dinsdag in week 13 door het jaar

Het evangelie van vandaag roept om gelovig te zijn. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar dat is niet altijd zo. We geloven wel, maar dikwijls kinderlijk, nog niet volwassen. 

Doorheen de stormen van ons leven wil God ons sterken in het geloof; volwassen maken zeg maar. Geen geloof gebaseerd op emoties of sfeertjes, maar een puur geloof, een naakt geloof, een geloof van het hart, een geloof dat geen uiterlijke tekenen nodig heeft maar een geloof dat voldoende heeft aan het 'weten' dat God er is, altijd en overal. Het is een soort 'bidden zonder ophouden', een voortdurend vertoeven in Hem, bewust of onbewust, bij licht en donker, in woestijn of oase, bij dorst of verzadiging.

Het gaat om een geloof dat in de vanzelfsprekendheid leeft dat men bemint vanuit God die in Christus zijn inwoning in je heeft en die de bezieler is van uw liefde voor allen.

kris

Reacties

  1. Daniël Dewitte30 juni 2020 om 06:52

    Amos was een veehoeder en vijgenkweker ergens in het Zuidrijk in de achtste eeuw v. Chr. Hij werd door God geroepen om de mensen in het Noordrijk tot bekering te brengen. Zeer mooi zegt hij vandaag met pakkende beelden: ‘Gaan ooit twee mensen samen op reis zonder dat ze mekaar gevonden hebben? Brult ooit een leeuw in het woud als hij geen prooi heeft gevonden?’ ‘Welnu’, zegt Amos, ‘de leeuw heeft gebruld, God heeft gesproken (tot mij!), ik moet dus profeteren. God heeft u onderste boven gegooid, keer naar Hem terug!’ Dat is wat Jezus ook altijd zegt: ‘Je moet God de Heer laten zijn in je leven, je moet je plaats kennen. Je bent God niet, maar wel een schepsel en als dusdanig een teergeliefd kind van God’. In het evangelie een staaltje van Jezus’ Godsvertrouwen, een staaltje ook van Gods bezig zijn met ons. Het kan stormen in ons leven, we kunnen best angstig worden en in paniek geraken, maar de Heer waakt, de Heer zorgt. Jezus is daar zo zeker van, van Gods zorg, dat Hij gewoon ligt te slapen te midden van de storm. De leerlingen maken Hem wakker: ‘Heer, red ons, wij vergaan’. Ja, dat zijn wij, mensen, direct in paniek, direct in twijfel of God er wel is. ‘Kleingelovigen’, zegt Jezus. Maar Hij staat op en brult tegen de winden en het wordt volmaakt stil. Jezus brult tegen de winden, zoals Hij elders brult tegen de demonen (bv. Mt. 17, 18 met hetzelfde werkwoord epetimèsen als hier tegen de wind). Wie is Hij toch, vragen de mensen zich af. Maar wij mogen met zo’n Jezus als Meester gerust zijn: de stormen en de demonen vermogen niets tegen ons. Zoals wij het zongen op school: ‘De vloed mag beuken, breken, brullen, kalm lachen daar de duinen mee’ (Armand Preud’homme). Jezus is voor elk van ons zo’n rustige en beschermende duinheuvel!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Maar Jezus zei ook op het kruis mijn God mijn God waarom hebt ge mij verlaten.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Zoals hierboven vermeld: ik worstel ook met die vraag van Jezus
    mijn God mijn God waarom hebt ge mij verlaten

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten