donderdag in week 1 advent
De rots waarover het evangelie spreekt, is Christus zelf. Bedoeling en roeping is ons ‘huis’ te bouwen op Hem. Dit ‘huis’ zal niet instorten, opdat Christus het fundament zal zijn van ons bestaan. Een christen leeft in de hoop en het diepe verlangen dat hij in deze sterkte mag staan: Christus in zich dragen als dé fundering van zijn bestaan. Wat niet wil zeggen dat hij er zich niet bewust van is dat er tegen het huis niet gebeukt zal worden. Hij weet goed dat dat heel zeker wel zal zijn. Maar hij zal steeds de ondergrond, de rots, Christus, in her-innering houden, in de zin dat hij zich in Hem verankerd heeft, innig met Hem verbonden. Hij draagt de Heer als een innerlijk fundament waarop hij in vertrouwen mag bouwen. Op Christus mag hij vertrouwen dat datgene wat tracht in te beuken niet de macht heeft zijn ziel te schaden. Oh ja, misschien wel het lichaam, en vele andere dingen. Maar niet de ziel. Want die is vervuld met de Heer, die ziel is bewoond, en wie zich toevertrouwt aan...