donderdag in week 2 van de veertigdagentijd

De armen als spiegel van ons hart

Tekst overweging: Kris

Het evangelie van vandaag kan confronterend zijn, vooral voor mensen die in materieel en financieel opzicht ruimschoots voorzien zijn. Jezus vertelt het verhaal van een rijke man die dagelijks feestviert, gekleed in purper en fijn linnen. Volgens de normen van zijn tijd doet hij niets wat als misdadig of schandalig kan worden beschouwd. Hij leeft gewoon het leven dat bij zijn positie past. Toch loopt het voor hem verkeerd af. Het evangelie maakt duidelijk dat het probleem elders ligt.

Voor de poort van zijn huis ligt een bedelaar, Lazarus, overdekt met zweren. Hij hoopt zijn honger te stillen met wat restjes van de tafel van de rijke man. De parabel suggereert dat de rijke man hem moet hebben gezien. Lazarus ligt immers voor zijn poort. De nood ligt letterlijk op zijn weg. Het drama van dit verhaal bestaat erin dat Lazarus wel aanwezig is in het leven van de rijke man, maar geen plaats krijgt in zijn hart.

Hier wordt de vraag gesteld die ook ons raakt: wat doen wij met de armen die zich op onze weg bevinden? En misschien nog fundamenteler: zien wij hen eigenlijk wel?

De woorden van de profeet Jeremia – de eerste lezing van vandaag – openen een diepere laag in deze parabel. Jeremia waarschuwt dat we niet te snel op elkaar moeten vertrouwen wanneer het bijvoorbeeld gaat over elkaar sussen over de levensstijl die we hanteren. In ons praten met elkaar kan het gebeuren dat we elkaar verblinden. De profeet spreekt duidelijke woorden: “Vervloekt wie op een mens vertrouwt, wie zijn kracht ontleent aan stervelingen.” Soms is het beter te luisteren naar de Heer en wat Hij zegt doorheen de Schrift, dan te bouwen op het zogenaamde ‘goede gesprek’ dat wij onder elkaar voeren over hoe we met rijkdom en armoede moeten omgaan.

Jeremia spreekt ook over het hart van de mens. Hij stelt dat het hart van de mens onbetrouwbaar is en zichzelf gemakkelijk kan misleiden. Alleen God doorziet het werkelijk. De parabel van de rijke man en Lazarus lijkt precies dat zichtbaar te maken: wat er in het hart van een mens leeft. De rijke man is geen gewelddadig mens, maar zijn leven draait volledig rond zichzelf. Hij leeft in overvloed, terwijl de nood vlak voor zijn deur blijft liggen. Zo ontstaat er al tijdens zijn leven een kloof tussen hem en Lazarus. Die kloof wordt na zijn dood alleen maar meer zichtbaar en zelfs onoverbrugbaar.

Opmerkelijk is dat Lazarus in het verhaal een naam heeft, terwijl de rijke man naamloos blijft. In de wereld van God wordt de arme gekend en bij naam geroepen. Dat alleen al zegt iets over waar Gods aandacht ligt.

Wanneer de rijke man in het dodenrijk vraagt om Lazarus naar zijn broers te sturen, antwoordt Abraham: “Ze hebben Mozes en de Profeten.” Met andere woorden: Gods wil is al lang bekend. In de Schrift wordt de mens telkens opnieuw opgeroepen zorg te dragen voor wie kwetsbaar is. Zo lezen we in het boek Deuteronomium dat men zijn hand niet gesloten mag houden voor de arme (Deut 15,7-8). De profeet Jesaja roept op om brood te delen met wie honger heeft en onderdak te bieden aan wie dakloos is (Jes 58,7). En zo zijn er nog tientallen passages in de Schrift die ons in dezelfde richting wijzen.

Zowel paus Franciscus als paus Leo hebben meermaals benadrukt dat de armen een bevoorrechte plaats van Gods aanwezigheid vormen. Wanneer de Kerk werkelijk wil leven vanuit het evangelie, zal zij daarom altijd de nabijheid moeten zoeken van mensen die lijden, van mensen die tekortkomen, van mensen die aan de rand van de samenleving staan. Niet vanuit een houding van superioriteit, maar als broeders en zusters die samen het leven dragen.

De zorg voor de armen vormt trouwens een gedeeld religieus erfgoed. Joden, christenen en moslims herkennen allemaal in hun traditie de oproep om zorg te dragen voor wie kwetsbaar is. In dat opzicht raakt deze parabel een waarheid die verder reikt dan één religieuze gemeenschap.

In onze tijd krijgt deze oproep ook een nieuwe actualiteit. De wereldsituatie waarin wij vandaag leven doet vrezen dat oorlogen en conflicten opnieuw grote stromen vluchtelingen op gang zullen brengen. Voor regeringen betekent dit dat zij moeten zoeken naar rechtvaardige en humane oplossingen. Voor ons als kleine burgers betekent het dat wij ons hart zullen moeten openhouden voor mensen die huis en haard moeten verlaten. In de Bijbel is de vreemdeling immers een centrale figuur. De Wet van Mozes roept het volk Israël herhaaldelijk op om zorg te dragen voor de vreemdeling (bijvoorbeeld Ex 22,20; Deut 10,19).

Het evangelie van vandaag nodigt ons uit tot een eerlijke zelfreflectie. Waar liggen de grenzen van onze aandacht? Voor wie staat onze deur open, en voor wie blijft ze gesloten? En hoe kunnen wij als gelovigen bijdragen aan een wereld waarin de kloof tussen mensen kleiner wordt en niemand ongezien aan onze poort blijft liggen?

Laten we bidden

Heer,
U doorgrondt het hart van de mens.
Bewaar ons ervoor dat wij onszelf misleiden
en onze ogen sluiten voor de nood van anderen.
Tik op ons geweten, zuiver ons hart,
zodat wij leren leven in waarheid en barmhartigheid.
Vandaag en alle dagen van ons leven.
Amen.

Geliefde mensen, moge ons leven getuigen van een zorg die niemand uitsluit.
Een toegewijde donderdag,
kris


Om mee op weg te gaan

Jezus zien in de eucharistie is mooi. Jezus beluisteren doorheen het Woord is waardevol. Jezus ervaren in momenten van verzoening en vrede is kostbaar. Maar kunnen we Hem ook zien in de arme, in de vluchteling, in hen die voor de wereld naamloos leven achter vaak grijze gevels in onze grootsteden? Een buiging maken, of zelfs knielen, voor de eucharistie is vroom en betekenisvol. Maar kunnen we diezelfde eerbied ook opbrengen voor de vele armen? Jezus is in hen niet minder aanwezig. Wie Hem in hen herkent, zal ook anders met hen omgaan.

Reacties

  1. Gods liefde is in ons hart uitgestort door de H.Geest, zegt Paulus. Dat zijn geen mooie woorden, maar een diepe, echte realiteit. Gods liefde mag ons leiden, tot in onze portefeuille toe. Het bijbels principe van 'tienden' is een heilig principe. Concreet: elke maand 1/10 van de inkomsten afstaan voor het goede doel veraf en dichtbij. Zonder angst, want de Heer zorgt ervoor dat je dan zelf niets tekort komt.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Waarin kom ik en velen te kort van ,in élke mens " arm of rijk ,geleerd of zonder diploma,mooi of lelijk verstandig of met psychische problemen ,allen zijn geliefden van De Heer .onze broeders en zusters ! God hélp ons daarin 🙏

    BeantwoordenVerwijderen
  3. goede vader, schenk mij de genade U te ontvangen in al wat tot mij komt.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten