vrijdag in week 3 van de veertigdagentijd

De kern van de wet

Tekst overweging: Kris

Vandaag spreken de lezingen ons over geboden en wetten, meer bepaald over de wet van Mozes. Niet omdat Mozes zelf de wet heeft bedacht, maar omdat hij wordt voorgesteld als de bemiddelaar tussen God en het volk. Op de Sinaï ontvangt hij de woorden van het verbond en geeft hij ze door aan Israël. Dat begint met de gekende tien geboden. Doorheen de eeuwen werd dit verbond steeds verder uitgelegd en toegepast op het concrete leven van het volk. Zo groeide een brede traditie van vele voorschriften en richtlijnen. In de joodse gemeenschap werden deze wetten zorgvuldig bestudeerd en besproken. Dat is op zichzelf een bijzonder mooi gegeven dat tot op vandaag voortleeft in het joodse geloofsleven. Dit proces van uitleg en verdieping werd in vroegere tijden ook vastgelegd in geschriften zoals de Talmoed, een omvangrijke verzameling van rabbijnse reflecties over de Thora. In de Talmoedische traditie (3e–5e eeuw) spreekt men over 613 geboden, een getal dat men tot op vandaag in de joodse traditie kent. De bedoeling daarvan is niet om mensen te verpletteren onder regels, maar om het dagelijks leven te richten op God en de naaste.

Ten tijde van Jezus bestond er ook al een groot geheel van wetten waarvan het de bedoeling was ze na te leven. Midden in dat grote geheel van wetten komt dan een schriftgeleerde naar Jezus met een vraag. Misschien wilde hij in de veelheid van voorschriften onderscheiden waar het nu werkelijk om gaat. Wat is het voornaamste gebod? Jezus antwoordt met woorden uit de Schrift: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer. Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw verstand en met heel uw kracht” (Deut 6,4-5). En Hij vulde aan met: “Heb uw naaste lief als uzelf” (Lev 19,18). "Er zijn geen geboden belangrijker dan deze", zo zei Hij nog. De schriftgeleerde herkende meteen de waarheid van dit antwoord en voegde er aan toe: “Hem liefhebben met heel ons hart, met heel ons inzicht en met heel onze kracht, en de naaste liefhebben als onszelf is meer waard dan alle brandoffers en andere offers.” Waarop Jezus dan antwoordde: “U bent niet ver van het koninkrijk van God.”

God liefhebben en je naaste als jezelf. Twee geboden die één werkelijkheid vormen. En toch is het interessant om te zien dat Jezus ze in een bepaalde volgorde plaatst, alsof er een zekere hiërarchie in zit. Eerst komt de liefde tot God. Vanuit die liefde groeit de liefde tot de naaste en tot onszelf. Wanneer het hart zich op God richt, verandert ook de manier waarop wij naar anderen kijken. Dan leren we de ander zien als iemand die door God bemind wordt. Ook de liefde tot onszelf krijgt daar haar plaats. Dat heeft niets te maken met navelstaarderij of met een leven dat alleen rond het eigen ik draait. Jezelf beminnen betekent je roeping aanvaarden en koesteren, beminnen dat je een kind en schepsel van God bent. Het betekent ook je eigen kwetsbaarheid onder ogen zien zonder jezelf te veroordelen. Zelfs wanneer je merkt dat je zwak bent en lang niet zo volmaakt als je zou willen zijn, blijft je leven gedragen door Gods liefde. Jezelf niet veroordelen hoort ook bij het beminnen van jezelf.

Eigenlijk kan ons leven één groot antwoord worden op Gods liefde voor ons. Ons leven zal dan zijn als “een altijd groene cipres”, zoals Hosea het vandaag verwoordt. Liefde tot God, tot de naaste en tot onszelf kan uitgroeien tot één beweging van het hart: een leven dat vrucht draagt omdat het geworteld is in Gods liefde.

Laten we bidden

Goede God,
keer ons hart telkens weer naar U,
opdat ons leven vrucht moge dragen
als een antwoord op uw liefde.
Om deze genade bidden wij,
in Christus, onze Heer.
Amen.

Geliefde mensen, laten we een leven leiden dat geworteld is in Gods liefde.
Een mooie vrijdag,
kris


Reacties

  1. Ik zal je uitstekende “zéér goede raad opvolgen Kris …als een mantra in mijn hart en ziel laten doordringen . Dankjewel l

    BeantwoordenVerwijderen
  2. "van God houden met heel je hart en heel je ziel", klinkt prachtig, maar hoe DOE je dat? die vraag heeft me een tijd bezig gehouden, maar het werd geen realiteit voor mij. Totdat ik mijn aandacht op het tweede gebod ging richten: "en houd van je medemens als van jezelf". Door liefde (mededogen) tot de medemens te beoefenen, gewoon door elke dag te proberen om iedereen zo liefdevol mogelijk te aanschouwen, leerde ik ook mijzelf liefdevol te aanschouwen en, o wonder, toen kwam Jezus in mijn hart, met al Zijn liefde. als ik voel dat Hij wat verder weg is kan ik proberen heel lang en hard tot Hem te bidden, maar veel beter werkt het om mededogen te oefenen, dan bid je de hele dag.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Het was juist de eerste lezing die mij raakte. In gedachte vulde ik "Amerika" in, in plaats van "Assyrië".

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten