dinsdag in week 1 van de veertigdagentijd

Levend in Gods beweging

Tekst overweging: Kris

Alles begint bij God, Schepper van hemel en aarde, bron van ons bestaan. Vanuit zijn liefde beweegt Hij zich - als het ware - voortdurend naar de aarde toe. Niet als een verre toeschouwer, maar juist als iemand die zich in het hart van ons menselijk bestaan innig nabij maakt. Dit belichaamde Hij in zijn Zoon Jezus Christus, het Woord dat uit Hem is voortgekomen en onder ons is komen wonen. Hij heeft niet alleen fysiek onder ons gewoond, maar blijft ons in alle tijden nabij als goddelijke aanwezigheid, door zijn Geest die in ons woont. Op dit alles mogen wij als mensen een antwoord geven. We zijn geroepen om ontvangers en dragers te zijn van wat Hij schenkt, en om actief gehoor te geven door een leven te leiden waarin zijn liefde zichtbaar wordt in onze relaties met elkaar, vanuit zijn inwoning. Met onze daden van goedheid geven wij terug wat we in genade hebben ontvangen, als vrucht van wat Hij in ons heeft gezaaid.

Deze beweging lezen wij vandaag bij Jesaja:
‘Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel en daarheen niet terugkeert zonder eerst de aarde te doordrenken, haar te bevruchten en te laten gedijen, zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten – zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar Mij terug, niet zonder eerst te doen wat Ik wil en te volbrengen wat Ik gebied.’

Het woord dat uit Gods mond voortkomt, is geen abstracte boodschap. Het draagt kracht in zich en bewerkt wat God wil. In Christus heeft dit woord zijn diepste gestalte gekregen. Hij is het levende Woord dat de aarde doordrenkt en vruchtbaar maakt. Zoals regen het land bewerkt en leven mogelijk maakt, zo bewerkt Hij het hart van de mens en wekt Hij nieuw leven. Wie zich voor Hem opent, wordt zelf akker waarin Gods belofte vrucht draagt.

Als mens zijn we geroepen om in deze beweging mee te gaan: ontvangen, dragen en teruggeven. Hierdoor geven we God een gezicht op aarde in onze omgang met de schepping en met elkaar. De Kerk is geroepen dit als gemeenschap te belichamen vanuit Christus, haar levend Hart. Maar het reikt verder dan de grenzen van de katholieke Kerk of andere christelijke gemeenschappen: elk mensenkind is geroepen om terug te geven wat het ontvangen heeft, door een leven te leiden dat getekend is door wat zijn Schepper in wezen is, namelijk liefde.

Om de mens in deze beweging te bewaren, geeft God ons een kostbaar hulpmiddel: het gebed, en in het bijzonder het Onze Vader, waarvan we vandaag in het evangelie horen hoe Jezus het aan zijn leerlingen leert. Met dit gebed nodigt Jezus ons uit om steeds opnieuw in eenvoud en vertrouwen naar God terug te keren. Het Onze Vader is lofzang, dankzegging en smeekgebed, waarin we erkennen en verwoorden dat we zijn genade nodig hebben. We vertrouwen onze dagelijkse behoeften aan God toe, vragen om vergeving en verbinden ons ertoe ook zelf vergeving te schenken. We bidden dat we behoed mogen zijn voor het kwaad en bewaard blijven in zijn liefde.

In het gebed krijgt deze ontmoeting tussen God en mens haar vorm. Het Onze Vader vat deze wederkerigheid samen. Met de woorden waarmee wij het gebed besluiten - “Want van U is het koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid, in eeuwigheid. Amen.” - leggen wij alles terug in Gods handen. Alles wat wij ontvangen hebben, keren wij in dankbaarheid tot Hem terug, verbonden in die eeuwigdurende beweging van leven tussen God en mens.

Laten we bidden

God,
bron van alle leven,
schenk ons uw genade,
dat wij, gedragen door gebed,
steeds liefdevol mogen leven
in de beweging en stroom
van ontvangen en geven.
In Christus, onze Heer.
Amen.

Geliefde mensen, laten we – arm van geest – ontvangen en geven, en zo God een gezicht geven in ons dagelijks leven.
Een toegewijde dinsdag,
kris


Om mee op weg te gaan

Wanneer je het gebed ingaat is het goed om – voor je woorden gebruikt – eerst een tijdje stil te zijn. Niets zeggen, geen gebedenboeken. Stilte. Verinnig je met de heilige Geest die niet enkel in je is, maar ook in je ‘borrelt’. Hij bidt reeds in je voor jij daar al zat. Hij doet je verlangen, Hij doet je - al dan niet letterlijk - knielen. Hij opent je hart. Verinnig je met dat geborrel. Laat het toe. Laat het gebeuren. Wees je in stilte gelovig bewust van de beweging waarin de Geest je brengt: Door God ben jij gewild en bemind, van Hem ontvang je, in Hem mag jij leven en geven. Vanuit dit lofgebed zonder woorden kan je eventueel overgaan naar woordgebed: het Onze Vader, of andere gebeden. Maar blijf in de Geest bidden. Christus in jou.

Reacties