dinsdag in het paasoctaaf
Wachten dat draagt
Tekst overweging: Kris
Het evangelie van vandaag is ons vertrouwd. Binnenkort horen we het opnieuw op het feest van de Opdracht van de Heer in de tempel op 2 februari. Er is bijzonder veel te zeggen over dit evangelie. Ik stel voor dat we vandaag inzoomen op één aspect, namelijk het ‘wachten’ van Hanna. Vastend en biddend verbleef ze vele jaren in de tempel, uitziend naar de vervulling van Gods belofte voor zijn volk, naar de bevrijding van Jeruzalem.
Het kan misschien vreemd overkomen om in de kersttijd opnieuw te spreken over wachten. Kerst lijkt immers het feest van vervulling en nabijheid, wat het ook is. En toch horen ontvangen en wachten hier bij elkaar. Het Kerstkind wordt herkend en verwelkomd als Heer en Redder, terwijl dit mysterie tegelijk verder moet rijpen in een mensenleven. We weten dat van onszelf: ons ja-woord vraagt tijd, soms veel tijd. Het groeit vaak traag, met vallen en opstaan, in kleine stappen. Dat kan leiden tot geestelijke onrust en zelfs tot spirituele vermoeidheid. Laten we toch wat mildheid opbrengen jegens onszelf, én geduld. Die mildheid en dat geduld hebben immers óók te maken met innerlijke trouw. Wachten op voltrekking is geen lege of verloren tijd. Het kan beleefd worden als een geestelijke houding waarin het gebed zich steeds meer verdiept: minder zelf de regie willen voeren, minder vasthouden, en langzaam groeien naar meer toevertrouwen, je gevend aan de Geest die in je woont, de Geest die je wachten draagt en je steeds dieper binnenleidt in het leven van de Heer.
Terug naar Hanna. Historisch gezien staat zij in een lange traditie van gelovigen in Israël die leven vanuit verwachting. Ze behoort tot een generatie die de belofte van God kent, maar ook de traagheid van de vervulling ervaart. Haar leven draagt de sporen van verlies en ouderdom. Als vierentachtigjarige weduwe verbleef ze in de tempel. Ondanks haar hoge leeftijd tekent Lucas haar niet als een stilvallend iemand. Er klinkt zelfs een zekere frisheid door wanneer we horen wat ze daar doet. Ze verblijft er, biddend en vastend, dag en nacht, zo lezen we. Haar wachten is een levenshouding: aanwezig blijven bij God die zich zal schenken. Haar leven is een ruimte waarin Gods belofte kan landen.
Wachten kennen wij vooral als iets lastigs en onbehaaglijks. We wachten op genezing, op rust, op verzoening, op duidelijkheid, soms ook op God. Vaak ervaren we wachten als stilstand of gemis en zelfs verlies. Hanna nodigt ons uit om wachten te zien in het licht van Gods belofte, ook al is het Kerstkind reeds geboren. Wachten is geen stilstand, maar een ruimte waarin God aan het werk is en blijft, ook wanneer dat niet onmiddellijk zichtbaar is in onze persoonlijke geestelijke groei.
Velen onder ons kennen de psychiater en auteur Dirk De Wachter, die ook in Nederland door de jaren heen veel bekendheid heeft verworven. In zijn laatste boek (Dirk De Wachter, Wachten, een levenshouding, Lannoo-Campus, 2025) staat hij stil bij het thema van wachten. Voor alle duidelijkheid: zijn reflecties zijn geen commentaar op het evangelie van vandaag. Zijn boek is ook geen uitgesproken christelijke visie. Toch benoemt hij scherp hoe moeilijk traagheid voor de moderne mens geworden is. We willen vooruit, oplossen, regisseren. Wachten voelt al snel als falen of als verlies van controle. Hij pleit niet voor passiviteit, maar voor het verdragen van wat onvoltooid is, voor het laten gebeuren van wat zich aandient zonder alles meteen in handen te nemen.
Vanuit die achtergrond laat Hanna’s wachten zich anders lezen. Het is een volgehouden gerichtheid op God, jaar na jaar. Ze blijft in de tempel, trouw aan wat haar leven draagt, zonder te weten wanneer of hoe de belofte zich zal tonen. Tot het moment dat Maria en Jozef met het kind in de tempel komen. In dit kind herkent Hanna wat zij haar leven lang heeft verwacht. Haar wachten mondt uit in lofprijzing.
Spiegel dit aan je eigen leven. Wees trouw aan de weg die je gegeven is, ook wanneer de vervulling schijnbaar uitblijft. Wees geduldig met jezelf, zonder de weg te verlaten. In schijnbare leegte is er meer bezig dan we doorgaans vermoeden. Wat geestelijke groei betreft, werkt Gods tijd anders dan de onze. Maar juist in dat wachten, en in wat de Geest onderhuids aan het doen is, schuilt een diep mysterie: namelijk dat wat we met Kerstmis vierden, God die neerdaalt in onszelf, ons langzaam en met veel geduld aanrakend, helend, optillend. Laten we ons toevertrouwen aan dit gebeuren, gedragen door de Geest, als een weg van innerlijke hoop, een pelgrimage naar een steeds diepere vervulling.
Henri Nouwen beschrijft wachten als een tijd waarin God werkzaam blijft, ook wanneer het leven stil lijkt te staan. Een wijsheid om mee te nemen.
Laten we bidden
Goede God,
leer ons wachten in vertrouwen,
wanneer uw belofte tijd vraagt.
Moge uw Geest
ons hart gericht houden op U.
In Christus, onze Heer.
Amen.
Geliefde mensen, moge God u dragen in tijden waarin antwoorden soms schijnbaar uitblijven.
Zegen over deze voorlaatste dag van het jaar.
kris
Om mee op weg te gaan
Hoe ga jij om met je eigen ongeduld: brengt het innerlijke onrust met zich mee, of merk je dat het je soms zelfs verlamt? Lukt het om mild te zijn voor jezelf wanneer het wachten zwaar wordt? Wat zou er kunnen groeien wanneer je je meer toevertrouwt aan het stille gebed waarin de Geest je meeneemt naar Gods belofte?
als Hanna
BeantwoordenVerwijderenals Hanna uitziend naar de ochtend, meer nog:
wachtend of het licht zou komen,
zo riep haar hart U toe in ’t donker,
levend slechts in hoop en dromen.
wakend in het innerlijk van de nacht
keek zij haar ogen uit naar Hem,
de dief die immer in het donker komt;
haar oren hoorden stap noch stem.
haar blik doorzocht de donkere nacht
geleid slechts door een groot verlangen
uw reddend licht te zien, uw pracht
en nimmer meer in duisternis gevangen
soms zijn ook wij het eind nabij
al wachtend op uw hemels rijk;
maar zien we in de ogen van het ons geboren kind,
dan weten wij voor even zeker:
‘t is hier dat Gij bestaansgrond vindt
sr
Ik wil me toevertrouwen aan het stille gebed. Maar als ik onrustig word, ben... herval ik snel in 'gewoontes', die niet zo spiritueel zijn... Misschien moet ik de onrust, het ongeduld voor zijn, en op regelmatige tijdstippen doorheen de dag me terugtrekken voor stilte en gebed...
BeantwoordenVerwijderenLeestip zo waar.
BeantwoordenVerwijderen