zaterdag in week 4 door het jaar
Wanneer het Woord schuurt
Tekst overweging: Kris
Wanneer je een christen zou vragen of hij de Blijde Boodschap zoals die verwoord is in de evangelies ten volle omarmt, zullen de meesten volmondig ‘ja’ zeggen. Het evangelie is immers de leidraad van de christen. En het gaat daarbij niet alleen om woorden, maar om de Heer zelf die we in het Woord ontmoeten. Tot zover het geloofsprincipe. De werkelijkheid leert ons echter dat dit vaak niet zo evident is. In de praktijk omarmen we de Blijde Boodschap dikwijls slechts ten dele. Ze raakt immers aan onze keuzes, aan gewoontes en overtuigingen die we hebben opgebouwd. Ze kan ons het gevoel geven dat we moeten loslaten, dat we ons moeten heroriënteren, dat onze vrijheid begrensd wordt. Precies daar ontstaat spanning. We nemen graag aan wat ons bevestigt, wat ons geruststelt, wat bij ons past. Wat daarbuiten valt, schuiven we makkelijker opzij, soms heel subtiel, soms heel bewust. Christen zijn betekent niet dat we hiervan gespaard blijven. Het vraagt eerlijkheid om dat onder ogen te zien.
Het is van alle tijden. Kijken we naar Jeremia in de eerste lezing van vandaag. Zijn woord is niet welkom, terwijl hij profeet is, door God gezonden, een rechtvaardige bij uitstek. Zijn woorden zijn confronterend. Hij legt bloot wat scheef zit, hij raakt aan wat mensen liever verborgen houden. Dat roept weerstand op. Mensen uit zijn eigen omgeving keren zich tegen hem en willen hem het zwijgen opleggen. Wie de waarheid uitspreekt, wordt vaak als bedreigend ervaren. Ook in onze tijd zien we hoe moeilijk het is om woorden te ontvangen die raken aan pijnlijke of ongemakkelijke werkelijkheden. Paus Franciscus was daar een mooi voorbeeld van. Hij werd in de Kerk tot ver voorbij haar eigen grenzen door velen gewaardeerd om zijn pastorale nabijheid, zijn aandacht voor de armen en zijn nadruk op Gods barmhartigheid. Tegelijk klonk in zijn woorden ook een oproep tot bekering, tot zuivering, tot eerlijkheid, vooral dan binnen zijn eigen entourage. En dat werd hem niet altijd in dank afgenomen. Ik vermoed dat we daar veel niet van weten. Zoals bij Jeremia ligt de weerstand zelden in het feit dat de boodschap onwaar zou zijn, maar eerder in het feit dat ze raakt waar het voor de mens in kwestie schuurt.
In het evangelie zien we dezelfde dynamiek rond Jezus. Er ontstaat discussie over wie Hij is, maar gaandeweg wordt duidelijk dat het vooral zijn woorden en zijn gezag zijn die spanning oproepen. Jezus spreekt met een helderheid en een radicaliteit die mensen in beweging brengt, maar ook weerstand oproept. Zijn woorden raken het concrete leven. Ze doorbreken vanzelfsprekendheden. Dat was toen zo, en dat is het vandaag nog altijd.
Laten we luisteren naar enkele uitspraken van Jezus die ook ons vaak doen schuifelen op onze stoelen.
“Heb uw vijanden lief en bid voor wie u vervolgen” (Matteüs 5, 44).
Dit schuurt omdat het ingaat tegen ons gevoel van rechtvaardigheid. We willen wel dat kwaad benoemd wordt, dat er grenzen zijn, maar je vijanden beminnen… hier wordt veel gevraagd. Dat is verre van evident.
“Niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventigmaal zevenmaal” (Matteüs 18, 22).
Vergeving heeft geen maat. Waar we diep gekwetst zijn voor het leven, waar vertrouwen tot op zijn fundamenten is gebroken, is vergeven niet vanzelfsprekend. Hier stoten we vaak op een grens die we moeilijk kunnen overstijgen, en waardoor herstel moeizaam wordt.
“Keer hem ook de andere wang toe” (Matteüs 5, 39).
Dat is misschien nog wel het moeilijkste. Er wordt een houding gevraagd die elke spiraal van geweld doorbreekt. Een honderd procent geweldloosheid. Jezus zelf is deze weg gegaan en vraagt van ons hetzelfde. Niet evident.
