woensdag in week 4 door het jaar
Ruimte geven aan God
Tekst overweging: Kris
Vandaag lezen we in de eerste lezing opnieuw een Bijbeltekst die schuurt aan ons godsbeeld. We horen hoe God aan David drie mogelijke straffen voorlegt als gevolg van zijn volkstelling, en dat roept bij ons onvermijdelijk weerstand op. Alsof God zou rekenen met rampen en ziekte om zijn gelijk te halen. Zo kunnen en hoeven we deze tekst vandaag niet te verstaan. De Bijbel spreekt hier vanuit een oud denkkader, waarin alles wat het volk treft onmiddellijk in verband werd gebracht met Gods handelen. Rampen werden theologisch geduid binnen het geloofsverstaan van die tijd.
De focus in de lezing mogen we dan ook niet leggen op een straffende God, maar op een mens die zijn vertrouwen bouwt op macht, op aantallen en op zelfbehoud, en die uiteindelijk ontdekt hoe leeg een dergelijke houvast is. David krijgt schuldbesef en neemt verantwoordelijkheid. En daar gaat het vandaag over. David kiest ervoor zich toe te vertrouwen aan Gods mededogen. Niet zijn kaders, maar Gods barmhartigheid krijgt het laatste woord. De lezing eindigt niet in vergelding, maar in bewogenheid. God laat zich raken wanneer een mens zijn schuld erkent en zich opnieuw aan Hem toevertrouwt.
Hetzelfde zien we terugkeren in heel wat evangelieverhalen. Waar mensen zich laten vinden en aanraken door Jezus, waar zij zich aan Hem toevertrouwen, ontstaat genezing en komt men tot leven. Maar niet in het Nazaret van toen, zo verhaalt het evangelie van vandaag. Jezus botst er op geslotenheid. Die geslotenheid komt niet voort uit afstand, want zij kenden Jezus goed; Hij was één van hen. Precies daar ligt het probleem. Zij meenden Hem te kennen. Dat klinkt op het eerste gehoor vertrouwd en nabij, maar het gaat hier om een vertrouwdheid die hen blind maakte voor wie Hij werkelijk was. Zij klampten zich vast aan een oppervlakkige verwantschap met Hem en sloten zich zo af voor zijn ware betekenis. We moge dt een vorm van hoogmoed noemen. En zo lieten zij Jezus in de kou staan, met als gevolg dat er geen wonder kon gebeuren. Niet omdat Hij weigerde, maar omdat de mensen zich afsloten voor wie Hij werkelijk was en waarvoor Hij kwam.
Beide lezingen leggen ons vandaag dezelfde vraag voor. Waar zoeken wij onze zekerheid? In ons gelijk, ons denken, onze ‘doe-maar-door’-mentaliteit, in het idee dat wij het wel weten, bouwend op ons eigen ik? Of durven wij, zoals David, ons toe te vertrouwen aan Gods barmhartigheid? Want waar mensen zich nederig op de borst kloppen en vragen bij God thuis te mogen komen, daar wordt de weg geopend naar nieuw leven. Daar kan ook vandaag het wonder van Pasen zich voltrekken.
Laten we bidden
Heer,
maak ons vrij
van wat ons gevangen houdt in onszelf.
Leer ons luisteren
naar wat U vandaag tot ons zegt.
Open onze ogen
voor uw werkzaamheid in het gewone.
Laat uw barmhartigheid
ons opnieuw richten op U.
In uw naam.
Amen.
Geliefde mensen, mogen wij onszelf niet tot maatstaf maken en ruimte laten voor Gods werkzaamheid in ons midden.
Een mooie woensdag,
kris
Om mee op weg te gaan
Zijn er plekken in jezelf waar je de Heer liever op afstand houdt, omdat je daar vooral op jezelf rekent? Dat kan aanvoelen als houvast of veiligheid, maar tegelijk kan het ruimte afsluiten waarin nieuw leven wil doorbreken. Misschien blijft iets onuitgesproken, ongeopend, omdat je vasthoudt aan jezelf. Wat zou er gebeuren als je die plaats niet langer zelf bezet, maar haar openlegt voor Gods nabijheid en aanraking?
Reacties
Een reactie posten