maandag in week 26 door het jaar

Johannes sprak: ‘Meester, we hebben iemand gezien die in uw naam demonen uitdreef en we hebben geprobeerd hem dat te beletten, omdat hij U niet samen met ons volgt.’ Jezus zei tegen hem: ‘Verhinder het niet! Want wie niet tegen jullie is, is voor jullie.'

We zijn 1950, ergens in een Vlaams-Brabants dorp. De dokter kwam te overlijden. De man was zeer geliefd en graag gezien. Dag en nacht stond hij voor z'n patiënten klaar. Er mankeerde maar één ding aan hem: hij was niet katholiek, hij geloofde nergens in.
De mensen in het dorp treurden en zeiden: zo'n goeie mens, wat verschrikkelijk toch dat hij niet in de hemel kan komen.

Maar de oude pastoor, een wijs man, ergens zijn tijd ver vooruit, zei: maak je maar geen zorgen: onze dokter zit vast en zeker heel hoog in de hemel. Hij droeg wel niet de naam van Jezus, maar Jezus heeft ongetwijfeld zichzelf in hem herkend.

Reacties

  1. De leerlingen kregen woorden over de vraag wie van hen de grootste was. Die vraag zullen wij waarschijnlijk zo niet meer stellen, maar nog altijd gaat het er in een mensenleven om om de eerste te zijn. Heel de wereld van de sport draait daarrond: de eerste zijn. De economische activiteit ook: de grootste in een branche. In mijn schooltijd ging het ook daarom: je moest de beste van de klas zijn. Gelukkig dat nu in de scholen op je rapport niet meer vermeld staat de hoeveelste je bent van de klas. Wat doet Jezus dan, als Zijn leerlingen vragen wie van hen de grootste is? Hij haalt er een kind bij en zegt: ‘De grootste is de kleinste. En wie zo’n kind opneemt, neemt Mij op, en door Mij op te nemen, neem je Hem op die mij zond’. Wat betekent dat allemaal? Het betekent dat Jezus een kind is, ja, het Kind bij uitstek, de Zoon van de Vader. Een kind kan ook nog doen zoals de grote mensen: zichzelf belangrijk vinden, zichzelf in het centrum van de belangstelling plaatsen. Jezus doet dat niet. Jezus haalt Zichzelf weg uit het centrum en laat God het centrum zijn van Zijn leven. Gisteren las ik ergens dat binnentreden in het Koninkrijk van God veronderstelt dat je jezelf wegcijfert en God het centrum laat zijn van je bestaan. Heeft Jezus dat niet gedaan? En wel tot het uiterste toe? Jezus is Jezus niet, Jezus laat God helemaal het centrum zijn van Zijn bestaan. Tot op het kruis. Daar heeft Hij zich helemaal ontdaan van Zijn ego, om God Zijn ego te laten zijn. Wie Hem door het geloof opneemt in zijn leven, neemt God op die Hem zond. Want Jezus’ eigenlijke wezen is God. God is Zijn identiteit. Zo kunnen we inderdaad met de Kerk belijden dat Jezus God is, helemaal aan God gelijk, God uit God, Licht uit Licht, één in wezen met de Vader. Want Jezus is niet de mens Jezus van Nazareth, Jezus heeft God helemaal de plaats in laten nemen van Zijn eigen Ik.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. (vervolg)
    Dan zegt Johannes: ‘Meester, er was daar iemand die U niet volgt, die ook duivels uitdreef in Uw Naam’. Jezus zegt: ‘Laat hem maar doen, wie niet tegen ons is, is voor ons’. Dat wil zeggen: Iedereen die het duiveltje van zijn eigen ego of dat van de anderen wat aan de kant zet, is goed bezig. Dan denk ik bv. aan Boeddha. Boeddha heeft ook geprobeerd zijn ego opzij te zetten. Toch wist Boeddha niet of God bestaat of niet. Voor hem was het ook van geen belang. Vandaar dat hij zo’n grote aantrekkingskracht heeft voor ons, seculier geworden Westerlingen. Boeddha werd opgevoed in een paleis, goed afgeschermd van al het lijden van de wereld. Maar op een bepaald moment ervaarde hij toch het lijden. Hij kreeg misschien wat tand- of buikpijn. En dan ontwikkelde hij zijn verlichtingsleer: als je het achtvoudig pad bewandelt van recht te denken, recht te oordelen, recht te handelen, enz. zal je minder lijden hebben. Maar dat is eigenlijk zelfverlossing. Dat moet je zelf doen. Je zet toch weer je eigen ik in het centrum en niet God. Mohammed ook. Die is goed begonnen. Hij bracht in Arabië de ene God van het Jodendom en het christendom. Maar hij kende alleen ketterse christenen en ketterse Joden. Zijn leer is daarom gedevieerd van de oorspronkelijke joods-christelijke openbaring. En jammer genoeg, als zijn leer niet aansloeg, nam hij zijn toevlucht tot benden die met geweld zijn leer oplegden. Dat is met de sharia nog altijd zo. Ook bij Mohammed was God niet echt het centrum van zijn bestaan. Toch hebben Boeddha en Mohammed en ook Confucius en vele anderen sporen van de waarheid ontdekt. We mogen hen tot op zekere hoogte waarderen. Maar Jezus is méér. Eigenlijk weer gevaarlijk van dat weer zo te zeggen, want het zou weer kunnen duiden op ‘de eerste, de grootste’. In Jezus is daarvan juist geen spoor meer. Helemaal heeft Hij zich ontdaan van Zijn Ik. Hij heeft Zichzelf geheel ontledigd, zegt een hymne in de Filippenzenbrief.
    Deze Jezus moeten we na proberen te volgen, beste broeders en zusters. Ons ik moet weg. God moet ons centrum worden. Dat kunnen wij zelf niet. Dat moeten wij Jezus in ons laten doen door in Hem te geloven. En dan wordt waar wat de profeet Zacharias zegt in de eerste lezing: God bouwt Jeruzalem weer op. Hij brengt ons het nieuwe Jeruzalem, waar weer kinderen spelen op de pleinen – en niet meer op hun kamertje met computerspelletjes die vaak alleen hun eigen ego voeden – en waar de mensen tot ver in de honderd gezellig zitten te keuvelen onder elkaar. Het is een beeld van het herstelde paradijs, het hemelse Sion, waar God het centrum is van ieders bestaan, en niet meer wijzelf.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Oeps...dàt is zo klaar en duidelijk aan ons doorgegeven ! Zoals Jezus (trachten)te leven ontdaan van onze "ego" lévend mét Zijn en Onze Vader !Oefenen en proberen met vallen en opstaan ...élk moment van ons leven ! Een dankbare ziel voor jullie "Wijsheid"!!!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten