Kerstmis

Binnentreden in het kerstgebeuren

Tekst overweging: Kris

In naam van Ricky en mezelf wens ik ieder een vreugdevol en heilig Kerstmis toe.

Graag wil ik vandaag met jullie mét de herders naar de kerststal gaan, niet als toeschouwers maar als deelnemers.

Maar laten we eerst eens kijken naar de uren vóór zij naar de kerstgrot gaan. Ze komen namelijk niet toevallig langs die kerstgrot. Ze gingen ernaar op zoek als antwoord op het bezoek van een engel, terwijl ze ’s nachts hun kudde aan het hoeden waren. Hier zitten al twee mooie beelden in.

Het gebeurde midden in de nacht. Jezus werd geboren in duisternis. Dat zegt iets over wat Jezus later zal zeggen met de woorden: ‘Ik ben gekomen voor de zieken.’ (Mc 2, 17; Mt 9, 12-13; Lc 5, 31-32) Hij komt in het donkere van de mens, om te zoeken wat verloren is, om te helen wat ziek is. Als een goede herder komt Hij het verdwaalde schaap opzoeken. Zo komt Hij ook in het donkere van de wereld, in de realiteit van oorlog en oorlogsdreiging, een wereld waar de machtigen der aarde de plak zwaaien, een wereld waarin miljoenen mensen honger lijden. In die duisternis wil de Heer geboren worden als trooster, Redder en bevrijder.

Een ander mooi beeld is dat die engel aan de herders verscheen midden in hun werk. God treedt het leven van een mens binnen in zijn dagelijkse realiteit. Daar waar hard gewerkt wordt, waar het leven schuurt, waar het leven onaf is. God komt niet enkel binnen wanneer we een stilteretraite doen in een abdij, of wanneer we een mooi verzorgde liturgie volgen die ons hart bijna vanzelfsprekend opent voor Gods aanraking. Uiteraard zijn dergelijke momenten nodig en goed, maar het blijft een feit dat de engel aan de herders verscheen midden in hun arbeid, midden in de hardheid van het leven.

De engel sprak tot hen - we lezen dit voorafgaand aan het evangelie van vandaag: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen dat grote vreugde betekent voor heel het volk: vandaag is in de stad van David jullie Redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in doeken gewikkeld in een voederbak ligt.’ (Lc 2, 8-12). Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zo lezen we dan vandaag, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ Ze gingen meteen op weg en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag.

Het gaan van de herders was dus een antwoord op de engel. God neemt het initiatief, de mens antwoordt. De mens kan ook niet antwoorden of weglopen; die vrijheid heeft hij. Maar in het geval van de herders wordt er dus positief geantwoord en vertrekt men naar de stal. Ik vermoed dat God heel bewust - via zijn engel - aan herders is verschenen en niet aan grote machthebbers. Die zouden zijn verschijning misschien zelfs niet hebben opgemerkt, bezig als ze zijn met hun obsessieve uitbouw van machtswellust. De herders waren gewone mensen die de eenvoud in zich droegen om dingen op te merken die het gewone overstegen. Later horen we Jezus jubelend bidden: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld.' (Lc 11, 25)

Terug naar het kerstverhaal. De herders gingen. Bij de stal gekomen zagen zij Maria, Jozef en Jezus. Dit doet ons denken aan de woorden die Jezus later zal gebruiken wanneer Hij zijn eerste leerlingen roept. Tot Andreas en de andere leerling van Johannes zal Hij zeggen: ‘Kom en zie’ (Joh 1, 39). Ook Simon Petrus, Jakobus en Johannes worden geroepen midden in hun dagelijkse bezigheden (Lucas 5, 1-11). Steeds opnieuw klinkt die uitnodiging om niet te blijven staan, maar mee te gaan.

