woensdag in de Goede Week
"Ik toch niet, Heer?"
Tekst overweging: Kris
In deze dagen richten we ons uiteraard op de Heer. Met Hem gaan we mee naar de bovenzaal waar Hij de eucharistie zal instellen, waar Hij de voeten van de leerlingen zal wassen. We zullen met Hem de Calvarieberg opgaan, om doorheen de stilte van Stille Zaterdag ons te laten opnemen in zijn Pasen. Maar zo ver zijn we nog niet. Laten we vandaag eens kijken naar Judas, de leerling die Hem verraden heeft.
Het evangelie vertelt hoe Judas naar de hogepriesters gaat en vraagt wat zij hem willen geven als hij Jezus uitlevert. Hij ontvangt dertig zilverstukken en vanaf dat moment, zo lezen we, zoekt hij een geschikte gelegenheid. Terwijl Jezus met zijn leerlingen het Pesachmaal voorbereidt en viert, weet Judas goed wat hij zal doen, en de Heer met hem. Tijdens de maaltijd onthult Jezus dan ook dat één van hen Hem zal uitleveren.
Wat er in Judas is omgegaan, blijft grotendeels verborgen. We zien zijn daden, de gevolgen, maar niet de weg ernaartoe. Misschien was er ontgoocheling, misschien onbegrip, misschien een verlangen naar een andere Messias. Misschien speelde geld een rol, of een innerlijke verwijdering die langzaam gegroeid is. De Schrift laat ons niet in zijn hart kijken. Ze spreekt alleen over berouw en dat er een strijd moet zijn geweest tussen roeping en keuze.
Maar na zijn daad van verraad is er dus wel berouw. Het evangelie vertelt hoe Judas de zilverstukken terugbrengt en zegt dat hij onschuldig bloed heeft verraden (Mt 27, 3-5). Hij werpt het geld in de tempel en gaat heen. Daarop hangt hij zich op. In de Handelingen van de Apostelen wordt zijn einde op een andere manier beschreven: hij stort neer en zijn lichaam barst open (Hand 1, 18). Twee tradities, die elk op hun manier tonen hoe zijn weg eindigt in breuk en leegte.
De figuur van Judas staat minder ver van ons leven dan we doorgaans denken. Zijn verraad legt een innerlijke spanning bloot die in elke mens aanwezig is. De vraag van de leerlingen - “Ik toch niet, Heer?” - is geen formaliteit, maar een eerlijke zelfbevraging. Judas staat voor de mogelijkheid die in ieder van ons leeft om ons af te keren, om eigen belang te laten primeren, om het vertrouwen te breken. Moge dit een spiegel zijn voor ons eigen leven.
Wat het berouw betreft, getuigt de Schrift dat Judas er uiteindelijk geen weg mee vond die hem terugbracht. Het probleem ligt niet in het berouw zelf, maar in het opgesloten blijven daarin, zonder openheid naar relatie. Dit in tegenstelling tot Petrus. Zoals we weten zal hij Jezus verloochenen (Lc 22, 54-62), maar zijn berouw opent een weg naar terugkeer. Op het moment dat Jezus hem aankijkt, blijft die relatie bestaan, en precies daarin ligt zijn redding. Hij blijft niet staan bij zijn val, maar laat zich opnieuw opnemen in de relatie met de Heer. Bij Judas ontbreekt dat moment in het evangelie, en loopt het anders af.
Laten we vooral van Judas geen karikatuur maken van het pure kwaad. Hij staat dicht bij Jezus, hoort bij de twaalf, en toch gaat het mis. Hij beseft dat ook - dat maakt zijn einde des te aangrijpender. Laten we vooral naar de spiegel kijken: Wat doe je met berouw zonder terugkeer?
Inderdaad, de vraag is: wat doen wij met de vaststelling van eigen verraad, van verloochening? Wat doen wij met gevoelens van spijt en berouw? Zijn we bereid om telkens opnieuw terug te keren? Berouw hoeft geen eindpunt te zijn dat ons vastzet in een soort zelfveroordeling, doodlopend in een donker steegje. Berouw is een beweging die ons kan doen opkijken, weg van onszelf, naar de Heer. Hij wacht op ons. In zijn barmhartigheid opent Hij een weg en nodigt Hij ons uit om de relatie te herstellen, hoe diep de breuk ook was. Zijn barmhartigheid reikt verder dan wat in het verhaal van Judas zichtbaar was.
