Palmzondag A

Hosanna ... en dan ?

Tekst overweging: Kris

De vier lezingen van deze Palmzondag dragen ons mee in één grote beweging. De intocht in Jeruzalem laat zien wie Jezus is: de koning die komt in de naam van de Heer. Jesaja laat zien op welke wijze Hij komt: als de dienaar die luistert, met een open hart, met een leven dat zich niet onttrekt aan vernedering en aangedaan lijden. De hymne uit de brief aan de Filippenzen beschrijft zijn innerlijke weg: de weg van zelfontlediging, dienstbaarheid en gehoorzaamheid. Het passieverhaal toont hoe deze weg gestalte krijgt in de laatste uren van zijn leven. Alles hoort samen. Alles loopt uit op die ene openbaring: in Jezus verschijnt een koningschap dat door liefde wordt gedragen.

Laten we eerst kijken naar het intochtverhaal. Jezus trekt Jeruzalem binnen op een ezel, in eenvoud en zachtmoedigheid. Rond Hem staat een menigte die mantels op de weg spreidt, takken van de bomen afsnijdt en luid roept: Hosanna voor de Zoon van David, gezegend Hij die komt in de naam van de Heer! Het is een tafereel vol verwachting, vol beweging, vol eerbetoon. Ook wij zouden gaan kijken als Hij door onze straten trok. Ook wij zouden Hem met woorden, gebaren of gezang begroeten. Tegelijk legt dit evangelie meteen een indringende vraag aan ons voor: wat houdt onze lofzang werkelijk in? Anders gezegd: waar bleef die menigte wanneer Jezus enkele dagen later bespot werd, veroordeeld en gekruisigd? Onder het kruis stonden nog slechts enkele getrouwen: Maria, zijn moeder, Maria van Magdala, de leerling Johannes, en wellicht nog een paar anderen. De grote schare van het luide hosanna was verdwenen. Ook wij ontvangen Jezus gemakkelijk zolang Hij aansluit bij wat wij hopen, zolang Hij ons bemoedigt, sterkt en nabij blijft op een wijze die past in ons plaatje. Palmzondag vraagt of wij Hem ook volgen wanneer zijn weg ons brengt bij overgave, lijden, machteloosheid en trouw die zwaar kan wegen. Willen wij Hem alleen toejuichen, of willen wij bij Hem blijven in een trouw tot het uiterste?

Jesaja profeteert over Jezus. Daar verschijnt de dienaar van de Heer als iemand die luistert en van daaruit spreekt tot moedeloze mensen. Zijn kracht ligt niet in uiterlijk overwicht, maar in zijn verbondenheid met God. Hij houdt stand, ook wanneer verwerping en smaad zijn weg kruisen. Zo tekent Jesaja de ware dienaar in Gods ogen: luisterend, dienend, kwetsbaar en toch innerlijk sterk. Wie zich aan God toevertrouwt, ontkomt niet aan pijn, maar draagt in zich een kracht die niet bezwijkt.

In de brief aan de Filippenzen horen we die oude, prachtige, vroegchristelijke hymne, een tekst die als het ware het hart van het mysterie van Jezus' liefde blootlegt. Christus gaat van goddelijke heerlijkheid naar menselijke kleinheid, van zelfgave naar kruisdood, en van kruisdood naar verhoging. Paulus reikt deze woorden niet alleen aan om over Jezus na te denken, maar ook om dezelfde gezindheid in ons te laten groeien.
In deze hymne wordt zichtbaar hoe God redt. In Jezus daalt Hij af tot in de diepte van ons bestaan, waar angst, vernedering, lijden en dood vaak realiteit zijn. Daar, waar God niet loslaat, wordt de liefde zichtbaar in haar volheid. Deze weg is Christus gegaan, met ons meegaand.
Wie Christus wil volgen, wordt uitgenodigd om deze beweging binnen te gaan: afdalen, dienen, liefhebben, volharden, zich toevertrouwend aan de Vader.

Dan horen we het lange passieverhaal van Matteüs. In het hele verhaal blijft dezelfde vraag op de achtergrond aanwezig: wie is Jezus werkelijk? Rond Hem verzamelen zich de hogepriesters, Pilatus, de soldaten, de voorbijgangers, Judas, Petrus, de vrouwen en de centurio. Ieder van hen wordt op zijn eigen manier met Hem geconfronteerd. Ieder staat voor dezelfde werkelijkheid, en toch valt het antwoord telkens anders uit. De een verraadt Hem, de ander verloochent Hem, weer anderen bespotten Hem of wassen hun handen in onschuld. Er zijn ook mensen die blijven, die wenen, die toezien, die niet meer veel kunnen doen en toch niet verdwijnen.
Aan ons de vraag: wie is Jezus voor mij wanneer zijn heerlijkheid niet blinkt in macht, maar zichtbaar wordt in een gekroonde spotfiguur, in een gekwetst lichaam, in een stem die uit de diepte roept tot God? Wie is Jezus voor mij wanneer zijn weg niet langs triomf gaat, maar langs het kruis?

Palmzondag nodigt ons uit om deze vraag niet te ontwijken: wie is Jezus voor mij? Wij staan niet buiten het verhaal. Wij staan ergens tussen de menigte, tussen de leerlingen, tussen de vluchtenden, tussen de vrouwen die blijven, tussen Petrus met zijn tranen, tussen de centurio die op het einde iets begint te zien.
Misschien is ons geloof soms gul in woorden en lofzang, maar arm in volharding. Misschien herkennen wij de neiging om afstand te nemen wanneer de weg van Jezus ons te dicht brengt bij offers, bij kwetsbaarheid, bij een liefde die zichzelf uit handen geeft. Jezus vraagt geen vluchtige bewondering. Hij zoekt een hart dat met Hem meegaat.

Palmzondag opent de heilige week met die ene belangrijke vraag: willen wij Hem alleen begroeten aan de poort van Jeruzalem, of willen wij Hem volgen tot onder het kruis, om daar te ontdekken dat juist deze liefde de wereld draagt?

Laten we bidden

Heer,
wij juichen U gemakkelijk toe,
maar zijn niet altijd trouw
wanneer de liefde vraagt.
Leer ons niet weg te lopen,
maar juist met U mee te gaan.
In uw naam.
Amen.

Geliefde mensen, mogen wij groeien in een liefde die niet terugdeinst, maar nabij blijft tot het einde.
Met genegen groeten, kris


Om mee op weg te gaan

Onlangs vertelde iemand me dat ze graag bad met de psalmen. Spontaan kiest ze voor die psalmen die God lof toezingen. Dat is, denk ik, voor velen herkenbaar. De psalmen waarin het wringt, laten we makkelijker liggen. Dat stelt ons voor de vraag: wie is God voor mij? Blijf ik bij woorden van lof, of ga ik ook mee naar die plaatsen waar het hart nog dieper wordt geraakt en de liefde mij niet ongemoeid laat?

Reacties

  1. bas-aria uit de mattheus passion:
    Maak u, mijn hart, rein,
    Ik wil Jezus zelf begraven.
    Want hij zal voortaan in mij
    Voor eeuwig
    Zijn rust hebben.
    Wereld, ga uit, laat Jezus binnen!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hier kun je alleen nog neerknielen in stilte. Het is te groot voor ons menselijk verstand. Maar ons hart heeft zijn eigen redenen die het verstand niet kent.

      Verwijderen

Een reactie posten