In de Bijbel is in beweging komen nooit vrijblijvend. Wie zich laat aanspreken en op weg gaat, krijgt deel en neemt deel aan wat God doet. Overal waar de Heer in de Schrift uitnodigt om te gaan, nodigt Hij uit tot deelname. Voor de herders betekende dat een intrede in de kerstgrot. Zij stonden er niet naast als toeschouwers, maar bevonden zich midden in het gebeuren. Zij werden als het ware deelgenoot van de Menswording.

In zijn Geestelijke Oefeningen beschrijft Ignatius wat hij de “beschouwing” (contemplatio) noemt. Daarbij gaat het niet om afstandelijk nadenken over een Bijbeltekst, maar om het innerlijk binnentreden in het gebeuren. De bidder wordt uitgenodigd zich voor te stellen waar hij zich bevindt, wie aanwezig is, wat er te zien en te horen valt, en welke bewegingen er in het eigen hart ontstaan. Ignatius vraagt expliciet om zich te plaatsen tussen de personen van het evangelie: luisteren naar Jezus, Hem zien handelen, soms zelfs mee te lopen, te kijken of te zwijgen. Het doel daarvan is een verdiept betrokken zijn bij wat God daar doet. Door die innerlijke deelname wordt het evangelieverhaal een ruimte waarin de bidder persoonlijk wordt aangesproken. De meditatie wordt zo een oefening in beschikbaarheid en navolging, waarbij de bidder zichzelf leert zien als iemand die mee opgenomen wordt in Gods handelen.

In die zin ligt er een duidelijke verwantschap met het evangelie van de herders. Ook zij blijven geen toeschouwers aan de rand, maar gaan het gebeuren binnen. Zij staan in de stal, zien het kind en laten zich veranderen door wat zij hebben meegemaakt. Ignatius zou zeggen: daar gebeurt echte geestelijke ervaring - waar het evangelie niet alleen wordt bekeken, maar beleefd van binnenuit.

Beste mensen, moge dit ons vandaag op Kerstdag ten deel vallen. Geen toeschouwers van de kerststal, maar deelnemers. Treed binnen en doorvoel Gods menswording in hart en nieren. Wees zelf de kribbe waarin God zich baart.

En leef. Ga, zoals het evangelie vandaag eindigt, met de herders terug naar het dagelijkse leven, God lovend en prijzend om wat je gezien hebt. Vanuit je deelname aan het kerstgebeuren mag jij nu de Heer baren in daden van goedheid, in blijken van liefde, in je omgang met je medemens.

Nogmaals een zalig Kerstfeest!

Laten we bidden

Heer Jezus,
U zijt gekomen in de nacht van onze wereld.
Open ons hart zodat wij uw komst niet alleen zien,
maar er binnengaan en eraan deelnemen.
Maak ons tot mensen die zich laten raken
en meegaan waar U ons roept.
Dit bidden wij U vandaag op kerstdag,
maar ook voor alle andere dagen van ons leven.
In uw naam.
Amen.

Geliefde mensen, laten we gaan en binnentreden, en deel worden van het gebeuren.
Een vreugdevol hoogfeest!
kris


Om mee op weg te gaan

De kans is groot dat er bij jou thuis een kerststal staat. Misschien zie je er ook een op de markt, of in de kerk wanneer je deelneemt aan de viering. Hoe kijk je naar die stal? Zie je vooral de mooie opstelling, de al dan niet geslaagde beelden, de sfeer die zo eigen is aan deze dagen? Of mag het iets meer zijn?
Ben je bereid te knielen met Maria, Jozef en de herders naast de kribbe? Mag Gods menswording ook in jou gebeuren? Dit raakt dieper dan sfeerschepping of sentiment. Het vraagt om nabijheid, om innerlijk binnentreden. Neem deel.

Reacties

  1. Zalig kerstfeest aan allen,Kris en Ricky. Wat laat maar net terug thuis van ziekenhuis, na operatie echtgenoot. Zo dankbaar dat alles goed verliep. De kapel van het ziekenhuis was de kerststal. Er was nabijheid en innerlijk binnentreden.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten