vrijdag in week 33 door het jaar

Jezus ging naar de tempel, waar Hij de handelaars begon weg te jagen, terwijl Hij hun toevoegde: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn, maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’, zo lezen we vandaag

Enkele jaren geleden was ik op doorreis in Bosnië-Herzegovina. In een klein dorpje zaten we een 50-tal meter van de kerk wat brood te eten. Vanuit de velden kwam er een oude tractor aangereden. Toen deze een bocht maakte langs de kerk, vertraagde hij tot bijna stilstand. De boer op de tractor deed zijn pet af, maakt een lichte buiging richting kerk, en versnelde weer en draaide achter de kerk het de velden in.
Prachtig hoe deze boer vanuit zijn dagelijkse arbeid op het veld Jezus een groet bracht.

Wanneer Franciscus van Assisi (13e eeuw) met zijn broeders door bossen en velden trok, en ze zagen in de verte een kerk of kapel, knielden ze allen neer en baden: 'Wij aanbidden U, Heer Jezus Christus, hier en in al uw kerken die over heel de wereld zijn, en wij loven U, omdat Gij door uw heilige kruis de wereld verlost hebt'.

Een kerk is op de eerste plaats dé verblijfplaats bij uitstek van Christus zelf.
De gods-lamp wijst ons dag en nacht op het feit dat Jezus aanwezig is in de Eucharistie, zorgvuldig bewaard in het tabernakel.
De Bijbel op het altaar wijst ons erop dat Hij tegenwoordig is in het Woord, dagelijks aan ons gegeven.
Het kruisbeeld getuigt van de weg die Hij ons is voorgegaan, de weg waar Hij verlossing gebracht heeft voor ieder van ons, de weg waarin Hij toonde met met wie Hij het meest begaan was.
Kerken zijn plaatsen van aanbidding.
En net zoals de boer en Franciscus is het goed deze plaatsen van gebed met liefde en eerbied te benaderen. Hoe weinig de stenen ook van belang zijn, het zijn plaatsen waar Jezus woont, en ons uitnodigt om individueel en als gemeenschap daar bij Hem te komen vertoeven, met Hem te zingen, naar Hem te luisteren.

De bisschoppen van België hebben de parochies opgeroepen om in deze lockdown-periode kerken en kapellen open te houden. Erediensten mogen we de dag van vandaag jammer genoeg niet vieren, maar een kaars branden, de stilte opzoeken, gewoon er zijn in Gods zijn is niet verboden. Het is belangrijk. We zijn bezoeken aan kerken en kapellen een beetje kwijt. Misschien moeten we deze rijkdom hervinden.
Laten we deze gebouwen, soms groot, soms klein, maar altijd juwelen in stad, dorp of veld, met véél liefde soigneren en koesteren. Het zijn immers plekken van Gods-ontmoeting.

kris

Reacties

  1. Jezus’ prediking is nauw verbonden met de tempel. In de tempel stond de ark van het verbond met de stenen tafelen van het verbond. In de tempel werd dus de Thora bewaard, de Wet van de Allerhoogste. Maar wat was er van die tempel geworden? Ja, een rovershol met verkopers van vee en duiven, allemaal voor de eredienst, ja, maar men vroeg voor die offerdieren al te veel en ze moesten betaald worden met joods geld en dat was niet zo gebruikelijk onder de Romeinse bezetting. De mensen hadden Romeins geld bij zich. Dat moest voor het kopen van een offerdier omgewisseld worden in joods geld. En de transactiekosten voor dat omwisselen liepen ook weer hoog op. Niet voor niets weende Jezus gisteren over Jeruzalem, want de tempel toonde niet meer het ware gelaat van God, maar een geest van corruptie en commercie. Er stond nochtans geschreven in Jesaja 56, 7 dat de tempel een huis van gebed moest zijn voor alle volken. Hoe kun je bidden te midden van al dat geroezemoes en de drukte rond al die commerciële praktijken? Jezus zag mensen uit de tempel weggaan helemaal leeggezogen door die commerçanten en geldwisselaars. Maar Jezus leert wel wat God wil, Hij leert Gods Wet. Hij gaf onderricht over Gods bedoelingen. Dat werd Hem echter niet in dank afgenomen. Al de vooraanstaanden van het volk waren die commercie gewend en nu komt dat profeetje uit Nazareth hen op de vingers tikken? Weg moest Hij! Dood!
    Dat is wat ook Johannes in zijn Godsvisioen meemaakte. Hij moest een boekje opeten, het boekje dat al de waarheden bevat over God en mens, het boek dat de ongerechtigheid van de mensen blootlegt. Johannes at het op. Het was zoet als honing, maar na het inslikken kwam er bitterheid in Johannes’ hart.
    Hoe vaak maken ook wij dat niet mee? Ik denk terug aan een namiddag in de bovenzaal van ons klooster. Daar hadden wij een paar uren les van een vooraanstaand moraaltheoloog over de schoonheid van het huwelijk en van de menselijke vruchtbaarheid. Na die lessen moest ikzelf nog een uurtje lesgeven aan de leerlingen die in het internaat verbleven. En toen waren er heel veel. Ik kwam binnen in de klas en de leerlingen riepen uit: ‘Maar meneer, wat is er gebeurd? U straalt!’ Dat stralen heeft niet lang geduurd. De leerlingen brachten mij bitterheid in het hart omdat mijn schone honingzoete Godswoorden door hen niet werden gesmaakt en zelfs belachelijk werden gemaakt. Dat is de wereld. De wereld is niet ontvankelijk voor het schone waarvan wij leven in ons gebed. De profeten hadden het al meegemaakt voordat Jezus kwam. Lees maar eens Ezechiël hoofdstuk 3. Ook hij moest Gods woord tot het zijne maken en dat smaakte zoet, maar de mensen namen het niet aan. Of denk aan Jeremia. In zijn verworpen worden bad hij: ‘Heer, Gij hebt mij verlokt, ik ben bezweken, maar de hele dag lacht men mij uit’ (Jer. 20, 7).

    BeantwoordenVerwijderen
  2. de' bitterheid' in zijn buik/hart, waar johannes over spreekt, doet mij denken aan wat thomas van kempen in zijn 'navolging van Christus' de meest nastrevenswaardige staat van zijn, namelijk een 'vermurwd hart' noemt. Dat kun je dan weer uitleggen als een innerlijke zachtheid als gevolg van berouw, gewetenswroeging over de menselijke (eigen) nietigheid, over het voortdurend menselijk falen. dit maakt dat je je niet zozeer een slachtoffer voelt van anderen maar juist blij bent met die zachtheid die je dichter bij Jezus brengt, zelf een voorbeeld van deze levenshouding, en dat je jezelf niet 'beter' of 'hoger' voelt dan anderen die deze vermurwing niet ervaren en zich niet bewust zijn van het menselijk tekort.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Goede opmerking, Stefan. De wereld zit in mezelf, in elk van ons. Zoals we zondag op het feest van Christus Koning gaan horen: de Mensenzoon maakt een scheiding tussen goeden en slechten. Maar die scheidingslijn loopt door ons eigen hart: het is deels liefdevol, het is deels liefdeloos.

      Verwijderen

Een reactie posten