maandag in week 30 door het jaar

Jezus geneest een vrouw die al vele jaren krom gebogen door het leven ging.

Als we naar onze samenleving kijken, en laten we ook maar naar onszelf kijken, dan zien we vandaag de dag ook heel wat mensen die kromgebogen door het leven gaan. Daarom niet fysiek, maar innerlijk. Bijna troosteloos.

Kijken we eerst eens in onze eigen levensspiegel. Hoe lopen wij erbij? Hoe is het met onze ziel gesteld? Kunnen wij, moesten we om welke reden ook innerlijk gebogen lopen, de Heer zo welkom heten, dat Hij ons weer kan doen rechtstaan, ons kan optillen, kijkend naar de Vader, de Schepper van het leven? Zien we de uitnodigingen tot liefde; momenten die ons tientallen keren per dan worden aangeboden? Zetten die uitnodigingen ons in beweging, of blijven we ter plaatste trappelen, ons hoofd gebogen naar beneden? Mag de ander de zingever worden van mijn bestaan? En doet die ander mij opstaan? God door hem...
Dat wat onszelf betreft.

En hoe kijken wij naar anderen die, om welke reden ook, krom gebogen door het leven gaan? Als we hen al willen zien, willen we hen dan ook ontmoeten, of zetten we onze oogkleppen op en zien hen liever niet?

Het evangelie nodigt uit de Heer te volgen, ook in de genezingen die Hij doet. Zijn wij bereid broederschap aan te gaan met hen die innerlijk kromgebogen lopen, met hen die niet de moed hebben naar de hemel te kijken, met hen die niet meer kunnen? Zijn we bereid vriendschap aan te bieden aan ieder; die vriendschap die de Heer zo genegen was en een rode draad vormt doorheen heel het evangelie?

Laat ons Kerk zijn, van harte.

kris

Reacties

  1. Leven voor de wereld, leven naar wereldse maatstaven, leven naar het vlees zoals Paulus dat noemt, dat brengt geen volheid van leven. Dat brengt eerder de dood mee. Paulus nodigt ons uit te leven volgens de Geest. De zelfzucht versterven, zegt hij. Jezus heeft dat ook gedaan. Denk maar aan Zijn doornenkroning toen soldaten Hem bespotten. Dan zweeg Hij. Dan liet Hij hen doen. Hij verstierf Zijn eigenliefde, zoals wij het als vrucht vragen bij de overweging van het derde droevige mysterie in ons rozenkransgebed. Hij kon dat omdat Hij leefde van en in de H. Geest van God. Hij was kind van God, de Zoon. En altijd was Hij in gesprek met Zijn Vader. Zijn gebed was altijd: ‘Abba, Vader’. Dat is sinds ons doopsel ook ons gebed. In het doopwater is ook ons eigen ik, onze eigenliefde verdronken en wij zijn aan Christus gelijk geworden. Wij zijn met Hem kind van God. Ons gebed is nu ook: ‘Abba, liefste Vader’. Wij zijn erfgenamen van God tezamen met Christus. Wij delen in Zijn lijden, het lijden van de zelfverloochening. Zo zullen wij ook delen in Zijn heerlijkheid die de heerlijkheid van God is. Die vrouw in de synagoge is eigenlijk een beeld van wat wij allemaal geweest zijn en nog zijn als we Christus niet hebben. Zij was bezeten door een geest en was al 18 jaar lang kromgesloten. Zij was zo ingeperkt en ingesloten in zichzelf dat zij zich niet meer op kon richten. Zij kon niet in het gelaat van God kijken en ook niet in het gelaat van haar medemensen. Zij was opgesloten in zichzelf. Jezus legt haar de handen op en verlost haar van haar ziekte. En nu kan zij God weer verheerlijken. Zij kan ‘Abba, Vader’ zeggen’. De overste van de synagoge is kwaad dat dat op een sabbat gebeurt. Maar wat is de sabbat? De dag van de voltooiing van de schepping. God rustte op de zevende dag en op de vooravond van de Grote Sabbat, op Goede Vrijdag, voltooide Jezus op Zijn kruis de schepping voor de tweede maal, nu voorgoed. Nu mag God door Jezus weer de Heer zijn van Zijn schepping. Nu mogen de mensen op sabbat ook rusten, tot rust komen bij hun hemelse Vader en ‘Abba’ zeggen, leven in en volgens de H. Geest.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten