vrijdag in week 26 door het jaar

We noemen Gods boodschap een Blijde Boodschap. En dat doen we terecht. Gods boodschap is immers een boodschap van immense barmhartigheid. Wat een mens ook heeft uitgespookt in zijn leven, God is altijd opnieuw bereid de zondaar op te nemen in zijn barmhartigheid, hem te vergeven, hem opnieuw op weg te zenden. Niemand hoeft zich dus verloren te wanen. Zo is God. Dat is liefde.

Je zou dan kunnen redeneren: Eigenlijk hoef ik niet te bidden, ik hoef ook Jezus niet te volgen in wat Hij vraagt, want Hij vergeeft toch altijd opnieuw. Ik mag eigenlijk rustig mijn ding doen, ik moet naar niemand zien. Leve mijn ego!! En waarom niet… God, de barmhartigheid in persoon, vergeeft me toch. Dat zegt toch die Blijde Boodschap. Niet?

Het mag duidelijk zijn dat Gods barmhartigheid hier totaal verkeerd begrepen wordt. Wie omhelst is geweest door Gods barmhartigheid, wie vergeving heeft ontvangen, wordt opnieuw gezonden, en wel door God zelf, met de bedoeling te leven met de juiste intentie, om, levend in Gods genade, de weg te gaan die hij te gaan heeft; de weg dus waarop hij gezonden is. Wie dit laatste bewust verwerpt doet eigenlijk aan Godslastering, en dat is beleefd uitgedrukt.

In het evangelie van vandaag uit Jezus serieuze dreigementen naar dergelijke mensen. Stel dat Hij deze woorden niet zou hebben gezegd, stel dat deze dreigementen niet zouden zijn opgenomen in het evangelie, dan zouden deze mensen bij hun aards sterven geconfronteerd worden met de consequenties van hun halstarrigheid. En ze zouden Jezus kunnen verwijten waarom Hij dit alles niet gezegd heeft nog tijdens hun leven, waarom Hij niet tijdens hun aards bestaan hen heeft opgeroepen hun leven te beteren, of waarom dit niet is opgenomen in het evangelie.

Dus, laten we dankbaar zijn, ook om deze minder fijne perikopen uit het evangelie. Tracht ook deze verzen te lezen als Blijde Boodschap. Want dat zijn ze ook. Zeker weten.

Soms is het gewoon nodig dat we wakker geschud worden, dat we attent worden gemaakt. Zo dikwijls dommelen we in slaap, God bijna vergetend.

Laten we, naar het Woord vandaag, de Heer niet en nooit afwijzen.

kris

Reacties

  1. Vrijdag: een dag van boete. Eerste vrijdag: een dag van eerherstel. Wij hebben gezondigd. Baruch erkent het, de schuld van heel zijn volk dat hardnekkig achter andere goden aanliep en deed wat God mishaagt.
    Jezus houdt het ook voor aan de steden Chorazin en Betsaïda. Zij hebben Jezus’ wonderen gezien, Gods machtige daden, maar ze hebben zich niet bekeerd. Hard zal dan ook het oordeel zijn. En Kapharnaüm zal het nog slechter vergaan. Want het heeft Jezus’ 72 zendelingen verstoten. Daarmee hebben ze Jezus verstoten én Zijn Vader die Hem zond.
    Is er dan geen hoop meer? Deze lezingen zijn een momentopname. Je kunt niet alles in één keer zeggen. In zijn catecheses over de theologie van het lichaam zei de heilige paus Johannes-Paulus II harde woorden over het naar een vrouw kijken om haar te begeren. Dat leek een ware beschuldiging van het hart van de mens. Maar als je verder leest, zegt hij dat Jezus het hart niet beschuldigt, maar het uit doet zien naar de verlossing die Hij brengt. Jezus doet een oproep om ons hart door Hem uit te laten zuiveren.
    Maria zegt dat ook in haar Magnificat: ‘Barmhartig is Hij voor al wie Hem erkent’. Als je je hart door Jezus om laat vormen, dan wordt het zuiver. Dan mogen wij met de H. Theresia van Lisieux zingen: ‘Vivre d’amour, c’est bannir toute crainte, tout souvenir des fautes du passé; de mes péchés je ne vois nulle empreinte, en un instant l’amour a tout brûlé’. - ‘Leven in de liefde is elke vrees uitbannen, elke herinnering aan voorbije fouten; van mijn zonden zie ik er geen enkele weerhouden, in één ogenblik heeft de goddelijke liefde alles verbrand.’
    Dat is onze hoop, dat is onze redding: kijken naar Jezus en Zijn kruis waar Hij alles weer goed maakt tussen God en ons.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten