dinsdag in week 4 van de veertigdagentijd
Levend water
Tekst overweging: Kris
In het visioen van de profeet Ezechiël ziet hij water onder de drempel van de tempel vandaan stromen. Het begint als een klein stroompje dat bijna onopvallend uit het heiligdom vloeit. De stroom groeit langzaam en wordt steeds dieper. Eerst reikt het water tot aan de enkels, daarna tot aan de knieën, vervolgens tot aan de heupen. Uiteindelijk wordt het een rivier waar niemand nog doorheen kan waden. Het water stroomt verder naar de Jordaanvallei en bereikt zelfs de Dode Zee, een plaats waar normaal geen leven mogelijk is. Daar gebeurt iets wonderlijks: het zoute, dode water wordt levend water. Waar de rivier stroomt, ontstaat nieuw leven. Vissen komen in overvloed tevoorschijn en langs de oevers groeien bomen die elke maand vrucht dragen. Hun bladeren verwelken niet en hun vruchten raken niet op. De bladeren worden zelfs geneeskrachtig genoemd. Het visioen tekent een beeld van een wereld die opnieuw tot leven komt. Vanuit Gods heiligdom stroomt een kracht die de dorheid van de aarde doorbreekt. Het is een visioen van de weg die wij in de veertigdagentijd kunnen gaan: een weg waarop God nieuw leven laat groeien.
Ook het evangelie van vandaag brengt ons bij water. In Jeruzalem ligt bij de Schaapspoort het bad van Betzata, waar zieken wachten op genezing wanneer het water in beweging komt. Midden tussen hen ligt een man die al achtendertig jaar ziek is. Hij leeft al jaren met het gevoel dat hij er alleen voor staat. Wanneer Jezus hem ziet, spreekt Hij hem aan met een vraag die dieper gaat dan zijn ziekte: “Wilt u gezond worden?” De man kijkt naar het water waarin hij nooit op tijd geraakt. Maar Jezus richt zijn blik in een andere richting. De genezing komt niet uit het bad. Ze komt uit Hem. Met één woord doet Hij de man opstaan en weer gaan. In Jezus zelf stroomt het leven van God.
Wanneer wij dit evangelie lezen, helpt het ons het visioen van Ezechiël beter te verstaan. Het water dat uit de tempel stroomt wijst vooruit naar een diepere werkelijkheid. In Jezus verschijnt de nieuwe tempel waarin Gods leven onder de mensen aanwezig is. Uit Hem stroomt het levende water dat genezing en nieuw begin brengt.
Dat visioen van levend water spreekt ook over ons eigen leven. Voor wie het sacrament van het doopsel heeft ontvangen, is dat water geen herinnering uit een ver verleden, maar een blijvende bron van genade. In het doopsel heeft God ons in Christus geraakt met zijn eigen leven en ons opgenomen in de stroom van zijn liefde. Het is een bron die niet ophoudt water te geven. In momenten van gebed, van stilte en van bekering mogen wij telkens opnieuw naar die bron terugkeren. Daar mogen wij drinken van Gods eigen leven, om in Christus zelf een stroom te worden die leven geeft aan deze wereld die zo vaak dorst naar vrede en heelheid.
Laten we bidden
Heer Jezus,
U doet leven ontstaan
waar dorheid heerst.
Laat ons drinken
uit de bron van uw liefde,
zodat ons leven vrucht draagt.
Om deze genade bidden wij,
vandaag en alle dagen van ons leven.
Amen.
Geliefde mensen, laten we steeds weer terugkeren naar de Bron van alle leven.
Een mooie dinsdag,
kris
Om mee op weg te gaan
Mag Jezus die stroom zijn waardoor Gods levend water je ziel verkwikt, zodat je op jouw beurt leven mag geven aan de mensen die Hij je toevertrouwt?
Het is deze lezing van Ezechiël (het water stroomt rechts uit de poort) waarom in afbeeldingen van de gekruisigde Jezus het doorstoken hart (waar bloed en water) uit vloeide, rechts zit.
BeantwoordenVerwijderenJezus is onze bron van leven. Inderdaad, we brengen dit in verband met de doop.
De man in het evangelie wordt niet genezen door het water van het bad, maar door Jezus, bron van levend water. En dan kun je meteen ook weer denken aan de ontmoeting met de Samaritaanse vrouw.
Mij trof in de 1e lezing dat het water (dat uiteindelijk een rivier werd) onder de poort uit sijpelde. Iedereen die wel eens een plant in kurkdroge grond water heeft gegeven, weet dat ineens een grote hoeveelheid water dan weinig nut heeft. Net een goed gedoseerde kleine hoeveelheid en een constante regelmaat, zorgt dat de droge grond weer goed doordrenkt en vruchtbaar kan worden. Het constant sijpelende water symboliseert voor mij de genade en liefde die God ons telkens weer geeft, als steun op onze vaak dorre levensweg. Hij overspoelt ons niet zodat we dreigen te "verdrinken", maar geeft ons in zijn onmetelijke liefde alle tijd om zijn genade te kunnen ontvangen en ons naar Hem te kunnen richten. Zodat we, zoals Kris dat zo mooi benoemt, bij Hem mogen drinken van het water dat leven geeft. Een fijne veertigdagentijd voor ieder van u.
BeantwoordenVerwijderen