zin heeft gerealiseerd en aan anderen doorgegeven !
    DANK !

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten