dinsdag in de 4e paasweek
Van horen tot behoren
Tekst overweging: Kris
Op het feest van de Tempelwijding loopt Jezus in de zuilengang van Salomo. Rond Hem staan mensen die Hem vragen ronduit te zeggen of Hij de messias is. Jezus antwoordt dat Hij dat al heeft duidelijk gemaakt, niet in grote verklaringen, maar in wat Hij doet: “Wat Ik in naam van mijn Vader doe, getuigt over Mij.” Hij verwijst naar zijn daden – genezingen, tekenen van leven, woorden vol gezag. En toch dringt het niet door. Want al zijn die tekenen zichtbaar, ze roepen geen vanzelfsprekend geloof op. Ze vragen om een andere manier van waarnemen: een luisteren van binnenuit. Het gaat niet om zien op afstand, maar om zich aangesproken weten, om open te komen voor zijn stem.
“Mijn schapen luisteren naar mijn stem. Ik ken ze en zij volgen Mij.”
Alles begint bij dat luisteren: niet vanuit zekerheid of afkomst, niet gesteund op kennis alleen, maar in het herkennen van zijn stem. Wie Hem hoort, wordt gekend, en wie gekend is, wordt geleid. Het is een weg die mensen samenbrengt, die hen opneemt in een gemeenschap. Daar waar mensen zijn stem herkennen en tot geloof komen, groeit iets nieuws: een verbondenheid die haar oorsprong vindt in de levende relatie met de Heer.
In de eerste lezing uit de Handelingen zien we hoe dit werkelijkheid wordt. Ver van Jeruzalem, in het heidense Antiochië, klinkt opnieuw de stem van de Herder, nu door eenvoudige verkondigers, Cyprioten en Cyreneeërs. Ook de Grieken luisteren. Ze horen Hem en komen tot geloof, geraakt in hun hart. Wat zich daar voltrekt, is genade: een gave die tegelijk uitnodigt tot antwoord.
Er ontstaat een nieuwe gemeenschap gedragen door de Geest, die mensen van binnenuit samenbrengt Geen band van bloed of traditie, maar een verbondenheid door geloof. Mensen die elkaar niet kenden, vormen nu samen één lichaam, omdat ze zich laten verzamelen door de Herder. Barnabas ziet dit en herkent er het werk van Gods goedheid in. Hij verheugt zich om wat groeit en zich ontvouwt, en bemoedigt hen om trouw te blijven aan de Heer, standvastig in het geloof dat hen samenbrengt.
In Antiochië werden de leerlingen voor het eerst christenen genoemd, zo lezen we. Geen loutere aanduiding van een groep, maar een uitdrukking van hun identiteit: mensen die bij Christus horen. Een christen leeft vanuit een diepe verbondenheid met de Heer, laat zich leiden door zijn stem en wordt samen met anderen gevormd tot een gemeenschap in Hem.
Ook vandaag klinkt de stem van de Herder. Hij roept, verzamelt en leidt. Waar mensen zich openen voor zijn stem en geloven, groeit Kerk: een levend lichaam van mensen die zich toevertrouwen aan Christus en samen gezonden worden om Gods goedheid zichtbaar te maken in woord en daad.
Laten we bidden
Heer Jezus,
U spreekt tot ons
met de stem van de goede Herder.
Leer ons luisteren met het hart,
en U volgen in een diep vertrouwen.
Verzamel ons tot een gemeenschap
die leeft vanuit uw nabijheid.
Maak van ons échte christenen:
mensen die bij U horen,
en uw naam met heel veel liefde dragen.
Vandaag, en alle dagen van ons leven.
Amen.
Geliefde mensen, laten we onze naam als christen waardig dragen. Anders gezegd: laten we de liefde van de Heer belichamen; Hij met ons, in ons, door ons.
Een toegewijde dinsdag,
kris
Om mee op weg te gaan
Wat betekent luisteren voor jou? Is het enkel horen wat klinkt, of gaat het om een openheid die dieper reikt? Kan luisteren een weg worden van ontmoeting met God, waarin je groeit in Christus en je leven steeds meer beantwoordt aan de roeping die Hij je geeft?
"Van horen naar behoren", een mooie overweging met een heldere en duidelijke boodschap. Maar hoe moeilijk is dat, om je áltijd verbonden te weten met Jezus. Het horen, het dagelijks lezen van/luisteren naar het Woord, leidt bij mij echter niet tot een continu "behoren", een doorlopende persoonlijke relatie met Jezus. Gezien het gegeven dat ik elke dag weer jullie mooie overweging tot mij neem, daar veel tijd voor uittrek (en ook andere geloofsgebonden websites bezoek), heb ik toch steeds een band, hoewel vaak meer als "horen" dan als "behoren".
BeantwoordenVerwijderenIn jullie overweging van 16 april wordt in de overweging een zeer mooi stukje geschreven over het waaien van de Geest, dat ik ten volle kan omarmen. Er zijn, zo wordt geschreven, een aantal momenten in je leven, waarin je de aanwezigheid van de Geest ten diepste ervaart. Deze momenten, waarin je God en zijn liefde ten diepste ervaart, geven (gelukkig genoeg) het voedsel om het geloof stevig te omarmen. Wat zou ik graag hebben dat deze momenten zich aan elkaar rijgen tot één doorlopend levend geloof. Ik ben eerlijk gezegd jaloers op de mensen die doorlopend de aanwezigheid van de Geest voelen, een soort van altijddurende bekering, waarbij je op ieder moment van de dag Gods aanwezigheid voelt, herkent. "Van horen naar behoren" is makkelijker gezegd dan gedaan.
Hoe mooi verwoord... het zoeken naar verbondenheid. Ik herken me hierin. Wat voor mij een houvast is, is ook het waaien van de Geest. Ik bid elke dag, 'Heer, zend mij uw Geest' en op mijn bureau staat een kaartje 'Heer, raak mij aan... Ik wil me door U laten vinden. Amen'. Met deze twee gebedjes, voel ik mij geïnspireerd gedragen en door de Heilige Drievuldigheid (Vader, Zoon en Geest). Om me elke dag rustig te voelen, geïnspireerd de dag wil doorbrengen, is het wel nodig om elke ochtend even de stilte in te trekken. Ik voel ook, als dit door omstandigheden niet lukt, dat ik me minder goed voel, een gemis/tekort ervaar.
Verwijderenzeker waar Han, ik herken dit. het is vooral 'horen' en heel soms een beetje 'behoren'.
BeantwoordenVerwijderenoverigens heb ik jaren geleden een periode gehad dat ik, zoals jij dat beschrijft een 'altijddurende bekering' ervoer. op een cruciaal moment in mijn leven (na een zwaar auto-ongeluk) was dat ineens weg. nu leef ik voornamelijk met de herinnering daaraan en tegelijk, als ik eerlijk naar mijzelf kijk, neem ik waar dat ik in de navolging van Christus gegroeid ben. dat was in die periode toch wel wat graadjes minder. ik was feitelijk vooral met mijzelf bezig, wat toen wellicht ook nodig was.
ik maak me dus maar geen zorgen over het feit dat ik die nabijheid nog maar zelden echt ervaar - en als ik het al ervaar dan eigenlijk altijd in de aanwezigheid van een ander-, want ik weet: Hij is er gewoon...
Soms denk ik dat we het 'leven vanuit de Geest' teveel willen maken. Plus het verlangen dit te voelen / ervaren. Ik denk dat we gewoon bewoond zijn door die Geest en ons daar vooral geen zorgen over hoeven te maken. Hij blaast en waait. Het enige waarin we ons moeten oefenen is trachten stil te verwijlen bij die Geest, van onze troon komen zeg maar, die troon die ons vaak weerhoudt om echt nederig om te kunnen gaan met die Goddelijke Gast die ons reeds bewoont.
BeantwoordenVerwijderenIk denk maar ;-)
kris
Mooi gezegd,
Verwijderen