maandag in week 1 van de veertigdagentijd

Op weg naar heiligheid

Tekst overweging: Ricky Rieter

Beste vrienden, hoe staan we ervoor aan het begin van de Veertigdagentijd? Eigenlijk een vreemde vraag. Elke dag , ook in de loop van het jaar, is nieuw.  Elke dag worden we geroepen om er iets moois van te maken. De sterke tijden van het jaar nodigen ons er wel speciaal voor uit om onze tijd goed te besteden. Juist omdat we van onszelf weten dat we het enthousiasme van een nieuw begin niet elke dag vast kunnen houden is wat extra aandacht ervoor heel heilzaam. Het is, zonder meer, een goede gewoonte om dagelijks niet alleen terug te blikken op de voorbije dag maar ook ‘s morgens een aandachtige start te maken, zodat de hele dag bij voorbaat al ingebed is in onze goede bedoeling.

Een wat, misschien uit de mode geraakt woord is ‘gewetensonderzoek’. Wat is dat, ons ‘Geweten’?  Ik beluister erin, dat ik het WEET. Weet ik diep in mijzelf wanneer ik me oké voel bij de wijze waarop ik leef? Of kriebelt er toch ergens iets, waar ik spijt van heb? Weten en niet (willen) weten liggen dicht bij elkaar. Hoe verhouden die twee begrippen zich ten opzichte van elkaar?

Wie van ons zou durven beweren dat hij of zij helemaal leeft zoals het bedoeld is? We doen wel ons best, maar worden we zo ‘heilig’? Het  woord ‘heilig’ komt in de eerste lezing voor. Nee, heilig zijn we zeker nog niet, al zijn we wel onderweg.  Een ‘heilig boontje’ willen we al helemaal niet zijn. En toch staat er:

De Heer zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen de gemeenschap van Israël: Wees heilig, want Ik, de Heer, jullie God, ben heilig,

Meteen daarna volgen er allerlei voorbeelden uit het dagelijks leven waarin we soms geen zuivere motieven hebben om iets te doen of te laten.

Zo kan ons leven in elkaar zitten. Als Mozes zijn volk opdracht geeft om ‘heilig’ te zijn, dan mogen we dat niet interpreteren als een boodschap voor de mensen die toen leefden. Wijzelf krijgen diezelfde opdracht, - noem het liever een roeping. Hoe zuiverder wij leven, des te dichter komen we bij het leven waartoe we geroepen zijn.

Het begrip ‘heiligheid’ kent vele lagen. In het boek Leviticus zouden deze woorden ontelbare keren voorkomen, waaruit we kunnen concluderen dat die opdracht wel heel belangrijk moet zijn. Wat kan ermee bedoeld zijn? We kunnen ons immers niet voorstellen dat we zo heilig moeten worden, zoals God zelf heilig is? Dat halen we in der eeuwigheid niet.

Het is namelijk zo dat zelfs die heilige Naam uit eerbied niet uitgesproken mocht worden. Deze Naam (JHWH), moest vervangen worden door ADONAÏ wat betekent: DE HEER, of MIJN HEER. Het Hebreeuws bestaat alleen uit medeklinkers., dus wij weten ook niet met zekerheid met welke klinkers Gods Naam uitgesproken zou mogen worden. Dat vind ik een mooi gegeven. We kunnen God eigenlijk niet vastleggen in een Naam. God is zo enorm groot en tegelijkertijd zo klein en ‘onvindbaar’ dat Hij niet te benoemen is.

Ik merk in het getijdengebed dat de vervangende Naam van God altijd doorgevoerd wordt. Dit uit eerbied voor het geheim dat God groter is dan een naam. In de vertaling ervan klinkt in elk geval heel zuiver door dat Hij er voor ons zal zijn, zoals Hij is.

De opdracht om heilig te zijn zal nooit tot resultaat hebben dat wij als het ware als God zouden kunnen worden. Ik denk aan Adam en Eva, het verhaal van de hoogmoed om wel als God te willen worden. Wel zijn wij ertoe geroepen om de richting van zijn roepstem te volgen zo goed als we dat kunnen. We mogen ons bewegen in zijn richting, door te leven volgens zijn bedoeling. Hij is die Hij is, aanwezig voor ons, en altijd zeer nabij, ook als we falen.

Als in deze veertigdagentijd dat bewustzijn en de intentie mag groeien, dan ‘horen’ wij zijn bevestiging met de antennes van ons hart. Die kunnen steeds gevoeliger op Hem worden afgestemd. De heiligheid van zijn Naam, en de heiligheid van onze roeping zullen steeds meer afgestemd worden op elkaar, al weten we niet precies hoe dat werkt. Dat hoeft ook niet.

Vandaag hoorde ik nog een mooie tekst uit de brief van Paulus aan de Efeziërs: Door onze eenheid met Hem hebben wij vrijelijk toegang tot God; door ons geloof in Hem mogen wij daarop vertrouwen. (Ef 3, 12)

Wat een rijkdom, in feite zijn we al in principe in die eenheid opgenomen, en geheiligd. Hetzelfde, maar toch een variant, lees ik in de eerste brief van Petrus: Leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals Hij die u geroepen heeft heilig is. (1 Petr 15)

Wat ons gevraagd wordt ligt nooit boven onze macht. Die kracht hebben we in onze doop al meegekregen,

Vandaag kiezen we, als gebed enkele verzen uit psalm 19.

Liefdevolle Vader,
al zijn er honderd namen voor U, toch kunnen we u niet benoemen en raken we in verlegenheid als we het toch zouden proberen. Graag nemen we een psalmtekst erbij, dat is immers uw eigen Woord:

De hemel verhaalt van Gods majesteit,
het uitspansel noemt het werk van zijn handen
de dag zegt het voort aan de dag die komt,
de nacht vertelt het voort aan de volgende nacht.

Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord,
het is een spraak zonder klank.
Over heel de aarde gaat hun stem,
tot aan het einde van de wereld hun taal.

Het gebod van de Heer is helder,
licht voor de ogen.

Laten de woorden van mijn mond U behagen,
de overpeinzingen van mijn hart U bekoren,
Heer, mijn rots, mijn bevrijder

Beste vrienden, leg je luisterend oor bij de taal uit de Schrift en geloof dat Hij een weg toont waarin je die heilige woorden steeds beter leert verstaan. Dit gebeurt nu eens in duisternis en een ander keer is het licht in onszelf. In beide gedaantes  komt het voort. Het duister en het licht horen bij elkaar.
Een mooie maandag toegewenst.
Ricky


Om onderweg te overpeinzen

Heb je weleens het gevoel dat dingen die je niet begrijpt, ineens helder worden? En zoek je er dan naar om te vinden hoe dat toch kan? Heeft dat met inzicht te maken? Een cadeau uit ‘den hoge’? Of komt het door het nadenken van jezelf? Voel je het verschil? En kun je er zelf invloed op uitoefenen?

Reacties