vrijdag in week 4 van de veertigdagentijd

GETUIGENIS
(Bij Wijsh 2, 1a + 12-22)

De rechtvaardige is een levende aanklacht tegen onze opvattingen geworden. Zijn verschijning alleen al is ons een doorn in het oog, omdat hij anders leeft dan anderen en zich afwijkend gedraagt. 
Zo horen we, in het boek Wijsheid, de zogenaamde goddelozen zeggen over de gelovigen.

Doorheen zijn gedrag, de keuzes die hij maakt, de woorden die hij spreekt, getuigt een christen. En ja, de kans dat christelijk leven een doorn in het oog is van anderen is niet onbestaande. Laat het vooral geen reden zijn om je levensstijl aan te passen. Als je maar nederig blijft en de ander (ook de andersdenkende) ten diepste respecteert als mens, al was het maar omdat ook hij of zij ook een kind van God is.

André Louf zegt dat – wanneer iemand in God leeft – niet anders zal kunnen dan getuigend aanwezig zijn in deze wereld. Hij zal zich daartoe van binnenuit gestuwd weten. Laten we luisteren wat hij daarover zegt:

‘Het levende leven dat deel uitmaakt van de christelijke ervaring is niet bedoeld om opgesloten te blijven in het hart van de gelovige. Integendeel. Het is een ervaring die we niet alleen met anderen kunnen delen, ze werkt ook uit zichzelf aanstekelijk. Jezus gebruikt niet toevallig het beeld van een bron die opborrelt. Of Hij heeft het over een bron die opwelt en overloopt. Dat is eigen aan de natuur van een bron. Heeft Jezus niet gezegd dat de mond overloopt waar het hart van vol is. (Mt 12, 34)’

‘Iemand die geraakt is door het goddelijk leven, kan niet anders dan het over dit wonder hebben. Hij voelt een onweerstaanbare aandrang vanuit zijn binnenste om te getuigen. Deze innerlijke aandrang is afkomstig uit het leven in zijn binnenste en heeft niets te maken met zijn goede wil of gulheid. Hij kan haast niet anders dan het spoor te volgen in de richting waar de Geest hem stuwt. Zonder tegenpruttelen laat hij zich stuwen door deze aandrang, zelfs als de Geest hem verder meeneemt dan hij oorspronkelijk van plan was. Tot zelfs daar waar hij niet wilde of durfde te gaan. Als de gelovige erin volhardt om te blijven luisteren naar het appel van de Geest, als hij elke innerlijke weerstand weet te overwinnen, kunnen prachtige zaken plaatsvinden, echte wonderen. Geen wonderen die hij op zijn eigen rekening kan schrijven, maar wonderen die de Geest onophoudelijk wil realiseren in zijn Kerk doorheen mannen en vrouwen die zich helemaal aan Hem durven toevertrouwen.’

‘Zulke wonderen veronderstellen bij wie getuigt over Jezus altijd aandacht voor wat er zich om hem heen afspeelt. Maar hij mag vooral het contact niet kwijtspelen met de ervaring die in het intieme van zichzelf plaatsvindt. Het klopt dat hij niet mag vervreemden van de wereld, maar vervreemden van God is zeker uit den boze. Zonder ophouden moet hij blijven luisteren naar zijn hart om – zelfs in het heetst van de strijd – afgestemd te blijven op de plannen van de Geest, waarlangs die in hem werkzaam is. Ignatius zegt dat de mens die op zo’n manier samenwerkt met de Geest contemplatief is in de actie, wat wil zeggen dat hij onophoudelijk in contact blijft met de goddelijke bron in zijn hart. Hij verraadt zich trouwens wanneer je hem bezig ziet. De manier waarop hij werkt en het ritme van zijn activiteiten stralen een rust uit en missen krampachtigheid, terwijl een berg werk hem niet afschrikt. Hij lijkt nooit geërgerd. Hij oogt ontspannen en rustig. De Geest beult iemand niet af, ontmoedigt niet. De Geest is soepel. Hij maakt vrij en draagt bij tot efficiëntie. Hij schenkt vreugde. Hij toont zich in alle gebeurtenissen. “Alles wat gebeurt is verrukkelijk”, zegt Léon Bloy.’

(Uit ‘De innerlijke mens, André Louf, blz. 32-33, uitgegeven bij Halewijn, 2023).

Dus geen getuigenis los van God, op eigen houtje. Nee, van binnenuit, gestuwd door de Geest. Het staat zelfs los van het feit of je wil getuigen of niet. De Geest zal je meenemen en stuwen, Hij zal je richting geven, zoals ook woorden en daden. ‘Wonderen’ zal hij verrichten, zegt Louf. De wonderen van de Geest, de wonderen van God, de wonderen van het evangelie.

Elk wonder zal thuishoren in de barmhartigheid van Christus. Zonden zullen vergeven worden, naakten zullen worden gekleed, armen zullen voedsel krijgen, ontheemden zullen verwelkomd worden, gevangenen worden bezocht, zieken verzorgd, enzovoort. We kennen de wonderen van het leven in God. Wél, ze zullen gebeuren, wanneer wij ons verbinden met Gods Geest in ons die ons zal binnenvoeren in het leven van Christus.

En maken we daarmee een verschil in deze wereld? Ja, heel zeker.
Zullen er mensen zijn die zich ergeren, zoals het citaat uit het boek Wijsheid aangeeft? Ja, da’s mogelijk. Waarschijnlijk zelfs.
Is dit een reden om onze getuigenis dan maar af te zwakken? ’t Is te hopen van niet.
Zijn we daarmee hoogmoedig? Nee, integendeel. Laat het je niet aanpraten. Wie zich laat leiden door de Geest is juist nederig, in de diepe betekenis van het woord.

Als we de ander maar altijd hoger achten dan onszelf (Rom 12, 10b), bereid zijn hem of haar de voeten te wassen.

Laten we bidden

Vader,
moge uw Geest
ons maken tot getuigen
van uw Blijde Boodschap,
getuigen van Christus’ Pasen,
door uw barmhartigheid uit te dragen
doorheen gebed, daad en woord.
Om deze genade bidden wij,
in Christus, onze Heer.
Amen.

Een mooie vrijdag,
kris


Vragen om mee op weg te gaan

Hoe kun je Gods barmhartigheid delen met anderen in je dagelijkse leven?

Wat zou je willen zeggen tegen mensen die misschien worstelen om Gods barmhartigheid te begrijpen of te ervaren?

Reacties

  1. Schitterende meditatie! DANK! Mocht het zo ook gebeuren aan ons...

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten