Paasmaandag

Ontzet en opgetogen verlieten de vrouwen het graf; ze haastten zich om het aan de leerlingen te vertellen. Op dat moment kwam Jezus hun tegemoet en groette hen. Ze liepen op Hem toe, grepen zijn voeten vast en aanbaden Hem. Daarop zei Jezus: ‘Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan, daar zullen ze Mij zien.’

Dat de vrouwen het lege graf verlieten en naar de leerlingen snelden, deden ze omdat de engel hen daartoe gezonden had. Christelijk leven vraagt gehoor geven aan wat gevraagd wordt. Het is niet je buik volgen, wel Gods stem. In dit geval de stem van de engel waardoor God sprak.

Wanneer je gewaar wordt dat God spreekt ben je, zoals bij de vrouwen, 'ontzet en opgetogen'. Ontzet omdat dit binnenkomt, het doet iets met je, je bent aangedaan. En tegelijk ben je opgetogen, blij en dankbaar, alsof een zeker vuur van geestdrift en enthousiasme in je begint te branden. Wel, deze ontzetting en opgetogenheid doet hen doen wat God vraagt.

Ze 'haastten zich', zo lezen we. Als God spreekt en zendt, kun je toch niet talmen. Christelijk leven verdraagt geen luiheid. Het is doen wat je gevraagd wordt, zonder dralen. Geen uitstelgedrag. Het zou namelijk kunnen zijn dat de moment van genade voorbij is zonder dat je het weet. Je mist dan Gods trein, en dat zou toch jammer zijn.

De vrouwen mistten deze trein duidelijk niet, want Jezus zelf kwam hen tegemoet. Mooi toch. Zo is het ook bij ons. In het gehoor geven aan Gods stem toont Hij zich, komt Hij naar ons toe. Een samensmelting van Hem die roept en hij die gehoor geeft. Kunst is om deze verbondenheid met God, deze eenheid, niet te verliezen. 'Blijf in Mij, dan blijf Ik in jullie' (Joh. 15, 4a). Verenigd blijven met de Heer is een garantie in de gehoorzaamheid te blijven, je leven zuiver te houden.

De opdracht die de vrouwen krijgen is een missionaire opdracht, en wel een tweevoudige.
Ze moeten aan de leerlingen gaan vertellen dat de Heer leeft, én ze moeten hen gaan zeggen naar waar ze moeten gaan om Hem te zien. Ziehier de opdracht aan de Kerk: Christus' Pasen en aanwezigheid verkondigen, én de weg tonen waar men die aanwezigheid kan 'zien', ervaren, bevroeden.

De vrouwen worden de wereld in gezonden met een duidelijke opdracht. Bij ons is dat niet anders. Ieder is geroepen, met zijn of haar gaven en talenten, op de plek waar hij of zij woont en werkt, op velerlei wijzen de Heer te tonen, én de weg te wijzen en te banen waar Hij te vinden is.

Moge deze paastijd ons bewust maken dat wij als Kerk geroepen zijn licht te zijn voor deze wereld, zout voor allen op aarde. 

Na het rapen van de eitjes, werk aan Gods winkel.

kris

Reacties