zondag 3 in de advent - A

Herkennen en belichamen

Tekst overweging: Kris

Het evangelie van vandaag brengt ons bij Johannes de Doper, die gevangen zit en vanop afstand moet toezien. De profeet die met vuur en overtuiging de komst van de Messias had aangekondigd, hoort nu over Jezus’ optreden en laat zijn leerlingen de vraag stellen die hem bezighoudt: “Bent U degene die komen zou, of moeten we een ander verwachten?” Het is een eerlijke vraag, geboren uit hoop én onzekerheid. Jezus antwoordt niet met een verklaring over zichzelf, maar verwijst naar wat er gebeurt: “Blinden zien en verlamden lopen, doven horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws verkondigd.” Zijn antwoord nodigt uit om te kijken, om te onderscheiden waar leven openbloeit en waar mensen worden opgericht.

Wanneer we deze vraag van Johannes spiegelen aan onze tijd, kan het antwoord verrassend actueel zijn. Als we kijken naar onze parochiegemeenschappen, woonzorgcentra, leerinstellingen, werkvloeren, jeugdbewegingen en verenigingen, maar ook naar het thuisfront waar we leven, onze religieuze gemeenschappen én ons eigen hart, zien we daar dan ook de tekenen die Jezus benoemt in zijn antwoord aan Johannes? Zo zou het eigenlijk moeten zijn. Een christen is immers geroepen om, in eenheid met de Heer, Gods Blijde Boodschap te verkondigen doorheen het leven, in woord en daad. We zouden ons omringd moeten weten door lammen die weer opstaan en door doven die opnieuw horen. Zo kan, in ons en door ons heen, het Koninkrijk van God zichtbaar worden. In parochiegemeenschappen waar mensen zich gedragen weten en niet vergeten worden. In woonzorgcentra waar aandacht, nabijheid en respect ieders waardigheid bevestigen. Op werkvloeren en in scholen waar mensen niet herleid worden tot prestaties, maar werkelijk gezien worden. Doven horen waar naar mensen geluisterd wordt, lammen komen in beweging waar mensen geholpen worden om op te staan uit hun weemoed, blinden zien waar mensen het niet meer zagen zitten en nieuwe perspectieven zich openen. Zo wordt de vraag scherp en actueel: herkennen wij Christus alleen als de Messias van toen, of ook als de Levende die aanwezig is in onszelf, in de ander en in de situaties waarin wij staan, steeds opnieuw met die niet hoorbare maar uiterst actuele vraag: “Heb je Mij lief?”, en met die even indringende oproep om zijn liefde gestalte te geven.

In dat licht mogen we ook de profetie van Jesaja horen alsof zij vandaag wordt uitgesproken. De woestijn zal zich verheugen en de dorre vlakte zal vrolijk zijn. Trillende handen zullen kracht ontvangen en knikkende knieën nieuwe sterkte. Toen Jesaja dit verwoordde, ging het om een profetie over Hem die komen zou. Nu Hij geboren is en blijvend onder ons aanwezig is, mogen wij deze woorden lezen als een belofte die zich vandaag door ons leven zou moeten ontvouwen.

Jakobus spreekt in de tweede lezing over geduld en standvastigheid, zoals de boer die wacht op de oogst terwijl hij het land blijft verzorgen. Zo leven wij toe naar het feest van Kerstmis, verlangend naar de komst van de Heer. Maar tegelijk klinkt vandaag de uitnodiging om te leven vanuit zijn aanwezigheid. Christus is niet alleen Degene die met Kerstmis komt, Hij is ook Degene die vandaag midden onder ons woont en ons actief wil opnemen in zijn leven van liefde, zichtbaar in ons en door ons heen.

Laten we bidden

Goede God,
leer ons uw komst zien
waar mensen elkaar dragen.
U roept ons om kracht te geven
aan handen die trillen
en aan knieën die wankelen.
Maak ons aandachtig en nabij,
opdat uw liefde vandaag gestalte krijgt.
Neem ons mee in uw weg van liefde,
opdat alle dorheid wijkt
en diepe vreugde kan groeien in onszelf
en om ons heen.
In Jezus' naam.
Amen.


Om mee op weg te gaan

Als Johannes vandaag zijn vraag herhaalt, zou Jezus dan mogen kijken naar jouw leven als antwoord? Naar de plaatsen en mensen waar jij nabij bent en waar zijn liefde door jou heen gestalte krijgt?

Reacties