donderdag in week 4 door het jaar

Loslaten zonder af te schrijven

Tekst overweging: Kris

In het evangelie van vandaag horen we hoe Jezus zijn leerlingen twee aan twee uitzendt. Zij worden gezonden zonder veel zekerheden, met weinig bagage en zonder middelen om zichzelf te beschermen. Hun zending is eenvoudig en kwetsbaar: nabij zijn, genezen, bevrijden en mensen oproepen tot inkeer.

Jezus houdt hen geen succesverhaal voor. Afwijzing maakt kennelijk deel uit van wat hen te wachten staat. Daarover zegt Jezus: “Schud het stof van je voeten als getuigenis tegen hen.” Een op het eerste zicht misschien wat merkwaardige uitdrukking. Vanwaar komt ze vandaan? Wat betekende ze voor de leerlingen van toen? En wat zou ze voor ons kunnen betekenen?

In de wereld van toen was het afschudden van stof een bekend symbool. Joden die door heidens gebied reisden, schudden bij hun terugkeer soms symbolisch het stof van hun voeten. Dat gebaar drukte uit: dit gebied behoort niet tot het land van het Verbond; ik neem er niets van mee. Het was geen agressieve handeling, maar het maakte duidelijk dat niet alles gedeeld kon worden en dat men dat verschil achterliet. Jezus gebruikt dat gebaar nu voor situaties waarin mensen het evangelie niet willen ontvangen. Het is dus geen gebaar tegenover vijanden, maar tegenover mensen die eenvoudigweg niet willen luisteren. Jezus zegt daarmee dat de leerlingen niets hoeven te forceren. Zij hebben getuigd, meer wordt hun niet gevraagd. Het stof van de voeten schudden is een stil gebaar en geen veroordelende preek.

Wat kan dit voor ons betekenen vandaag, als mensen die concreet leven in onze samenleving, en als kerkgemeenschap? Het wijst ons op het feit dat geloof niet afdwingbaar is en dat de vrijheid van de ander altijd dient gerespecteerd te worden. Het nodigt uit om weerstand niet mee te dragen als last en zo zelf vrij te blijven van verharding of verbittering. We hoeven Jezus of het evangelie niet te verdedigen. Jezus heeft geen bescherming nodig, alleen geloofwaardige getuigen.

Bovendien weten wij niet hoe God in de ander aan het werk is, of welke weg iemand vanbinnen gaat. Wat wij zeker kunnen doen, is de ander ten allen tijde blijven beminnen. Dus zelf in liefde blijven staan. Dat behoedt voor hardheid, zowel in woorden en reacties als in houding. En wat we ook kunnen doen, is de ander altijd meedragen in ons gebed, ook hier zonder oordeel of verharding. De ander biddend neerleggen in de schoot van de Heer.

Dit alles houdt ons vrij van de drang om altijd gelijk te moeten krijgen. Het leert ons om trouw te blijven aan ons diepste zelf, zonder de ander vast te zetten in oordeel. Soms is verdergaan de meest liefdevolle keuze. Niet om de ander los te laten, maar om het laatste woord aan God te laten.

Laten we bidden

Goede God,
U vraagt ons trouw te zijn
aan wat U ons toevertrouwt.
Houd ons mild in onze woorden
en zacht in onze houding.
Leg in ons een diep vertrouwen
dat geen mens buiten uw blik valt.
Door Christus, onze Heer.
Amen.

Geliefde mensen, mogen we in ons leven de ruimte laten voor verschil, zonder verlies van liefde.
Met genegen groeten,
kris


Om mee op weg te gaan

Hoe ga jij om met mensen die anders denken dan jij op vlak van godsbeeld of geloofsvisie? Wanneer de relatie door verschillen wat schuurt, kan je dan toch de liefde bewaren? Of merk je soms verharding in jezelf, oordeel, of zelfs een vorm van uitsluiting? Mogen we blijven kiezen voor de liefde; de liefde als een oproep die richting geeft aan onze woorden en onze houding.

Reacties