dinsdag in week 3 door het jaar
Voorbij het eerste moment
Tekst overweging: Kris
Zowel de eerste lezing als het evangelie bevatten vandaag tal van elementen die uitnodigen tot reflectie. Toch wil ik me beperken tot één klein detail uit het evangelie, met name de allerlaatste zin. Nadat de Heer het meisje heeft doen opstaan, zegt Hij dat men haar iets te eten moet geven. Het is een korte zin, bijna terloops uitgesproken, maar ze is zeer betekenisvol en draagt een oproep in zich.
In de Kerk, en uiteraard ook ver daarbuiten, gebeurt bijzonder veel goeds. Parochies, gemeenschappen en ook individuele mensen zetten zich vanuit een christelijke of andere goedmenselijke inspiratie dikwijls heel mooi in voor anderen. Dat gebeurt vaak discreet, zonder veel aandacht of zichtbaarheid, en juist dat maakt het zo waardevol. Die inzet verdient erkenning en dankbaarheid. Kleine goedheid. Het maakt onze wereld mooi en warm.
Toch is er een punt dat aandacht vraagt. Vanuit een concrete nood wordt vaak ook concrete hulp geboden, en dat is terecht. Maar wat gebeurt er daarna? Het komt voor dat mensen na die eerste hulp opnieuw alleen verder moeten en weer terechtkomen in hetzelfde leven als voordien. Soms met hernieuwde eenzaamheid tot gevolg, soms zelfs met de harde realiteit dat er opnieuw geen eten is.
Wanneer Jezus zegt: ‘Geef dat meisje te eten’, mogen we daarin een oproep horen tot wat we ‘nazorg’ kunnen noemen. Nazorg in de betekenis van: laat elkaar niet los. Niet alleen op het moment van de nood, maar ook daarna, op langere termijn. Het gaat om aanwezig blijven, om blijvende betrokkenheid, om trouw die niet meteen weer verdwijnt. Het moet gezegd: vanzelfsprekend is dit niet en het is best soms veeleisend. Maar het is voor de zorgontvanger zo waardevol.
Een eenzame mens opzoeken is goed en zinvol. Maar diezelfde mens blijven opzoeken, zodat er langzaam vertrouwen en vriendschap kunnen groeien, is van een andere orde. Het vraagt engagement, tijd en beschikbaarheid. Ook hier: niet evident maar zo belangrijk.
Een arm gezin helpen met voedsel is evenzeer goed en noodzakelijk. Maar er komt een nieuwe dag, een nieuwe week ... Kinderen hebben niet één keer eten nodig, maar elke dag opnieuw. Naast het zoeken naar structurele oplossingen blijft de dagelijkse vraag naar voedsel voor veel mensen bestaan. Eén keer helpen is waardevol, maar het risico bestaat dat het te weinig is als het daarbij blijft.
Daarom klinkt vanuit het woord van de Heer 'geef het meisje nu te eten' een warme oproep om elkaar eten te blijven geven. Letterlijk, waar dat nodig is, maar ook figuurlijk. Door nabij te blijven, contact te houden, een telefoontje te doen, een berichtje te sturen.
Wanneer mensen ervaren dat anderen werkelijk met hen op weg gaan, en dit niet alleen voor even maar voor langere tijd, ontstaat er iets van gemeenschap dat sterker is dan het moment. In dit gebeuren mogen we iets zien van Gods trouw waarin wij mogen delen en meewerken. Zo krijgt het evangelie handen en voeten, midden in het leven van mensen, ook voorbij het eerste moment.
Laten we bidden
Heer Jezus,
U ziet wat mensen nodig hebben
om verder te leven.
Open onze ogen voor wie honger heeft,
naar brood en naar nabijheid.
Geef ons een hart dat blijft,
ook wanneer zorg tijd en geduld vraagt.
In uw naam.
Amen.
Geliefde mensen, moge wat ons verbindt verder reiken dan het moment waarin we elkaar ontmoeten.
Een toegewijde dinsdag,
kris
Om mee op weg te gaan
Merk je soms bij jezelf dat hulp, die vaak heel edel en spontaan ontstaan is vanuit een eerste enthousiasme, snel bekoelt wanneer het aankomt op blijvend engagement? Dit laatste is zeker zo belangrijk als het eerste. Het moet gezegd: dat vraagt soms keuze. We kunnen ook niet overal tegelijk zijn. En toch is het de moeite om hier aandacht aan te schenken, juist omdat trouw die de tijd doorstaat vaak meer zegt dan een mooi en edel begin.
Reacties
Een reactie posten