Berouw is in wezen gave. Het is de Geest die ons raakt, die ons innerlijk wakker maakt, die ons de pijn laat voelen van wat gebroken is. Het is de Geest die ons opnieuw in beweging brengt, die ons de eerste stap laat zetten naar de Heer. En nog vóór wij die stap zetten, heeft Hij zich reeds aan ons geschonken. Zijn liefde gaat ons altijd vooraf, draagt ons en blijft ons begeleiden.
Jezus' liefde kent geen pauzeknop. Net zoals tijdens het laatste avondmaal blijft Jezus zich geven. Zelfs in het zicht van mogelijk verraad deelt Hij de maaltijd, ook met Judas. Wanneer wij kwaad in ons hart dragen, blijft Jezus zijn liefde geven: nabij, uitnodigend, wachtend. Liefde trekt zich nooit terug. Zich bewust van het kwaad, veroordeelt Hij niet, maar gaat Hij de weg ten einde en bewaart Hij de liefde. Dat zullen we horen in het lijdensverhaal op Goede Vrijdag. In het hart van het kwaad blijft Hij nabij. De liefde verlaat de mens niet, ook wanneer dit Hem zijn leven kost.
Pasen zal uiteindelijk tonen dat die liefde standhoudt. Wat uit God komt, dooft niet uit. Het kwaad heeft geen blijvende toekomst. De liefde blijft, reeds hier op aarde, vaak midden in het kwaad. Het brandt als een paasvuur dat geen mens kan doven. Het is een vuur dat zegt: verenig je met Mij. Heb lief met Mij.
Heer,
U kent de weg van ons hart,
ook waar wij afdwalen en afstand nemen.
Raak ons aan met uw Geest,
zodat berouw in ons mag groeien
als een begin van terugkeer naar U.
In uw naam.
Amen.
Om mee op weg te gaan
Wat je hebt misdaan hoeft niet het laatste woord te hebben in je leven. De Heer blijft naar je kijken met een liefde die uit God zelf komt. Laat je dragen door zijn barmhartigheid. Zeg ja en leef.
Heel mooie invalshoek om de figuur van judas te beschrijven. Maar hoe moet je de woorden van jezus interpreteren wanneer Hij zegt het waren beter dat hij met een molensteen om de hals in zee wordt geworpen,het ware beter dat er niet geboren was.
BeantwoordenVerwijderendaar zit ik eerlijk gezegd ook wel mee
VerwijderenBeste Anoniemn,
Verwijderenik begrijp goed waar het wringt. Jezus spreekt in krachtige taal om de ernst van het verraad te tonen, omdat dit de liefde diep raakt. Tegelijk blijft Hij tot het einde in relatie met Judas, ook aan tafel, wat aangeeft dat zijn woorden geen definitieve veroordeling zijn. De uitspraak dat het beter was niet geboren te zijn, wijst naar mijn aanvoelen op de diepte van de breuk waarin een mens kan terechtkomen wanneer hij zich afsluit. Ze is vooral een ernstige waarschuwing, terwijl Jezus tegelijk de weg van de liefde blijft gaan, ook tegenover wie Hem verraadt.
Zouden we het zo mogen verstaan?
Van harte, kris
Dankjewel Kris voor de Liefdevolle woorden die mij open maken voor God, de Vader de Zoon en de H. Geest.
BeantwoordenVerwijderenJa zolang we Hem niet volgen in Zijn liefde spijts alles.!En “alles” is Zijn onvoorwaardelijke Liefde aanvaarden voor iedere mens ook mezelf door angst en zelfzucht !En toch ….wil ik mij en alle mensen ,na te vallen weer opstaan !Ons richtend naar Hem die met ZIJN GEEST in ieder van onze harten woont ook Onvoorwaardelijk écht liefhebben !!!
BeantwoordenVerwijderen