zondag 5 in de veertigdagentijd
Kom naar buiten
Tekst overweging: aartsbisschop Vincenzo Paglia – uit ‘Het Woord van God elke dag – 2026’ (Otheo/Sant’Egidio)
Het evangelie dat wij gelezen hebben, toont de kracht en de grootheid van Jezus’ liefde. Jezus bevindt zich ver van het dorp van zijn vrienden Maria, Marta en Lazarus als het nieuws over de dood van zijn vriend Hem bereikt. Het is gevaarlijk voor Jezus om terug te gaan naar Judea: Hij had veel bedreigingen ontvangen. Toch besluit Hij om te gaan: Hij kan niet op een afstand blijven van het lijden en van het drama dat zijn vriend Lazarus meemaakt. Voor Jezus is de vriendschap een diepe dimensie van het leven.
Hoe vaak vluchten mensen voor het lijden van anderen, en voegen zo aan het drama van het kwaad ook de bitterheid toe van de eenzaamheid. Ook vandaag blijven mensen die Jezus volgen helaas vaak ver weg van de vele begraven en onderdrukte Lazarussen. Nog steeds krijgt Jezus verwijten te horen zoals dat van Marta: “Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn." Dat wil zeggen: Heer, als U dichtbij was geweest, zouden deze dingen niet zijn gebeurd.
In het evangelie is één ding duidelijk: Jezus is niet ver weg, maar het zijn de mensen die afstand nemen van Hem. En er zijn er zelfs die Hem beletten om dichtbij te komen. Alleen Jezus staat bij de vele Lazarussen en weent over hen. Ook Hijzelf zal over een paar dagen alleen zijn in de tuin van Getsemane en uit doodsangst bloed zweten. Alleen Jezus staat bij Lazarus, om tegen alles en iedereen in te hopen.
Zelfs de zussen proberen Hem te ontmoedigen als Hij vraagt om het graf te openen: “Maar Heer, de stank! Hij ligt er al vier dagen!”, zegt Marta. Maar Jezus stopt niet. Zijn liefde voor Lazarus is sterker dan de berusting van de zussen en wijzer dan de redelijkheid. De liefde van de Heer kent geen grenzen, zelfs niet die van de dood: Hij wil het onmogelijke.
Het graf is niet de uiteindelijke woning van de vrienden van Jezus. Hij roept: “Lazarus, kom naar buiten!”. De vriend hoort de stem van Jezus, zoals staat geschreven: “De schapen kennen zijn stem” (Joh 10, 4). De profeet Ezechiël had reeds melding gemaakt van de woorden van God: “Mijn volk, Ik zal jullie graven openen, Ik laat jullie uit je graven komen en Ik zal jullie naar het land van Israël brengen.” (Ez 37, 12). Lazarus luistert en komt naar buiten.
Jezus spreekt niet tot een dode, maar tot een levende, iemand die slaapt – misschien is dat de reden dat Hij roept. En Hij vraagt de anderen om de zwachtels los te maken. Door de dode Lazarus te bevrijden, bevrijdt Jezus ieder van ons: van ons egoïsme, van onze kilheid, van onze onverschilligheid en van onze dode gevoelens.
Een oude oosterse traditie vertelt dat Lazarus, eenmaal herrezen, niets anders at dan zoetigheid, om te benadrukken dat het leven dat de Heer geeft zoet en mooi is, dat de gevoelens die de Heer in het hart legt sterk en teder zijn, robuust en liefdevol, en alle bitterheid en hardheid verslaan.
“Ik ben de opstanding en het leven”, zegt de Heer. In zijn evangelie, in zijn lichaam, herrijst het leven. “Lazarus, kom naar buiten!”. Jezus noemt ieder bij naam. De naam betekent het leven van een mens. Hij beschermt tegen het kwaad. Zijn liefde is persoonlijk.
De liefde van God, die weerspiegeld wordt in de vriendschap die Hij tussen de mensen opwekt, brengt ook vandaag ons hart tot vreugde in een wereld van graven. Lazarus is een voorafspiegeling van Pasen, als Jezus, de vriend van alle mensen in al hun lijden, overweldigd zal worden door het kwaad.
Weten wij ons op te stellen als zijn vrienden, en ons over Hem te ontfermen? Dit is de keuze van de veertigdagentijd.
Laten we bidden
Dit was het Woord naar MIJN leven.
BeantwoordenVerwijderenDe Heer heeft met mij mee geweend.
Vijf jaar lang kon ik alleen met Hem terecht met mijn verdriet totdat ik mensen, priesters en mijn kinderen, in vertrouwen heb genomen.
Einde mei ga ik naar Santiago de Compostela om mijn steen met verdriet neer te leggen aan het Cruz de Ferro en dan zoek ik opnieuw een steen, deze keer een steen
met vreugde.
En deze steen neem ik dan mee in mijn graf.
Zonnige zondag
Ria