“Verkoop alles wat u hebt en geef de opbrengst aan de armen, kom daarna terug en volg Mij” (Marcus 10, 21).
Op bezit zijn we fier. We hebben er toch voor gewerkt. Het is toch goed dat we iets aan de armen geven? Jezus’ eis komt hier wel heel vergaand over. En toch is het evangelie. Hier wordt een radicaliteit gevraagd die we al snel willen spiritualiseren. Op zich is daar niets mis mee, maar het gevaar bestaat dat we ondertussen ons luxueus leventje gewoon verder leven, terwijl er nog steeds – ook hier – mensen onder de brug slapen. Jezus bedoelt natuurlijk meer dan dit, maar wat er staat, staat er. Laten we dat ernstig nemen.
“Oordeel niet” (Matteüs 7, 1).
Hoe snel zijn we in het oordelen over anderen. We plaatsen mensen in vakjes. Dat belemmert ons om de ander te zien met de blik van de Heer, met een barmhartige blik. En dat heeft gevolgen.
“Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen” (Johannes 8, 7).
Oei… dat voelt ongemakkelijk. Nochtans een waarheid als een koe.
“De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn” (Matteüs 23, 11).
Een boodschap voor allen die een leidinggevende opdracht hebben: binnen de Kerk, in de politiek, in het werk, of als ouders in een gezin. Niet boven anderen staan, maar ten dienste van hen. Geroepen om de ander te dragen, altijd bereid zijn voor de ander te knielen en hem de voeten te wassen... Vraagt een bepaalde houding.
“Wees barmhartig, zoals uw Vader barmhartig is” (Lucas 6, 36).
Doe het maar. Wat een hoge lat. Tegelijk voelen we dat dit de enige juiste weg is, een weg die leidt naar vergeving en verzoening, waar mensen gezien en gedragen worden.
“Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van Mij, is Mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van Mij, is Mij niet waard” (Matteüs 10, 37).
Over schuren gesproken… De meest fundamentele relaties worden hier in een groter geheel geplaatst. Dat raakt aan wat voor ons het meest vanzelfsprekend is. Ga er maar mee om.
Zo klinkt de Schrift: bemoedigend, maar ook scherp en ontregelend. De vraag die blijft, is eenvoudig en tegelijk ingrijpend: willen we de Blijde Boodschap ontvangen in haar geheel, of nemen we alleen wat ons goed uitkomt?
Het evangelie laat zich niet opdelen in stukken die we naar believen kiezen. Jezus is geen spie uit de taart die we nemen wanneer het ons past. Hij geeft zich als geheel. En Hij vraagt ons om Hem ook zo te ontvangen. En net zoals we lezen in de evangelies van deze dagen schuurt dat aan ons leven. Maar dat is goed. Laat het schuren. Loop er niet van weg. Denk vooral niet dat Jezus afwezig zou zijn in dit schuren, integendeel. Hij kent ons schuren, maar dan wij het zelf kennen. Weet: Hij is aanwezig in het hart van je geschuur. Het is een weg waarin Hij zich wil openbaren, jou wil opnemen in Hemzelf. Laat dit laatste gebeuren, als een feest van zijn barmhartigheid (cfr. André Louf). Moge dit ons persoonlijk Pasen worden, het Pasen van de Kerk, het Pasen voor deze wereld.
Laten we bidden
Heer Jezus,
uw Woord raakt ons,
soms dieper dan we verwachten.
U kent onze aarzeling, onze weerstand,
onze neiging om te kiezen wat ons uitkomt.
Blijf tot ons spreken, ook wanneer het schuurt.
Open ons hart voor uw waarheid, in haar geheel.
Leer ons niet weg te lopen,
maar te blijven waar U ons aanspreekt.
Vorm ons van binnenuit,
met uw zachtmoedige kracht.
Maak ons vrij om U te volgen, stap voor stap.
Omwille van het leven in de Kerk
en de wereld waartoe U ons zendt.
In uw naam.
Amen.
Geliefde mensen, mogen wij leren luisteren met een hart dat bereid is zich te laten vormen door de Heer.
Een mooi weekend,
kris
Om mee op weg te gaan
Reacties
Een reactie posten